11 resultaten
1403-01-23 (1402) | Vronen
R.A.H. Coll Aanw 47 (48 ?) fol 26/Reg Albrecht II fol 17v
Jaartallenindex
hertog Albrecht geeft ten vrijen eigen aan Pieter Garbrantssoen die helft van 3 morgen lants gelegen tot Vroene tusschen den Staelsloet ende Janninghewal ende hi van ons tot eenen erflien te houden plach. Hij betaalt hiervoor 20 Gelderse gulden
1442-04-11 | Westzaan
R.A.H. Coll Aanw 101 Caput Kennemerland fol 6v/fol 2v
Jaartallenindex
verlyde myn Heer Claes Gherytsz die helft van Claes Remkescamp, ligghende in den ban van Westzaenden, ende belent heeft Jan Claeszoen aen die noortzyde, Jan Garbrantssoen aen die zuytsijde. Tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden met een snoek of 5 schell Holl. Te voren leen van Margaretha van Bourgondië
1389-01-25 (1388) | Heiloo, Oesdom
R.A.H. Coll Aanw 45 fol 501v/Reg Albrecht IV fol 287v
Jaartallenindex
hertog Albrecht geeft aan Reymbrant Garbrantssoen om dienst wille etc een landekyn gheheten Olpendijc ende Hoghe Venne mit sinen toebehoren, ghelegen in den ban van Oesdem ende binnen den ban van Heylo, welck lant voers. hi ende sinen nacomelingen van ons etc houden sullen tot enen onversterfeliken erfleen etc
1438-04-22 |
R.A.H. Coll Aanw no 100 fol 88
Jaartallenindex
Pieter Jan Heynenzoon, schout van Oesthuysen, oorkondt dat Egbert Claeszoen aansprak Adaemsvenne als zijn eigendom. Vanwege Gysbrecht van Vyanen trad op Dirck Garbrantssoen om het als diens eigendom op te eisen. De zevenen maakten daarop uit dat het eigendom was van Ghysbrecht. Daar hij zelf geen zegel heeft, zegelt Dirck Woutersz, cureit ende priester van Oesthuysen, voor hem, opgedrukt
1385-06-03 |
R.A.H. Coll Aanw 45 fol 379v/Reg Albrecht IV fol 225
Jaartallenindex
soe ontfenc Willem Garbrantssoen van minen heer 3 maeden lants leggende buten dijc in den Hem, metten husinghe ende twee stucken lants twisschen den werve ende den dyck, ende den camp, voert huijs, metten weghen, ende him aenquamen van Margrieten, synre moeder, te houden in allen manieren alst sijn moeder van minen Heer te houden plach, dat is te verstaen tot enen onversterfelike leen
1430-09-26 | Alkmaar
Cartul Reg St Jan Heiloo fol 186v
Jaartallenindex
schepenen in Alcmair oorkonden dat Pieter Garbrantssoen, Jan Janssoen die barbier en Jan Jan Jacobssoenssoen als gasthuismeesters van Alcmaer, als zoodanig verkocht hebben aan de broederen van St Franciscusoerde wonende in den ambacht van Heyligheloe bi Cranenbroeck, een stuck weijdelands gheleghen binnen der vrijhede van Alcmair in Verrenbroeck after Heynen. Daar lenden of syn an die zutside Symon Janszoen mit sijn stipkinderen, ende an die noortside die broederen voirscr met Fye Dirck Pieterszoens weduwe streckende metten westende op Berghermeer
Jan Bartout en Adam Claessoen, schepenen
1391-07-01 | Alkmaar
R.A.H. Coll Aanw 46 fol 24v/Reg Albrecht V fol 15
Jaartallenindex
de hertog vergeeft aan Rembrant Garbrantssoen van der Couster alle bruecken ende misdaet die hi tot desen dage toe tiegens ons misdaen mach hebben, ende daer toe vergeven wi denghenen die om sinen wille verdreven worden, ende bi him tot Alcmaer op tie geest waren doe hi uijt onsen lande ruijmde. Hij mag ook in zijn goederen en renten terugkomen uytgeset sulc tilbaer goet als wi Dirc van Poelgeest gegeven hebben ende daer hi onse placter of heeft. Ook ontvangt hij de hem ontnomen brieven terug
1380-12-31 | Heemskerk
R.A.H. Coll Aanw 92 fol 147v Caput Kennemerland/Reg Albertus XVIII; R.A.H. Coll Aanw 45 fol 317/Reg Albrecht IV fol 188
Jaartallenindex
leen van Heemskerk: hertog Aelbrecht beleent Jan Claeszoen met sulck goet als hij van Heeren wouter van Heemskerck te houden plach tot een onversterfelijk leen, immer man voor vrouw, dat is te verstane van sijnen eyghelycken goede twie gheerse landts in Borchgherdinghemade, daer lenden of is Dirc Haeskenzoen aen die noertzyde, ende Wouter Clinckaert aen die zuytsijde, binnen den ban van Heemskerck. Te verheergewaden met 5 schell Holl. Ander fiche: Ende een mat lants in Breetweer, daer lenden of is Dirc Claissoen aen die noertside ende Willem Garbrantssoen an die suytside, binnen den ban van Heemskerk, te houden ten onversterfelijken leen, etc
1386-12-21 |
R.A.H. Coll Aanw 45 fol 437v/Reg Albrecht IV fol 256 no 1685; Van Mieris III
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt dat hij in de zoen over Jacob Florijszoens dood bepaald had "dat een yghelyc zijn zoen betalen soude op sulken termijns als int segghen ghescreven staet, ende so wie des niet en dede dat soude wesen op die helfte meer". Daar Claes Jan van Loenenzoon niet betaald heeft, heeft de hertog nu "aenghetast een stucke lands gheheten die Zeghemade, die Claes Jan van Loenenszoen plach te wesen, also als hise ghemeen hadde mit Pieter Hughen Jonghe Claessoen ende met Jan Claes Hillenzoenszoen, welc lant wi voirt vercoft hebben Jan Floryszoen, onsen scout van Yedamme, die een helft bi heeren Bertelmeus van Raphorst, onsen baljuw van Aemsterlant ende van Waterlant om 31£, ende die ander helfte bi heeren Willem Garbrantssoen, proest van Berghen in Heneghouwen, onsen tresorier oec om 31£
1436-03-17 (1435) |
R.A.H. Coll Aanw no 100 fol 42v
Jaartallenindex
Pieter Garbrantszoen, scout van Scermer, oorkondt dat Henric Janszoen van der Beets hem heeft opgedragen van zijn eigen goed 4 mergen lants, tbv hertog Philips, dat gelegen is in den ban van 't noordteynde van Scermer, daar lenden af is noord: heer Roelant van Utkercken, zuid: Pieter Lubrechtssoen. Ende dit voers. lant is geheten Pyptgenswerve ende Batteley
Dirc Garbrantssoen, Jan Pieterssoen, Pieter Lubbrechtssoen, alse lenden ende buiren