26 resultaten

Jonge, de | 1363-09-11

Arch Nassau Domeinraad I fol 133/Ned Leeuw 04-1935 p 109; Reg Rotterdam en Schieland no 854/Reg Putten en Strijen mette houten borden fol 254
Achternamenindex

Sweder van Abcoude, heer van Gaesbeek, Putten en Strijen beleent Heinric de Jonghe Melysz met 24 bunder land in de Zwaluwe, die Maes van der Havenen waren, en Hoescht Jans Wittenz van Maes verkregen heeft; bij zijn overlijden zal dit land komen op de kinderen die hij heeft of zal krijgen bij zijn vrouw Ghertrude Hoesche Jan Wittenz dochter; 1363-10-15: hij krijgt in leen 12 gaarden land in het kerspel van Cathendrecht bij de windmolen, belend oost: Hughe Jacobsz

Roelof de Coc, ridder, Jan die Moelener Jansz, rentmeester van het land van Putte en Stryenen, Jan Aernoutsz van Abbenbroek, Heinrich Aernoutsz van Drenckwaert, Ocker Dirxsz

Naaldwijk, van | 1370-05-17

Reg Rotterdam en Schieland no 941
Achternamenindex

Sophia dochter van Simon van Teylingen gehuwd met Willem van Naaldwijk wordt beleend met de goederen van haar vader (het ambacht van Over Sliedrecht van de kerk tot het ambacht van heer Tielman [de Molenaer] en 30 sc uit de polre benevens de VAlcke te Cathendrecht, groot 24 morgen); aantekening: tot dit goed behoorde, tevoren in leen gehouden door Herbaren van Crayensteyne, o.a. de Valcke te Catendrecht, 24 morgen, in leen gehouden van de heer van Voorne door de vrouw van Dirk van Teylinghen en daarna door haar zoon Simon

Roon, van | 1411-05-20

Reg Rotterdam en Schieland no 1825, 1826, 2045
Achternamenindex

Peter van Roden wordt beleend met de lenen van zijn vader Boudyn: de helft van het land van Pendrecht, geheten het land van Roden, met tienden, ambacht, patronaatrecht en toebehoren, strekkende van het kerkhof van Pendrecht tot het ambacht van Cathendrecht, en in erfleen 6 morgen land in twee stukken gedeeld, waarvan 3 morgen min 1 hont in het Nuwelant van Roden, en 3 morgen 1 hont geheten het land tegen de Dam ligt bij het huis te Roden, met de oude toren te Roden, met alle gebouwen, hofsteden binnen de buitenste singel; 1411-05-25: idem; 1420-07-18: hertog Johan geeft dit alles als heer van Arkel in leen aan Pieter van Roden

1578-01-30 |

Ms Opstraeten v.d. Molen III fol 654
Jaartallenindex

compareerde voor het Hof van Holland Gerret van der Burch als procureur van Wilhelmyna van Haeften, vrouwe douagiere van Assendelft en jhr Cornelis van Assendelft mede voor zijn onmondige zoon jhr Gerrit van Assendelft, requiranten ter ener-, en Cornelis Molenijser als procureur van jhr Johan van Assendelft, gerequireerde, ter andere zijde, betreffende een accoord van 18 januari (ten huize van de douagiere in den Hage), waaruit blijkt dat wijlen jhr Nicolaes procedeerde met jhr Johan over het octrooi tot testeren in 1543 aan heer Gheryt heer van Assendelft verleend, betreffende de goederen diensvolgens door wijlen heer Gheryt aan wijlen de heer van Besoijen vermaakt. Volgen 2 sententies van het Hof: 1) ten voordele van jhr Johan, waarbij aan hem toegewezen zijn de allodiale goederen hem bij het testament van heer Gheryt toegedacht, 2) ten voordele van de douagiere en de exec. test. van wijlen jhr Nicolaes van Assendelft en de voogden over diens enige erfgenaam jhr Floris van Assendelft, waarbij het octrooi nietig wordt verklaard. Jhr Floris overlijdt hangende deze zaak. Partijen komen overeen dat jhr Johan terstond aanvaarden zal: 1) het huis en slot van Hoeningen, 2) de heerlijkheid Cralingen, 3) ⅔ deel van de landen ende aenwassen in Charlois of Roobenoort gelegen, 4) de ambachtsheerlijkheid van Cathendrecht, 5) 12 morgen lands aldaar, 6) 100 Kar gld per jaar uit een rente van 175 gld, op Alblasserdam, 7) alleenlijk tijdens het leven van de vrouwe douagiere zal hem volgen de ambachtsheerlicheid van de Hooge Ban ende Schiebroeck, ende rest van de rente van 175 gld, de grienten, tienden en landen tot Worckum en in den lande van Altena, zowel lenen als eygen, benevens het ⅓ deel van de eigen goederen en landen tot Worchum en in het land van Altena, wijlen Nicolaes tot sijn legitima etc. De douagiere behoudt haar lijftocht aan deze goederen. Jhr Johan neemt tot zijn last de rente van 100 gld per jaar voor elk van zijn 6 zusters, o.a. aan jvr Rhenata in huwelick belooft aan jhr Goosen van Vaerick, en aan jvr Catharinaa, huysvrouw van jhr Willem van Lochorst. De zaak wordt verder geregeld door procureurs. Het Hof geeft willige condemnatie hierop

voor mr Jeronimus van Borre, mr Joost de Menijn, Raedsluiden, als commissarissen ter audientie van de rolle gecommitteerd; 1578-01-18: in presentie van mr Matheus Vierling en Henric Heerman, als getuigen; Petrus de Capella, clericus Traj., notarius publicus, instrumenteert de overeenkomst in den Haghe

Barendrecht, van | 1376-05-19

Reg Rotterdam en Schieland no 995
Achternamenindex

hertog Albrecht verklaart op verzoek van de lieden "geambocht" in Riederwaert, die door de slechte toestand der dijken en door de watervloeden veel schade geleden hebben, met hen overeengekomen te zijn dat de ambachtsheren hun ambachten zullen bedijken met vloeddijken, dat hij zelf zal bedijken op nader omschreven wijze het ambacht van Peindrecht, waartoe zij hem met 200 mannen te hulp zullen komen, dat zij hem voor het maken van de "inlaghe" zullen geven 12 plakken van iedere gaarde land en later voor het maken van de dijk jaarlijks van elke gaarde 5 sch Holl, het oude schild voor 30 schell Holl gerekend, te betalen door het ambacht van Riederwaert voor 1404 morgen, door des burggravenambacht voor 388 morgen, door die van Zwindrecht voor het ambacht van Jan van Barendrecht met het ambacht van Carnisse voor 388 morgen, ambacht van Roden 328 morgen, 's Gravenambacht 226 morgen, het Cortambacht 64 morgen, Cathendrecht 555 1/2 morgen, Jacob Bokelsambacht 389 morgen, Outziersambacht 520 morgen, bij wantbetaling te innen door panding van het dubbele

1555-02-16 (1) |

Ms Op Straten v.d. Molen III fol 616-625
Jaartallenindex

testament (ampliatie) van heere Gerard here van Assendelft te zijnen woonhuyze in den Haghe, ziekelijk te bedde liggende. Hij confirmeert zijn testament bezegeld met zijn zegel etc. Hij memoreert dat sedert het maken van dit testament zijn broeders heer Floris heer van Goudriaen en jhr Dirc here van Besoijen, overleden zijn. Al de goederen die hij aan heer Florys toegedacht had, vermaakt hij nu aan zijn neef jhr Otto van Assendelft, heere van Goudriaen. Hetgeen hij aan jhr Dirc vermaakt had, als t huijs te Honingen metten landen soo om tselve huijs als over Mase in Charloys, Cathendrecht en daaromtrent gelegen, laat hij nu na aan Jan van Assendelft, jongste zoon van jhr Dirc. Aan zijn zes jonge ongehijlick zusters, Renata, Maria, Adrianan, Beatrix, Walravia en Anna moet Jan uit deze goederen elk 100 Kar gld sjaars uitkeren, ter lossing den penn. 16. Zijn aangekochte goederen in Kennemerland en Kennemergevolg zullen komen op jhr Otto voor ⅔ deel, en ⅓ aan heer Claes van Assendelft, proost van Arnhem, zoon van hem testateur. De door hem gekochte goederen bij Rotterdam en in Zuytholland komen voor ⅔ deel aan Jan van Assendelft, en voor ⅓ aan heer Claes; uitgesondert seeckere wooninge ende landen daertoe behorende, genoemt die wooninge van Foreest, bij hem testateur gecoft van Gerrit Hofflandt, ende oock die landen bij hem gecoft van eenen Goessen de brouwer, als nu mede tot deselfde woninge behorende, deze sullen succederen op heer Claes, de proost. Mitsgaders nog 9 morgen land in Carnisse, die hij heeft begonnen te bedycken ende voorts bedycken zal te sijnen coste, deze komen aan heer Claes indien deze zijn testament erkent. Zo niet dan krijgt hij slechts ⅓ deel van deze woninge en landen, en Jan van Assendelft ⅔ deel. Mocht here Claes niet aan zijn legitime toekomen, dat moet zijn portie tot zover aangevuld worden uit zijn allodiale goederen. Aan zijn neve jhr Otto laat hij na het huis, erf en boomgaert, waar hij testateur in woont, wesende eensdeels leen van de abt van Middelburg, mitsgaders de capel aan de parochiekerk alhier in den Haghe. Zijn zuster Catryna ontvangt dit huis en de capel in vruchtgebruik haar leven lang. In eigendom ontvangt zij het huis en erf daar mr Willem van Sevender nu in woont. Verder ontvangt zij alle Eduardus rose nobelen die hij zal nalaten. Hij memoreert dat hij aan jhr Otto bij diens huwelijksvoorwaarden met de dochter van Cruyningen tal van goederen toegezegd had, mits uit dit huwelijk kinderen geboren zouden worden. Daar er uit het huwelijkalsnog geen kinderen gekomen zijn, bepaalt hij, dat indien er geen kinderen komen bij deze huisvrouw, al zijn goederen hem besproken, zullen komen op zijn voorzoon Cornelis van Assendelft, geprocreert bij Geertruyd van Bergen, zijn overleden huisvrouw