47 resultaten

1544-11-23 |

R.A.H. Coll Aanw 122 Caput Vriesland fol 88v-93, fol 93-95
Jaartallenindex

Cornelis van Bergen, heer tot Zevenbergen etc verkoopt aan vrou Hillegont van Alckemade, weduwe heer Cornelis Cruesinck heer van Benthuizen, ridder, een erfelijke rente van 100 Kar gld per jaar van 40 gr Vls, losbaar met 1600 Kar gld, onder verband van zijn duynen, wildernissen, thienden en andere goeden tot Eemskerke, Oosthuizen, Etershem, Noordeloos, Nieucoop en Zevenbergen. Hij machtigt Willem van der Criep, Cornelis Herpersz van Haeften en Adriaen van Lavelt, procureurs, postulerende voor den Hove van Holland, om deze rente te vestigen. Op 1545-08-05 beleent de keizer vrouwe Hillegont met deze rente, haar zwager Roelof van Donghen doet de leeneed voor haar. Op 1545-08-07 verleent het Hof op verzoek van Adriaen van Lavelt als procureur van Cornelis van Berghen, willige condempnatie op deze belasting

leenmannen: mr Cornelis Zuys, onse Raad ordin, Otte van Egmondt, Hendrik Cruesinck heer van Benthuizen, Cornelis Barthouts; Raadsluiden van Holland: heer Abel van Coulster, ridder, mr Balthasar van Hoghenlande, heer Guyleyn Zegers heer tot Wassenhoven, ridder, mr Ypolitus van Persyn, mr Willem Snoeckaert, mr Cornelis van Weldam, heer Gerrit van Renesse, ridder; Gerrit heer van Assendelft stelt zich borg voor de betaling

1518-06-16 | Heemstede

R.A.H. Coll Aanw 242 fol 667 en 669/Mem Sandelyn fol 318, 319
Jaartallenindex

compareerde voor den Hove van Holland Johan heer tot Heemstede die verklaarde an Jan Claes Alewijnsz tot Leyden te verkopen een eeuwige rente van 50 £ van 40 gr sjaars. Onderpand: 1) die duynen behorende onder de heerlijkheid van Heemstede ende Mathys oudt Jansz nu bruikende is om 110£, 2) een stucke weylandts oick aldaer an t huijs tot Heemstede leggende, geheten "de Steencamp", groot 16 maden, geldende sjaars 30£. Ende bruijct als nu Willem Bommer, 3) een stucke lants genaempt "den jonge Boogaert", geldende sjaars 11£, bruict Jeroen Pietersz. Borg voor hem: Augustyn van Teylingen. Zij verzoeken condempnatie hierop voor het Hof die verleend wordt. In de volgende akte verkoopt Johan here tot Heemstede aan Isaack Alewijnz, burgemeester tot Leyden, een eeuwige rente van 50£ sjaars, verzekerd op dezelfde goederen. Losbaar met 800 £. Eveneens onder borgtocht van Augustyn van Teylingen

1500-11-16 |

R.A.H. Coll Aanw 111 Caput Z.H. fol 222v, 224v
Jaartallenindex

compareerde voor den Hove van Holland jvr Ursule van Nyenvelt, met haar broeder Willem van Nyenvelt als voogd, en erkende schuldig te zijn aan Maximiliaen ende jvr Cateryne Numans, beyde getroude kinderen van wijlen mynheer audenchier mr Gerardt Numan, gewonnen bij jvr Cornelie van Outheusden, een lijfrente van 10 gouden Phil gld sjaars, verzekerd op sekere lant leengoets liggende achter Dycxhoorn, leengoed van Holland. Te weten een woning met haar toebehoren, gelegen in Delfland, op die Harnesse, ende is groot 30 morgen land, oost: Gerrit Symonsz, Touwe Henricsz, Dierick Coenenz, zuid: die Womkade, west: loes wateringe, noord: Wigger Isbrantsz, Gerrit Symonsz. Met het verzoek aan de aartshertog om de belasting van dit leengoed te confirmeren. Het Hof geeft willige condempnatie op deze akte. Op 1500-11-17 confirmeert Philips deze akte, en verzekert Maximiliaen en jvr Cornelie in deze douairie te handhaven

by mr Gerrit van der Mye, Adriaen van Hogestein, Raadsluiden van Holland; get. J. Nesse

1509-06-05 |

R.A.H. Coll Aanw 114 Caput Zeeland, Voorne fol 32
Jaartallenindex

Karel oorkondt alsoo onse lieve en getrouwe Raad, Camerling en ridder van onser ordene van den gulden Vliese, mr Johan heere van Cruningen, Heemvliet etc om te volkommen seecker acte van condempnatie bij hem gepasseerd voor den president en luyden van onsen Groten Rade te Mechelen, roerende een rente van 100£ van 40 gr Vls sjaars, in 2 termijnen te ontvangen door onsen lieven en getrouwen tresorier generael van allen onsen finantiën en Domeinen Roelandt le Fevre heere van Teemseke, voor onse leenmannen van Holland en van Voorne, gehypothequeert en tot onderpand gesteld heeft zijn heerlijkheid van Heenvliet, in hoghe en laghe, met tienden, landen, uitgorssen, aenwassen, bedyckt en onbedyckt, met wintmolen, visscheryen, bepotinge, leen van Holland en van Voorne. Verklaren deze heerlijkheid executabel voor de betaling van de voors. rente. Karel confirmeert de vestiging van deze rente en de verbondenheid van de heerlijkheid Heenvliet hiervoor (vgl 1509-04-23)

Jan van Duvenvoorde, Dirck van Boneem, Gillis Jansz, Pieter Bouwensz, leenmannen

1538-08-12 |

R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 92v-94v
Jaartallenindex

Karel oorkondt dat voor zijn stadhouder van lenen Jehan van der Eynden als gemachtigde (dd7 augustus j.l. te Brussel) van heer Heyndrik van Hoorne, jonge heere van Gaasbeeek, burchgrave van St Winoxberge, bij consent van zijn broeder jhr Maarten van Hoorne heer van Heese, overdraagt een eeuwige jaarlijkse rente van 400 gouden Kar gld te lossen den penninck 20, aan zijn neve joncker Robbrecht jonge grave van der Mercke, Arenberge, heer van Egremont. Gevestigd op de overtocht tot Voorburg, de molen tot Voswyk, de landen, coren- en smaltienden van der Made in onsen lande van Holland, zoals heer Hendrik die van de grafelijkheid in leen houdt. Karel beleent vervolgens joncker Robbrecht met deze rente. Daar deze onmondig is, doet Fop Willemsz, rentmeester van zijn vader de graaf van Arenberg, de leeneed voor hem. Op 1538-09-10 geeft het Hof van Holland willige condempnatie op deze rente

heer Zegelyn van Alveringen, heer tot Hofwegen, ridder, mr Barthoud van Assendelft, secretaris ord. in den camer van onsen Rade in den Hage, Cornelis Barthouds, leenmannen

1518-07-05 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Kennemerland fol 6, 9, 9v, 10v
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat vrouwe Marie, vrouwe van Sevenbergen, van Nyencoop, van Noerdeloes etc en heer Maximiliaen van Bergen, here tot Sevenbergen, Heeswyck, Grevenbroeck, voor hem zelf en als voogd van zijn vrou moeder voorgen. en bekennen wel en deugdelijk verkocht te hebben aan vrouwe Alyt van Kijfhouck, douaigiere van Assendelft, vrouwe te Besoyen, tot Cralingen, de somma van 125£ van 40 gr Vls sjaars, losbaar met 2000£, verzekerd op al hun goederen, speciaal op de goeden van Heemskercke, op de hoge heerlijkheid van Oosthuysen, Etershem. Marie en Maximiliaen geven volmacht aan onsen getrouwen dienare Aernt Jansz van der Sluys, om namens hen hun voors. heerlijkheden voor het Hof van Holland te verbinden. Datum als boven. Op 1518-07-15 vrijwillige condempnatie van het Hof op deze rentevestiging. Op 1518-07-17 beleent Karel vrouwe Alyt van Kyfhoek douagiere van Assendelft met deze rente op de genoemde goederen

Jan van Bacs, ridder, Claes van Bochoven, Aernt van Wyck van den Berge, leenmannen; 1518-07-15: myn here die president heer Floris van Wyngaerden, ridder, mr Abel van Coulster, mr Jacob Mauwerensz, mr Joost Sasbout, raadsluiden van Holland; 1518-07-17: present: mr Joost Sasbout, onse Raad ordinaris, Ysbrant Jansz, Cornelis Baerthouts

1511-02-20 |

R.A.H. Coll Aanw 113 Caput Putten fol 34v
Jaartallenindex

op den dach van huisen soo compareerde voor den Hove van Holland Joost Joris de bastaertszoon van Brederode en bekende verkocht te hebben aan Willem Oom van Wingaerden, zijns moeders man, een erfelijke rente van 4 £ Vls sjaars op ⅓ deel van ¼ deel van ⅙ deel van de hoge-, middelbare- en lage heerlijkheid van Middelhernisse, die Joost in leen houdt. Losbaar den penning 16, te weeten met 64£. Joost is van plan een reis te doen naar Jerusalem. Indien hij onderweg sterft, zal Willem deze rente behouden, mits daarvan 3£ sjaars betalende aan Adriaen Claesz de Milde die hij deze rente verkocht heeft op hetzelfde goed. Sterft Willem dan zal t voors. goed gaan waar het van rechtswege behoort met de last van de voors. 7£ gr Vls. Keert Joost terug, dan zal hij het goed mogen aanvaarden met de voors. last. Joost verzoekt het Hof willige condempnatie op deze verkoop, waaraan het Hof voldoet

bij myn Heere de president, meesters Jacob Ruisch, Floris van Wingaerden, Jan van Duvenvoorde, Jacob Bouwens, Raadsluiden van Holland, get. J. Hendriksz

1529-03-01 |

R.A.H. Coll Aanw 118 Caput Arkel, Putten fol 31v, 33v
Jaartallenindex

compareerde voor den Hove van Holland Adriaen Ruychrock van de Werve, verklarende dat hij heeft vercoft aan Andries van Bronchorst heer van Schoot, zekere percelen van vrije Vronen: 1) een stuck vrye Vroene groot 48¾ gemeten, 2) een dergelijk perceel groot 48¾ gemeten, al gelegen in Middelharnisse, 3) 6 gemeten 231 gemeten oock vrije vroenen in de Oestmoer in onser Vrouwenpolder ende der Stadt, en voorts alle vronen die hem toebehoren in Middelhernisse, 4) 168 roeden dyckerslant in de landen van de Stadt, 5) 6 gemeten 94 roeden dyckerslant gelegen in onse Vrouwenpoldere ende den oostmoer in den lande van Putten. Daarvan de voors. Andries van Bronckhorst bedinct heeft behoorlyk van waer-borgtocht. Hij verbindt hiervoor zijn persoon en goederen, speciaal zijn deel in de heerlijkheid Middelharnis, te weten ⅙ deel en ¼ deel van deze heerlijkheid, als maelerijen, tienden, veren, visscherij, ommeloopen, dycken, rantsoenen, jaerschot etc. Hij verzoekt hierop willige condempnatie van het Hof. Op 1529-04-08 confirmeert Karel deze akte

by den here van Malle als stadhouder v.d. lenen, heer Gerrit here van Assendelft, ridder, 1e raad in den camer vd Rade, mr Jasper Lievensz v.d. Hooglande, ridder, Raad ordinaris, mr Anthuenis van Bronckhorst, Jacob Coppier, getekend Cornelis Barthouts, leenmannen v.d. Leenhove van Holland

1522-01-28 (1521) |

R.A.H. Coll Aanw 243 fol 269v/Mem Hof van Holland
Jaartallenindex

zijn gecompareerd voor mr Jasper Lievynsz als commissaris hiertoe door den Hove van Holland gecommitteerd, met Jasper Beaumont als secretaris, Coert Oudeman als impetrant, mit Floris van Boschuijsen, zijn assistent, ter eener-, en Adriaen Gerytsz, burgemeester nu ter tyt der stede van Leiden en zijn broeder Jacob Gerritsz, met mr Cornelis Zael als hun dvocaat en procureur, ter andere zijde. Diewelcke Adriaen en Jacob, gebroeders, het proces aengevairt hebben t welck de voorn. Coert Oudeman voor den Hove begonnen hadde tegens wijlen de weduwe van Pieter Henricsz Allekeij ende die voogden van Cornelie Pieter Henricsz weeskint, als gedaagden, in zulken state als t proces is. Ende verclaerden voor den commissaris dat zij zijn tevreden dat de condempnatie ofte absolutie als nae rechte uit decideren van t proces geschien sal, gedaen worden tot hieren schade ende bate, gelyck alst geweest zoude hebben tot schade en bate van de voors. weduwe en weeskint. Waarvan Court Oudeman begeert acte

1542-03-10 (1) |

R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. (?) fol 290
Jaartallenindex

Jasper van Hogelande, Willem Pynsz, Raden Ord. in den Hove van Holland, Willem van der Criep, procureur postulant idem, oorkonden dat Godtschalck van Outheusden, ambachtshere van Alblasserdam, voor hem zelf en als voogd van de onmondige kinderen van zijn broer Jan van Outheusden, verklaart dat zijn broer uit hun beider naam op 1540-04-27 een accoord en overeenkomst gemaakt heeft met de heer van Assendelft als volgt. Aangezien hij zich verplicht heeft om zich tot betaling van de vastgestelde renten aan de heer van Assendelft door het Hof van Holland te doen condempneren, vestigt hij deze rente van 175 Kar gld bij condempnatie door het Hof. De erfelijke rente van 200 Kar gld vestigt hij voor stadhouder en leenmannen op de heerlijkheid van Alblasserdam. Godschalk machtigt vervolgens Jasper van der Mota en Adriaen van Lanelle, procueurs postulerende voor den Hove, om deze rente van 200 Kar gld voor de stadhouder en leenmannen te constitueren evenals de voors. rente van 175 Kar gld (vgl 1542-04-27 en 1542-12-09)

bezegeld door Jasper v.d. Hogenlande en Willem van Criep; ondertekend door Jasper Lievinsz van Hogelande, Willem Pynsz