64 resultaten
1689-01-19 | Lisse
R.A.H. Coll Roeperpapieren Inv 135
Jaartallenindex
schout en schepenen in Lisse oorkonden dat jhr Sybrand Joseph van Kuijk van Mierop, wonende tot Delft, zoon van wijlen vrouwe Agatha van Alkemade, voor hem zelf en als gemachtigde van zijn vader heer Otto van Kuyck van Mijerop, als ook van zijn meerderjarige zusters jvr Elisabeth Francisca van Kuijk van Mierop en Maria Christina van Kuijk van Mierop, erfgenamen van heer Jan van Alkemade en vrouwe Agatha van Berkenrode, wegens boedelscheiding voor notaris Cornelis van der Hooch, de eigendom verkregen hebben. Hij verkoopt vervolgens aan de kinderen van de heer mr Dirk van Heussen, in zijn leven advocaat voor den Hove van Holland, het dominium directe van een erfpacht rente van 80 gld van een woninge genaemt Akenvoort met 5 morgen lands, eertyds begrepen in een partij van 6 morgen 100 roeden in de polder van de Westgeest, in desen ambacht, noordoost: Cornelis Briole, zuidoost: de heer van oud Alkemade, zuidwest: de lydweg genaemt Akenvoort, noordwest: de keukenduin van Teylingen (vgl 1679-11-06)
mr Adriaen van Gorcum, schout, Anthonis Cornelisse van Egmond en Dammes Dammisse Raaphorst, schepenen in Lisse
Jacoba Claesdr | 1483-1494
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl II dossier 134
Voornamenindex
Jacob Claesdochter: x 1) Pieter Dircsz, die haar een stuk land te Leiderdorp tot douairie maakte, x 2) Dirck Willemsz, schout van 's Gravenhage: de eigendom van genoemd land wordt haar betwist door Jacob van Noorde, mede- erfgenaam van Pieter Dircsz; 1459-11-17: Pieter Dircsz draagt dit land over aan zijn vrouw Jacoba, met consent van de eigenaar, de domproost; 1484-02-21: zij verpacht het; 1483-02-14: boedelscheiding tussen Jacoba en de andere erfgenamen van Pieter Dircsz
Egloij | 1285-11-12
Bijdr Hist Gen Utrecht dl 34 p 497 no 11
Achternamenindex
Reijnier Egloij, poorter van Brussel, graaf Floris V is hem 400 £ Leuvens schuldig. (Reijnier is zoon van Wouter of Willem, poorters van Brussel in resp 1255 en 1267; hij was een zeer vermogend man, blijkens de boedelscheiding in 1310 tussen zijn weduwe en hun vier zoons en dochter). Oudste zoon Reinier is in 1296 gehuwd met Isabella, dochter van Robert van Grimbergen, heer van Assche, komt in 1306 als schepen van Brussel voor, en in 1334 als ridder
Dongen, van | 1602-02-26
Schepenregister Breda 501 fol 29, 30, 31, 32
Achternamenindex
boedelscheiding van de erfenis van Embrechten van Dongen en zijn vrouw Willemken Henrick Symonszdochter bestaande uit landerijen te Teteringen, tussen hun kinderen: 1) Henrick Embrecht Stoffels van Donghenz; 2)Jacob Embrechtsz; 3) Peeter Embrechtsz; 4) Jan Embrechtsz; 5) voors. Peeter als gemachtigde van Anneken Embrechtsdochter; 6) Willem Stoffels Buijs als man en voogd van Elisabeth Embrechtsdochter; 7) Jan Jan Adriaensz van Ghilse als gecoren voogd van Jenneken Embrechtsdochter; 8) Henrick Willem Franckenz in de naam van Maeijke Embrechtsdochter, nog minderjarig
Herlaer, van | 1658-12-22
G.A. Utrecht Transporten Inv 3243 fol 469
Achternamenindex
wijlen Harmanna van Leeuwen, vrouw van mr Floris van Harlar, Josina de Vries x Arnoldusvan Hattum, voor 1/3 erfgename van haar zaliger moeije Harmanna van Leeuwen, zij transporteren aan Niclaes van Royen, burger van Utrecht, de helft en nog drie derde dele nvan de wederhelft van zeker huis, erf en grond aan de oostzijde van de Lange Nieustraat alhier binnen Utrecht, welk huis en erf aangekomen is door het overlijden van voornoemde Harmanna (die het bij de boedelscheiding van de voors Harlaer behield)
Utrecht
Jacob Goedenz | 1454~
Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 464v
Voornamenindex
leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Jacob Goedenz en zijn vrouw Mechtelt maken een boedelscheiding tussen hun kinderen en kleinkinderen: als Jacob eerder sterft behoudt Mechtelt het vruchtgebruik, na hun beider dood erven de zoons Henrick Evert en Godert, hun vaderlijk erfdeel en moeten zijaan hun zusters zoveel betalen als Delijaen gehad heeft, dat is 500 gld en alle deelbaar goed moet gelijkelijk verdeeld worden; Heinrick Jacobsz zal de helft van de Vuijstrate ontvangen, die zijn broer Evert ontvangen heeft, en een last zwartveen zolang zijn ouders leven
dadinxlude en segslude: Gysbert die Gruter, Jacob Lumansz, Geryt Rutgersz, Aernt Rutgersz en Heynric Nagell
1555 |
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl VI dossier 519
Jaartallenindex
de erfgenamen van heer Willem Bouwensz van Drenckwaert, appellanten in hoofdzaak: Aernt heren Cornelisz, burgemeester van Dordrecht en Jacob Oem Jacobsz, baljuw van Strijen, exec. test. van heer Jan van Drenckwaert, eisers in de bijzaak, contra de weduwe van Willem Bouwensz van Drenckwaert. Willem Bouwensz voorn, Aernt heren Cornelisz en Jacob Oem waren in 1549 aangesteld als executeurs van het testament van Jan van Drenckaert, schout van Dordrecht. Willem Bouwensz kreeg na Jan's dood alle nagelaten stukken en registers. Na Willems dood in 1554 eisten de beide andere executeurs de stukken van Willem's weduwe terug, teneinde executie [!] van Jan's erfenis voort te zetten. Intussen tevens een proces van de weduwe met Willem's erfgenamen over de boedelscheiding. Het Hof van Holland verklaarde op 1555-05-22 dat commissarissen uit het Hof inventaris van de boedel zouden opmaken en daarvan copie zouden geven. Erfgenamen gingen hiervan in appel bij de Grote Raad. In Oktober 1555 voegden de twee executeurs zich als derde in het proces, van wege de verstrekking van copieen aan de weduwe en erfgenamen. Aernt Cornelisz voegde zich als burgemeester in het geschil vanwege de belangen van Dordrecht. "De gheimen van Dordrecht" zouden naar buiten kunnen komen. Leden van het gerecht met de stadsecretaris, zouden volgens de eis de stukken, evt in bijzijn van partijen, moeten inventariseren. De erfgenamen verklaarden zich hiermee accoord, op 1555-12-13, doch de weduwe weigerde
1554-03-12 |
R.A.H. Coll Aanw 257 fol 437-443/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex
alzoo Aelbrecht van Treslonge heere van Veenhuysen als geordonneert voocht van de achtergelaten onbejaerde kinderen van wijlen jvr Adriane van Assendelft, geprocreert bij Franchois van Amaras, den Hove bij requeste te kennen gegeven heeft, dat hij sedert St Jacob 1552 zo ziek is geweest dat hij niet in staat is zijn eigen zaken of die van zijn pupil te behartigen. Hij is zo bevangen geweest met ziecte daarmede hij alsnoch zulcx gequelt wordt, dat hij suppliant (mede goedt weder zijnde zonder groote winden) nijet en mach comen omme te gaen vuijten huyse van zynder nichte van Assendelft, weduwe van Aelbrecht van Avesaet tot den here van Wassenhoven, als commissaris geordonneerd tot schifting, scheidinge en deling van de achtergelaten goeden van wijlen Barthout van Assendelft, ofte hij suppliant moet een ½ uur van te voren uytgaen en bovendien wel tweemaal onderweg rusten. In september j.l. was hij naar den Haag gereisd om te spreken over de boedelscheiding, maar mr Carel van der Nytssen zyn adjonct was op dat moment voor een commissie naar Brussel. Hij had enige tijd op hem gewacht docht ging tenslotte zwaar ziek naar huis terug, 4 maanden lang kon hij zijn huis niet meer verlaten. Hij verzoekt van de voogdij ontlast te worden, en het Hof ontlast hem hiervan. In de volgende akte wordt Evert van Albout Willemsz als voogd aangesteld
Rijswijk, van | 1560-06-14
R.A.H. Coll Aanw 156 fol 45
Achternamenindex
leen van de Lek en Polanen: opdracht tot boedelscheiding tussen de erfgenamen van Johan van Ryswijck Ottenz: de broers Johan, Adriaen en Jacob en hun zuster Johanna; tot stand gekomen door tussenspreken van heer Laurens Mol, pastoor van de kerk te Veen en heer Everhaerdt Goes, pastoor van de kerk te Wijk; 1569-07-23: Johan ontvangt land en betimmering met 8 morgen zoals zijn vader bewoonde, 10 hont land en een deel op de Uytacker, een deel die Wen, en een thijnsbrief van 13 gld per jaar op de erfenis; Adriaen ontvangt 6½ morgen op de Gansacker en 14 hont in de Kijvijt
1671-09-28
R.A.H. O.R.A. 2106 fol 148v
Transportregister Egmond
de Staten van Holland etc. Alsoo ons vertoont is bij Andries Crijnsz de jonge, wonende tot Egmond op de Hoef, soone van Crijn Andriesz, die een sone was Andries Crijnsz de oude en Lijntje Floris, dat de voorn. Andries Crijnsz de oude en Lijntie Floirs des supliants grootvader en grootmoeder, bij hun testament dd 1642-01-31, hun kinderen na hun beider dood tot hun erfgenamen hebben gemaakt. Zij maakten hun goederen tevens fidei commissair. De testateurs confirmeerden hun testament voor hun dood, terwijl Cryn Andriesz des supliants vader reeds was overleden. Hij en zijn zuster waren erfgenamen. Bij de boedelscheiding werd hem 4480 gld toebedeeld, bestaande in een huis en erf te Egmond Binnen, getaxeerd op 1500 gld, een stukje weiland getaxeerd op 1300 gld, een stukje van 480 gld en een croftie van 1200 gld. Suppliant vraagt ontslag uit fidei commissair verband voor de helft, mits blijvende het voors. huys en de eerste partij land ter waarde van ½ van 4480 gld, onder dit verband. De Staten ontslaan nu de kroft land, geschat op 1200 gld en het stukje van 480 gld uit dit verband