47 resultaten

1519-11-21 |

R.A.H. Coll Aanw 116 Caput Kennemerland fol 18
Jaartallenindex

Karel oorkondt dat voor mr Nicolaus Everardi, president van onsen landen van Holland in absentie van onse stadhouder-generaal de grave van Nassau etc, gecompareerd is heer Willem van Alcmade, ridder, als gemachtigde van Jan van Heemstede heer van Liesveld (procuratie 1519-11-13) en daarop de condempnatie van heden, gepasseerd voor het Hof van Holland, en verzoekt geconfirmeerd en geapprobeerd te hebben alsulcke eeuwige erfelijke renten van 500 R gld, losbaar met 8000 R gld, die Jan van Heemstede schuldig is aan Jacob van Recourt heer van Liques, syn scoenbroer, als man en voogd van jvr Philippa van Heemstede, geassigneerd op huis en heerlijkheid van Heemstede. Karel confirmeert deze bezwaring uit alle des voor Jan van Heemstedes haer broeders goeden, leen of eigen en beleent jvr Philippa ermede. Adriaen van Dorp als daartoe verzocht de eed voor haar, welverstaande dat haar man Jacob Van Requiort binnen sjaars zelf de eed zal doen. Op 1520-03-07 doet Jacob Van Recourt zelf de eed in handen van de graaf van Nassau

mr Frans Nicolaesz, Cornelis Anthuenisz, secretarissen in onsen Camer v.d. Rade, Cornelis Barthouts, Marinus Symonsz; 1520-03-07 (1519): Vincent Dammas, clerck ord. in de Camer v.d. rekening, Cornelis Barthouts, mr Cornelis Anthuenisz, leenmannen van Holland

1542-03-10 (1) |

R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. (?) fol 290
Jaartallenindex

Jasper van Hogelande, Willem Pynsz, Raden Ord. in den Hove van Holland, Willem van der Criep, procureur postulant idem, oorkonden dat Godtschalck van Outheusden, ambachtshere van Alblasserdam, voor hem zelf en als voogd van de onmondige kinderen van zijn broer Jan van Outheusden, verklaart dat zijn broer uit hun beider naam op 1540-04-27 een accoord en overeenkomst gemaakt heeft met de heer van Assendelft als volgt. Aangezien hij zich verplicht heeft om zich tot betaling van de vastgestelde renten aan de heer van Assendelft door het Hof van Holland te doen condempneren, vestigt hij deze rente van 175 Kar gld bij condempnatie door het Hof. De erfelijke rente van 200 Kar gld vestigt hij voor stadhouder en leenmannen op de heerlijkheid van Alblasserdam. Godschalk machtigt vervolgens Jasper van der Mota en Adriaen van Lanelle, procueurs postulerende voor den Hove, om deze rente van 200 Kar gld voor de stadhouder en leenmannen te constitueren evenals de voors. rente van 175 Kar gld (vgl 1542-04-27 en 1542-12-09)

bezegeld door Jasper v.d. Hogenlande en Willem van Criep; ondertekend door Jasper Lievinsz van Hogelande, Willem Pynsz

Appelman | 1622-08-31

R.A.H. O.R.A (?) 2100 fol 127v
Achternamenindex

Jacob van der Nieuwstadt, baljuw en schout, Pieter Jellen Dirck Pietersz, Clement Symonsz en Gerrit Reyersz, schepenen oorkonden dat op 1620-12-15 bij executie alhier verkocht is geweest aan Sybrant Appelman en Jacob Aelbertsz beide woonachtig op die Houwe, land en boomgaard op Die Houwe, in de Corte Hopstraat; belend oost: de straat, zuid : de erfgenamen van Harman Jansz swaertveger, west: Jan Cornelisz Vuijtten Hage en Jan Ariensz Snoecks erven, noord: de koper Appelman; belast met een erfpacht van 5 gld per jaar tbv van de graaf van Holland. "Toebehoord hebbende aan Philips Pietersz, metselaar. Uyt kracht van zekere condempnatie verkregen bij Jacob Jacobsz Bontenos ten laste van de voors. Philips, ter somme van 100 gld metten interesse vandien, ter zake van custingpenninghe vervallen in het jaar 1620. Ende dat voor de somme van 637 gld 10 st die voors Appelman en Jacob Aelbertsz te berde gebracht hebben. Dit goed wordt hun thans opgedragen voor schout en schepenen"

Egmond binnen

1536-06-14 |

R.A.H. Coll Aanw 117 Caput N.H. fol 413, 417v
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat Aelbrecht van Raephorst, schildknape, erkende verkocht te hebben aan Adriaen Jansz, brouwer tot Leyden, een vrije rente van 72 Kar gld ter losse elck £ met 100 Kar gld of 1200 Kar gld in eens. Onderpand: 1) een wooninge ende lande gelegen in den ban van Wassenaer, die nu ter tyt bewoont en gebruyckt wordt bij Jacob Jansz, oost: die Horselaan [Horstlaan ?], west: Neel wordt niet die goet [!], noord: Raephorster duijn, zuid: die banwateringe. Geldende nu ter tyt 72 Kar gld en zekere capoenen per jaar, 2) noch een croft seecker ende oost uyt niet dat zuydervelt [!], 3) 4 morgen lants genaamd de Koecamp gelegen aan de westzijde van de voors. Aelbrechts huysinge, ende nu ter tijt bruict Boyen Jansz, schout van Wassenaer, om 8 Kar gld. Adriaen Jansz zal zelf uit de pacht jaarlijks de 72 Kar gld mogen innnen. Zijn zoon Herpert van Raephorst consenteert in alles als naeste leenvolger. Tot meerder zekerheid zal er acte van condempnatie voor den Hove van Holland gepasseerd moeten worden, waarvoor Aelbrecht als porcureurs stelt Willem Pietersz [Criep] en Jan Paets. Op 1636-08-21 confirmeert de keizer deze akte en beleent Adriaen Jansz, brouwer, met deze rente

Adam van der Duyn, Cornelis Barthout Jansz, Willem Pietersz Criep, Bartoud van Outenae, leenmannen

1542-09-23 |

R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. 251v-253
Jaartallenindex

keizer Karel oorkondt dat hem vanwege heer Carel van Bernemicourt, ridder, heer van Thieloye, als man van vrouwe Florenche van Heemstede, ter eenre, en Roeland heer van Heemstede, ter ander zijde, vertoond is zekere transactie tussen hen beiden gepasseerd, eerst voor mr Jan Lettin, secretaris ord. en griffier v.d. Grote Raad, dd 15 augustus l.l, daarna voor de Grote Raad, 5 september j.l. Roeland beloofd heeft te ratificeren en approberen een contract van coop dat hij op 1535-02-19 gemaakt had met wijlen heer Franchois van Heemstede van Liesvelt, wijlen zijn oom, van den huyse, heerlijkheid en land van Liesvelt, waarbij Roeland ook beloofd had, dat hij indien hij zonder descendenten overleed, alsulke 3400 Kar gld, die hij gereed van de heer van Thienloije ontvangen zal, wederom gerestitueerd zullen worden aan de heer van Thienloye, met als onderpand zijn goederen. Jan Willem als procureur van de heer van Heemstede verzoekt nu het contract van koop van t huys en goeden van Liesveld, zoals tussen heer Franchois en voors. Roeland gesloten was. En ook de constitutie van hypotheque beroerende de restitutie van 3400 Kar gld, verzoekende condempnatie in dit contract. Dit wordt ook gevraagd door mr Frans van Geertsbergen als procureur van de heer van Thienloye. De keizer confirmeert dit contract

Raden en leenmannen: mr Joost Sasbout, Andries van Bronchorst, mr Cornelis Suijs, Jasper van den Hogenlande, leenmannen: Jacob van Busschuysen, Anthonne Lebucq

1532-02-26 |

R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Amstelland, Gooiland, Waterland, Zeevang fol 43v, 45v-48, 48-49v
Jaartallenindex

burgemeesters der stede van Amsterdam, bij goetdunken van de 36 Raden en Vroetschappen, geven volmacht aan de eersame Ruysch Jansz, mede burgemeester, tbv de welgeboren heer Reynoult here van Brederode te constitueren een eeuwige erflyke onlosbare rente van 560£ van 40 gr Vls, ter betalinge van de coop van ambachtsheerlijkheid van Slooten, Slooterdyk, Amsterveen en Osdorp. Verwezen wordt naar de akte gepasseerd op 1529-06-15 voor de griffier van het Hof van Holland, en het octrooi verworven 3 augustus l.l. Vervolgens compareert Heyman Jacobsz als ambachtsheer van Amsterveen en geeft volmacht aan Ruysch Jansz om de gekochte ambachtsheerlijkheden voor de betaling van de rente te verbinden; 1532-04-26: Ruysch Jansz compareerde voor den Hove van Holland zeggende dat here Reynout van Brederode gerenuncieert had van alle instantien en processen voor den Hove van Holland, van zekere limieten die de heer van Brederoede pretendeerde te hebben binnen en neffens de voors. stede van Amsterdam en ter cause van de ambachtsheerlijkheid van Amsterveen. En dat hij die ambachtsheerlijkheden verkocht had voor een eeuwige onlosbare rente van 560 Kar gld. Het Hof van Holland verleent willige condempnatie op de constitutie van deze rente; 1532-05-04: Karel confirmeert de akte gepasseerd voor het Hof van Holland in zake de vercooping van de ambachtsheerlijkheden van Amsterveen, Slooten, Slooterdyck en Oosdorp (1531-10-09)

Allart Andries Boelenz.z, Cornelis Heindricsz Loen, Pieter Colijn, burgemeesters, get. D. Wouters; 1532-04-26: heer Gerit van Assendelft, 1e Raad presiderend, heer Jan van Duvenvoorde, here tot Warmond, ridder, mr Franchois Cuebel, mr Joost Sasbout, mr Arent Sandelyn, mr Willem Pynssen, Raadsluiden van Holland

1539-09-23 |

R.A.H. Coll Aanw 122 Caput Kennemerland fol 24-27v, 28v, 30v
Jaartallenindex

Cornelis van Bergen, bisschop van Luik, hertog van Bouillon, grave van Burch Loen, heer tot Zevenbergen, Grevenbroec, Heeswyk, Heesbeen, Noordeloos, Nieucoop, Heemskerck, Oosthuizen, ter Schellinge etc. oorkondt dat hij vercoft heeft aan jvr Catharina van Assendelft, vrouwe douagiere van Helmond, een rente van 216 Kar gld per jaar, losbaar met 3456 Kar gld, speciaal verzekerd op zijn goeden tot Etershem, Eemskerck en Oosthuysen, Noordeloos en Nyeucoop. Daar men in Holland geen leengoed mag belasten zonder consent van de leenheer, stelt hij Willem van den Criep, Adriaen van Lavelt en Jan Jansz mitten kinderen, procureurs in den Hove van Holland, om uit zijn naam voor het leenhof te compareren en ook voor het Hof van Holland om zich in deze rente te laten condempneren. Op 1539-11-03~ geeft het Hof deze condempnatie. Op 1539-11-03 oorkondt de keizer dat Adriaen van Lanelt, procureur als voren, tbv jvr Catharina van Assendelft opdroeg een jaarlijkse rente van 216 gouden Kar gld ter losse met 3456 Kar gld, en dat hij haar beleend heeft. Philips van Uytwijk, secretaris van den Hove van Holland, doet als haar gecoren voogd de eed. Op 1640-11-22 wordt deze brief gecasseerd, als afgelost door den advocaat van der Meer van Berendrecht, als executeur van den testament van den overleden heer van Marquette

get. Cornelis; R. Steynemolen; leenmannen: mr Willem van Zevender, Cornelis Barthouts, Willem Criep

1517-02-21 (1516) |

A.R.A. 490 no 243/Sent. Hof van Holland
Jaartallenindex

Heynrick van Heuckelom, exploictier van den Hove in naam en ten verzoeke van den heer van Montfoort, impetrant, aan d'een zijde, contra Pieter de Cock van Opijnen als voicht van den weeskint van Willem de bastert van Heenvliet ende als zulcx aengenoemen hebbende de arrementen van desen sake ende proces tegen de voirs. wijlen Willem de bastaert, gedaichde, begonnen, ter andere, allegerende de impetrant dat Anthonis van Eversdijck vercoft heeft gehadt bij acte van condempnatie van desen Hove ende voir den stadhouder ende leenmannen der graeflicheyt van Hollant de voors. Heere van Montfoort 6£ gr Vls sjaers ende die geypotekeert ende versekert op zijn goeden ende heerlicheyt van Eversdijk, te weten op 289 gemeten ambochte met vogelrye, visscherije, malerije ende alle zynen toebehoeren. Er kwam een achterstal in de betaling waarop de heer van Montfoort letteren van executie ontving, waarop verkoop van het goed plaats had. Kooper werd Pieter Jansz van Hoeykenskercke voor 26£ gr Vls (het goed bleef belast met de voorn. 6£). De heer van Montfoort beloofde de kooper "te decreteren", waarop Anthonis van Eversdyck en Willem de bastaert van Heenvliet als opposant tegen de voirs. vercopinge, gedachvaert werden. Willem voors. zegt dat hij meer dan 4 jaren geleden die voors. 89 gemeten ambochts van Anthonis gekocht had met toestemming van de leenheer en dat hiermede de hypotheek van de heer van Montfoort teniet gegaan was (de hypotheceering geschiedde in 1503, en de verkoop aan Willem in 1506). Het Hof verklaart de oppositie van waarde en weigert den impetrant het gevraagde decreet

1537-09-06 |

R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 50, Coll Aanw 121 Caput Z.H. fol 37v
Jaartallenindex

Karel oorkondt dat onse lieve en getrouwe Raad in de Camere van onsen Rade in Holland mr Joost Sasbout, ons heeft doen vertonen dat hij op 1520-03-27 (1519) van ons vercreeg brieven van confirmatie en verlij namens zijn huisvrouw juffr. Catherina Pietersdochter van een losrente van 16£ gr Vls per jaar, hem vercoft en gehypothekeert bij wijlen Pieter van Roon op de heerlijkheid en goeden van half Pendrecht en op zijn heerlijkheid en goeden van Roon, breeder blijkende bij acte van condempnatie voor het Hof van Holland dd 1519-09-24. Te houden deze rente zoals men de heerlijkheid en goeden van half Pendrecht met haar toebehoren van ons houdende is. Daar de genoemde brieven niet de goederen van wijlen Pieter van Roon nader specificeren, waarover mr Joost Sasbout moeilijkheden vreest, verzoekt hij verlij te doen zoals wijlen Pieter van Roden gedaan. Ende overmits dat deselve akte ende verlij mit meer andere brieven in den grooten excessiven brant die tot Delft geschiede den 1536-05-03 (verloren zijn gegaan), zo hij affirmeert verbrant sijn, verzoekt hij andere brieven van verlij voor de losrente van 16£ per jaar bij wijlen Pieter van Rooden den voors. Catheryn Pietersdochter gedaan, nl uit de heerlijkheid en goeden van half Pendrecht en de heerlijkheid en goeden van Roeden. Hij verkrijgt deze en zij doet daarop de eed. Twee akten met dezelfde inhoud. In margine van de ene staat dat deze brieven behoren geregistreerd te staan in het Caput Z.H, in de andere akte in margine: op huyden van ... December 1547 deed mr Aernt Sasbout, Raad Ord. in de Camer v.d. Rade de eed voor zijn moeder jvr Catherina Pietersdochter, weduwe van mr Joost Sasbout, in zijn leven Raad en 1e chancelier van Zyne Maj. in den lande van Gelre

mr Jacob de Jonge, heer tot Baerdwyk, Raad van de keizer en mr v.d. rekencamer, Heyman van den Ketel, ontfanger v.d. espargne, leenmannen

1538-07-09 |

R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 103-108v
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat Aelbrecht van Raephorst, schiltknape, erkende verkocht te hebben aan Adriaen Jansz, brouwer tot Leiden, een rente van 66 Kar gld per jaar, ter losse met 1100 Kar gld eens. Tot onderpand stelt hij 40 morgen lands, ende bruiken nu ter tijd de erfgenamen van Jan van Deyl, Jan Dirck Gerrits, Joost Willem Engelsz weduwe, belend west: die Horstlaan, oost: Raaphorst Vaertssloot, zuid: die wateringe, noord: Raaphorstduyn. Maria van Foreest, huisvrouw van Aelbrecht van Raephorst, mitsgaders haar oudste zoon Herper van Raaphorst verklaren wetenschap te hebben van zekere constitutie van renten van 12£ gr Vls per jaar, ter losse van 1£ met 100 Kar gld, bij de voors. Aelbrecht van Raephorst vercocht aan Adriaen Jansz, brouwer tot Leyden in de maent juni 1536, blijkens de constitutiebrief, ende bovendien nu de voors. rente van 66 Kar gld per jaar. Welke rente van 12£ gr sjaars bij consent van de keizer als grave van Holland gehypothequeert zyn op de leengoederen van haar man Aelbrecht van Raephorst. Omdat zij weet "dat de constitutie van beide renten bekeert en geconverteert zijn geweest so wel in haars selfs als van haren mans en soons affairen, onderstand en behulpzaamheid", zo doet zij afstand van haar recht van hypotheek tbv haar douarie op deze goederen gevestigd. Zij verzoeken den keizer deze belasting van leengoederen te consenteren en bieden aan hierop willige condempnatie door het Hof van Holland te verwerven. Op 1538-11-08 beleent Karel Adriaen Jansz, brouwer, met deze rente van 66 Kar gld, verzekerd op 40 morgen waarvan gebruikers zijn: de erfgenamen van Jan van Deijl, Jan Dirc Gerritsz, Boijen Jansz, schout tot Wassenaer, Gerrit Dirck Gerritsz, jonge Aernt Willemsz, Dirricken Joos Willem Engelsz weduwe, te houden zoals Aelbert van Raaphorst de hofstede van Raephorst van ons houdt

Nicasius Hanneman, Claes Adriaensz, Willem Pietersz, leenmannen; 1538-11-08: Cornelis Barthouts, Willem Criep, Anthonne Lebucq