101 resultaten
1413-12-13 |
R.A.H. Coll Aanw 53 fol 175/Reg Nov. Vass. F fol 110
Jaartallenindex
hertog Willem oorkondt dat Wabbe Clais Dircksoons dochter met horen man en voocht Fredrick Aelwaertssoon, hem heeft opgedragen tbv Claes Jacobssoon van Purmer, sulcke goede als hierna beschreven staen ende haer aenbestorven sijn bij doode Claes Dirck Claessoons soon, hoirs vaders, diese van ons te leen te houden plach, ende haer bij onsen rade toegewijst sijn in onsen name voor Jan Dirck Claessoonssoon, hoirs ooms, die hem daer recht in vermat. In den eersten 3 geersen lants gelegen in onsen banne van Bersingerhoorn, ende geheten sijn die Goerichacker, in den Coech, ende nu belent hebben Henrick Henrixzoon, Obbe Tijndgerssoon ende Rense Olfertssoon. Item noch 3 gaerse lants gelegen in onsen banne voirs. geheten die Smalevenne, daer lenden of syn Reijnier Cammersoon, Jan Rippensoon ende Peter Walichszoon. Item noch 2 gaerse lants gelegen in den banne voirs. gelegen in die Groote Venne van der oostsyde in, daer lenden of sijn Jonge Jan Teting, Jan Rippensoon ende Peter Walich. De hertog beleent Clais Jacobsz voirs. vervolgens met dit land tot een onversterfelijk erfleen
Dalem, van | 1541-05-10<
Arch Nassau Domeinraad regest 3022
Achternamenindex
René de Chalon, prins van Oranje, verzoekt de keizer zijn schenking van de Lage Zwaluwe, gedaan aan zijn vader graaf Henrik te handhaven, nu hij na een bezit van 22 jaar en meer, betrokken wordt in een proces voor de Grote Raad door de weduwe van Jehan van Dongen, op wien het wegens manslag geconfisqueerd is. N.B. onderaan de minuut de mededeling dat de grosse 1541-05-10 is gepresenteerd aan de Geheime Raad, die het advies van de Grote Raad te Mechelen gevraagd heeft, die de procureur generaal gelast heeft zich met de prins te verenigen alles gelijk beschreven is in de brief van 05-10
1566-02-06 (1565) |
R.A.H. Coll Roeperpapieren Inv 57e regest 112
Haarlem Algemeen
"de Wildeman". Schepenen in Haerlem oorkonden dat Jacob de Coninck, brouwer, opdroeg aan Jacoba Reyersdochter een huis en erf opten houck van de Corte brugge op Bakenesser Spaerne, genaemp den Wildeman, an d'een zide: die Bakenessergraft onder den huijse gaende, an d'ander zide: Jacob die Coninck zelve, streckende voir van t Spaerne afterwerts met een en gemenen gevel die hij mitten zelven Jacob tot gelycken costen onderhouden sal tot an t molenhuijs van de voirs. Jacob de Coninck voorn, en uytgaende op de Bakenessergraft voorn. Belast met 5£ goets gelts sjaers. Onder voorwaarde dat Jacob de Coninck en zijn huisvrouw zullen behouden het gebruik van het vuilnisvat op de plating van desen huijse staende, zolang hij of zijn huisvrouw t huijs waar zij thans in wonen, zullen blijven bewonen voor t geheel of voor een deel. Ende zoe zal deszelfs Jacobs huys an ende in desen huijse getimmert ende gevesticht blyven, ter tyt toe des voors. Jacobs huys vertimmert wordt. Beschreven als: stukken betreffende het huis de Wildeman en omgeving op de hoek van de Bakenessergraft (vgl 1526-09-12, 1568-07-09)
Jan van Zueren (zegel: een beurtelings gekanteelde dwarsbalk) en Philips van der Maedt (een dwarsbalk), schepenen
Cuyk, van | 1343-11-11
Van Mieris II p 680
Achternamenindex
"Ic oorconde ende tughe ver Hasetiaen vrouwe van Raephorst, als dat die Borchgrave Dirc ende ver Justine Haren Hughen des Gouwersdochter rechte eerste lid waren als in maechschap, bij deser redenen als hierna beschreven staet: want heren Dirc die Borchgrave van Leyden een broeder was te Kuucq, die [nl heer Dirk] des Borchgraven Dircx die leste was sijn oudevader was [dwz deze 1e heer Dirk was grootvader van heer Dirk die nu pas overleden was]. Ende heren Hughe van Heenvliet, dat hi deser ver Justinen oudevader was. Ende dat die Borchgrave Dirc die broeder was te Kuucq ende Haren Hughe van Heenvliet waren suster kynder ende broeder" [dwz kinderen van een zuster en een broer, dus volle neven]
1428 |
R.A.H. Coll Aanw 99 fol 20v Caput West Vriesland/Novum Registrum
Jaartallenindex
Herman van Kuijnre, jvr Alyt Hermansdochter van Kuynre, mit Evert Vrese hueren voich ende geechten man: die heerlicheden van Orck ende van Emelwairde mit allen hoeren toebehoeren, gelikerwijs dair een deel of plach te houden die heer van Voerst ende van Keppel, ende een deel Heer Dirc van Sweten ende dat hout hi nu alleen, mit anderen goeden daerin die heerlicheden gelegen, ende hiernae beschreven staen, et sunt duae litterae de dominiis et villis in registro anno 1412, quaere de istis in libro III fol 84. Item 36 stucken lants daer die munte op plagh te staen, 8½ stucken lants gelegen in Aernt Lokemans lande, 4 stucken lants die Tyese Wijnkyns plach te bruken, 9 stucken lants dair die koijter op plach te woonen, 11 stucken lants dair Wiseman op te sitten plagh, 21 stucken lants die Rawaert te bruken plagh, al gelegen op Emelwairde, et sunt litterae in registro anno 1404. Hermanus obiit et Evert Vreze als geechte man ende voecht Joncvrouwen Alyt Hermansdoghter van Kuijnre relevavit a domino duce Bourgoigne 17 Maart 1438 secundum cursum Curiae (1439-03-17), ut patet in registro Philippus fol 97
1517-03-05 (1516) |
R.A.H. Coll Roeperpapieren Haarlem Inv 57c regest 81, 57d regest 89
Haarlem Algemeen
scepenen in Haerlem oorkonden dat Jan Aerntsz geliede dat Harman Claesz hem al voldaan en betaald heeft van alsulken anpart, portie en deel van de custing van den huis en erf op Bakenessergracht, daer Harman Claesz voirs. te Meye naestcomende in zal varen metterwoon, als him Jan Aerntsz voirn daeran quam ende toebehoerde. Ende heeft daeromme de voirn. Jan Aerntsz deselve portie ende aendeel van de custinge van den huyse voors. de voirs. Harman Claesz claerlick geheel en al opgedragen ende quytgescouden, draecht op en scelt quyt mit desen brieve. Beschreven als: stukken betreffende het huis de Wildeman en omgeving op de hoek van de Bakenessergracht. Eodem die erkent Harman Claesz dat zijn zwager Jan Aerntsz hem voldaan en betaald heeft van zijn deel van de custing van het huis, erve en brouwtouwe op Bakenessergraft, daer nu tertyt de voorn. Jan Aerntsz in woent, als him Harman Claesz daeran quam ende toebehoirde. Ende heeft achtervolgende dien de voirs. Harman Claesz hetzelve deel v.d. custing van den huijse voors de voirs Jan Aerntsz clairlick ende al opgedragen, draagt op en schelt quyt met dezen brieve ten ewigen dage (vgl 1502-08-23, 1526-09-12)
Claes Diricxz van Paendren en Jan Nannincxz, schepenen (met hun zegels)
1540-03-31 |
R.A.H. Coll Aanw 247 fol 656v-664v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
ordonnantie op het slagturven in Rynland. Genoemd: die here van Crueningen als heer van Haeserswoude, jvr Sandryna van Crueningen weduwe Jacob Croesinck als voogd van Heynrick Croesinck here van Benthuysen en ambachtsheer van Soeterwoude, schout en buren van Waddinxveen, Soetermeer, Leimuiden, Rynsaterwoude en Vriesencoop, Gerrit Beuckelsz Buytewech en Claes Adriaensz van Leyden c.s als ingelanden van de voors. dorpen. Beschreven werden om te compareren voor de heer van Assendelft, ridder, president van het Hof, mr Cornelis Suijs, Raad, als commissaris, Adriaen van Crimpen, dykgraeve, here Johan van Duvenvoorde, Willem van Alcmade, ridders, Gheryt van Poelgeest heer van Hoemade, Adriaen Stalpert, Jan van Alkemade Vranckenz, hoge heemraden, ter eener zijde, en mr Vranck Boot, advocaat, Cornelis van Haeften als procureur van de heer van Cruninge, Sander Jansz Block, bailliu, Adriaen Aertsz, Dirck Claesz van Haezerswoude, Geryt Beuckelsz [Buiteweg], burgemeester, Claes Adriaensz, Frans Gerritsz, schepen, Dirck Adriaensz en Jacob Huygez, van Leyden, Gheryt Daem Heyez, burgemeester, mr Dirck Heynricsz, pensionaris van der Goude, Jan Jansz en Cornelis Pietersz en Pieter Dircsz, van Wilsveen; Jacob Jansz, schout, Maerten Jansz, Neel Symonsz en Jacob Alewynsz, van Soetermeer; Adriaen Claes Dircsz, schout van Leimuiden, Rijnsaterwoude en Vriesecoop, Neel Cornelis Florisz, Phillips Jacobsz, Roelof Willemsz, Dirck Dircsz en Geryt Pietersz, van Rynsaterwoude. Volgt de tekst van de keur
1510-03-18 (1509) |
R.A.H. Coll Aanw 113 Caput N.H. fol 59-61v
Jaartallenindex
Maximiliaen oorkondt dat hij ontvangen heeft de ootmoedige supplicatie van jvr Hase van Polenburch, weduwe van Ysbrant van Sparenwou, inhoudende hoe op 1492-12-21 wijlen Jacob van Polenburch Geritsz opgedragen heeft tbv suppliante synre dochter, op die tyt geechte huisvrouw van de voors. Ysbrand van Sparwou, zekere percelen van leen goeden die hij en zijn ouders 100 jaren ende meer van ons te houden plachten tot een recht leen, te weten: 1) 4£ Holl sjaars uyt de lanthuyre in de Lyere, 2) 20 morgen land gelegen tussen de dijk van Poeldijk en Wennekenssloot, 3) 1 morgen 2 hont land gelegen aan t hoff 's Gravesande, 4) 2 paer swanen uyt den huyse van Heemskerk. Waarop de suppliante vervolgens met deze lenen beleend is tot een recht leen. Nu heeft de ontvanger v.d. espargnes, Crispyn Jansz van Boshuizen er bezwaar tegen gemaakt dat dit recht leen op haar overgezet is, en dat het leen bij gebrek aan leenvolger bij de dood van Jacob van Polenburch Gerytsz aan de grafelijkheid gekomen is. Maximiliaen confirmeert echter de door haar vader aan haar gedane overdracht van dit leen, dat echter van dezelfde natuur zal blijven als het in de oude leenakten beschreven is, tegen betaling van 40£. Gegeven te Gent
1459-05-30 |
Arch Marquette no 1106/Cartul Assumburg no 226
Jaartallenindex
Jacob van Poelgeest, abt van Egmond, oorkondt dat hij Gerbrant Dircxz van Buyten beleend heeft met de leengoederen die zijn vader Dirck van Buyten van de abdij placht te houden, gelegen in de parochie van Beverwijk, te weten de helft van alsulcke landen ende goederen als hierna beschreven staan: 1) de aeck, 2) drie stucke landts bij Heer Florens wech, 3) twee ackeren aengaende an den Kerckwech opstreckende in den Noordende, 4) negen geersen in Midbrouck. Daar Gerbrant voorn. nog onmondig is, heeft Dirck van Duvoirde als een gecoren voogd voor hem manschap gedaan. Te versterven op zijn oudste zoon, of bij gebreke van dien oudste dochter. Ende wairt saecke dat hij geenen soon noch dochter wittelick wonnen nae hem en liete soe sel dit voors. leengoet comen op Lysbet Gheryt Berckmeersdochter, Willems wijf uten Camp of op haere kinderen wair zij doot ende voort opten oudtsten ende der naesten die van Lysbets lijve ut gecomen waeren onder tijt ende binnen der maechscip waere die men hiet aftersusterkint. In dorso van het origineel : Anno 1483 die vero proxima me... [?] Januari heeft verlyt Gerbrand Dircsz van Buytene door Jordaen van Driel, abt van Egmond. Anno 1527, 22 Oct herbeleening door abt Willem van der Goes (vgl 1382-06-18, 1390-08-26, 1477-06-16)
Gheryt uyten Hage en Jan Zoeyersz, leenmannen van het Godshus
1407-08-13 (1) |
R.A.H. Coll Aanw 96 fol 232-235v/Reg Tricushandt
Jaartallenindex
versochten dese, hiernae beschreven, tot Gornichem, hoer leen dat sij van den Heere t'Arckel te houden plagen: Jan van Herlaer van der Huel, E….... Gysbrechtsz, Buemer Roelofsz, Dirck Sculp, Vastraet van Giessen Jansz Bastert, Aernt van Goerl, Yde Claesdochter van Zwieten en haar man Jan Spronck, Costen Bartholomeusz, Alijt Heyn Pikersdochter met haar man Adriaen, Peter Godschalcsz, Robbe Robbenz, Jacob Petersz, Mechtelt Sar [n ?]ders wyff van Kedichem, Lem Schulp, Wouter Coevoet en Heymer Coevoet, gebroeders, Berwout van Scalluynen, Willem Florysz, Heynrick Odelinck, Griet mr Claes wyff, Claes Claesz, Peter Bije, Gielys de Gruter, Alart van der Haer, Rutger van der Haer, Claes Cnobbout met Dirck Cnobbout als voogd, Volpert de Jonge, Goeswijn Egenz van Tricht, Florys van Kyfhoeck, Jan Woutersz, Steesken van Kedichem, Fije Dirksdochter van Heyencoep met haar man Heijnrick Bonaert, Lysbeth Dircks Zamers wyff, Dirck van Slinglant, Ogier Jacobsz, Jan Heer, Willem Florysz van Kedichem, Dirck de Hoge de Gruter, Willem Akerlaeck, joncvr Jan Aernt Berwoutszoen wijf was met haar zoon Berwout als voogd, Willem van Haestrecht, Mechtelt Heynrick Cnobboutsdochter met Heynrick Heynricksz als voogd, Volpert Tymansz, jvr Kerstyn Loukens wijf was met Dirc van Loo als voogd, Claes Sanen zoon, Jan Alaertsz, Wouter van Emmichoven Zeghersz, Ghisebrecht Goderszoon, Griet Aernts Raets wyf, Heer Jan Heere van Dalem