Bedoelde u soms?
grietenbrug

10 resultaten

1484-02-04 (1483) |

R.A.H. Coll Aanw Caput N.H. …~ (zonder bron)
Jaartallenindex

Max. en Philips belenen onse getrouwe Raidt Jan van Rietvelt met seeckere duynen en waranden gelegen in onser houtvesterye van Haerlemmerhout, bij der beke van Hillegom, omtrent een halve mijle groot wesende, beginnende ten Grietenbrugge, oostwaarts tot Diericken Boomkens huys toe. Tot sulk een rechten leen als hij van ons houdende is die hofstede en huysinge [zie het voorgaande stuk (?? er is geen bron)]

Schoten, van | 1399-11-26

Van Mieris III p 710
Achternamenindex

hertog Albrecht beveelt "onsen knapen aen onsen houte Willem van Scoten ende Willem van Zaenden heren Woutersz, onsen clerc an den Haerlemmerhoute" zoveel veen af te meten tussen Grietenbrugge en 's Gravenweg als heer Gerrit van Heemskerk, zijn houtvester van Haarlemmerhout, aan wie hij dat verkocht heeft, wenst

Zaenden, van | 1399-11-26

Van Mieris III p 710
Achternamenindex

hertog Albrecht beveelt "onsen knapen aen onsen houte Willem van Scoten ende Willem van Zaenden heren Woutersz, onsen clerc an den Haerlemmerhoute" zoveel veen af te meten tussen Grietenbrugge en 's Gravenweg als heer Gerrit van Heemskerk, zijn houtvester van de Haarlemmerhout, aan wie het dat veen verkocht heeft, wenst

1399-08-28 |

Van Mieris III p 702
Haarlem Algemeen

hertog Albrecht oorkondt dat hij voor de schuld die hij aan zijn zoon [de graaf van Oostervant] heeft wegens de laatste tocht tegen de Vriezen, hem gegeven heeft ten vrijen eigen alsulken veen, alse wi leggende hebben, ende onvercofft is, twisschen t Manpat ende ons stede van Haerlem, ende twischen Grietenbrugge ende Lisserbeeck, die hem onse houtvester van Haerlemmerhout ofmeten sal

1639-01-26/28 | Heemstede

Inv Arch Heemstede no 2776 p 94
Jaartallenindex

rol van verpachting van de duinen en konijnenwaranden aan de grafelijkheid competerende: "Jan van Sanens duijn", beginnende aan Grietenbrugge, belend noord: de Brederodeduyn, oost: s Gravenburgerhout, west: Asselreduijn, zuid: de Kennemerbeek. Uytgesondert een cleijn stukje duin daarvan gesepareerd, oost: de Heemsteder heerweg, west: de wildernis van Brederode, zuid: de grafelijke wildernis in Hillegom, noord en oost: de woninge sGravemade en de "Corte Elst", welk stukgen duijns buiten deze verpachting is, laatst gebruikt bij Jan Willem Meynerden per jaar om 364£ en nu gepacht bij denselven om 364£. Het voors. stucktge duyns leggende en belend als vooren is in pachte gelaten voor den tyt van 20 jaren, aan de heer Adriaen Pauw, heer van Heemstede, ridder, op de generale condities vrij gelts voor de somme van 20£

1399-12-22 |

R.A.H. Coll Aanw 47 fol 632/Reg Albrecht V fol 363v/Van Mieris III p 711
Haarlem Algemeen

hertog Albrecht vergunt aan onsen gheminden Heere Gheryt van Heemskerc, ridder, te stoppen, te diken ende te weren alle vreemde wateren die op sijn veen wateren moghen, ghelegen twisschen Grietenbrugge [Margrietenbrugge lag over de Vogelezangerwatering voordat de trekvaart gegraven was en liep van het grafelijk huis Vogelezang tot in de Hillegommerbeek] en de Gravenwech [loopt van het huis Vogelezang over de watering naar de stad Haarlem] aen onse wildernisse van Haerlemmerhout, of dengenen die hij dat selve veen vercopen sal of van hem vercrigen, sonder ons of yemant van ons wegen hun dies te bewinden

1408-03-03 (1407) |

R.A.H. 52 fol 86v/Reg I fol 62v/v.R. no 43
Haarlem Algemeen

hertog Willem verkoopt aan Gheryt Albout ten vrijen eigen 10 morgen veens gelegen aen des Graven Wech op t'een syde ende onse wildernisse optie ander sijde, streckende aen beyde syden van der vaert die dairdoor gedolven is. Met verlof om te delven geliken den anderen veen die gelegen is tusschen Grietenbrugge ende des Gravenwech. Voert so syn voorwaarde dat dese veen wegen sal door onser wildernisse aen den Heerwech, ende dat hi wateren sal in die ghemeen wateringe die door den veen gaet tot Hairlem toe. Hij betaalt hiervoor 50 Eng. nobels

1408-01-21 (1407) | Heemstede

Ms Opstraeten van der Molen III fol 911
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt dat wijlen zijn vader in voorleden [tiden] vercoft heeft Gerrit Ryswijc van Catrynen van Berckenroe, sijne wijffs wegen, 5 mergen veens gelegen tusschen Grietenbrugge ende s Gravenwech, die wij verboden hadden te delven. Overmits dat wij onse consent daer niet toe gedaen en hadden soo is Gerrit Rijswijck voorn. mit ons overdragen om een somme gelts die wij by handen ons getrouwen tresorier Philips van Dorp, daeroff ontfangen hebben. De hertog consenteert dat Gerrit en zijn erven dit veen zullen mogen gebruiken, besigen, eens over delven met eenre grave ende niet meer. Des sellen sij desen effenen ende slechten also dat men met beesten etten mogen of met coerne saijen. Des sint voorwaerden dat men van dese voirs. veen die vaert ende wateringe sall houden die gedolven is van Hillegommerbeecke nederwaerts doirt Sant dat geheten is Verloren Cost, morgen morgen belijck met allen den venen die gelegen syn tusschen Hillegommerbeecke en s Gravenwech. Gegeven in den Haghe op St Agnietendach 1307 na den loop van onsen Hove [de akte begint met Willem bij der Gratie Gods palsgrave opten Rijn, Hartoge van Beyeren etc. De akte kan dus niet van 1307 zijn, maar is van 1407 = 1408]

1408-01-21 (1407) | Heemstede

R.A.H. 52 fol 85~/Reg I fol 61~/van Riemsdijk no 43
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt dat wijlen zijn vader verkocht had aan Gheryt Albout 7 ½ morgen veens tusschen Grietenbrugge ende t s Gravenweg, die wij verboden hebben te delven. En voir oic sedert die tijt vercoft hebben Gheryt voirs 5 morgen veens gelegen tusschen 't Mantpat (!) ende die Gasthuyslaen, die hij oic niet delven en moet buten onsen consent. Tegen betaling vergunt de hertog hem nu die uit te delven Oic synt voirwaerde dat men van desen voirs 7½ morgen veens die vairt ende wateringe sal houden die gedolven is van Hillegommerbeke dair dat sat dat geheten is Verloren cost, morgen morgen gelyck mit allen den venen die gelegen sijn twischen Hillegomerbeke ende t 's Gravenwech. In oirconde. Gegeven in den Hage op St Agnietendach 1407 sec. c. C. Item des gelycx van woirde te woirde hebben elck van den personen hiernae geschreven eenen brief datum et actum ut supra. Lijst van personen met de morgens veen die zij daar gekocht hebben: Willem van Scoten (10), Jan Lottynssoen (9), Floris Boudynssoen (2), Jan Wiggerssoen (3), Willem van Zaenden heer Woutersz (4), Willems kinder v.d. Woude (5), Gheryt Rijswijck van Kathelinen van Berckenrode sijns wijfs wegen 5 morgen gelegen tusschen Grietenbrug, Symon Suytvoet (8), Florens Hugenzoen (½), Gheryt Woutersoen (1), Huge Clayssoen (1), Heer Jan van Heemsteden (20), Philips van Cralingen (3), Gheryt van Berckenrode (1½), Florys Jan Scodyensoen (3), die heylegeest tot Haerlem (½), Allart Salomonssoen (6). Item die voirs Allairt gemeyn mit Jan Symons Ludekenssoen 2 morgen gelegen tusschen t Manpat ende des Gasthuyslane, Jan Eylaertssoen: een morgen gelegen tusschen t Manpat ende des Gasthuyslane mer dair en sal hi gene wech of hebben

1399-11-26 en 27 |

Van Mieris III p 710/Ms Opstraeten v.d. Molen III fol 1134
Haarlem Algemeen

hertog Albrecht verkoopt aan onsen geminden Houtvester van Haerlemmerhout Heren Gheryt van Heemskerc, also veel veens als hi nemen sel tusschen Grietenbrugge ende des Gravenwech, en beveelt aan onsen knapen van den Houte Willem van Scoten ende Willem van Zaenden Heren Wouterszoon, onsen clerc an den Houte voirs, dat sij Heren Gheryt voirn. of meten also veel veens, als hem gaden sal binnen den mercken voirs. De hertog belooft hem dit veen te waren, en ook dat diegene die den veen jeghen hem copen sal dat niemant over hem wateren en sal van Lisserbeek nederwaerts tensij bi oirlof ende consente Heeren Geryts of desgenen die hij desen veen vercopen sal, ende waer oec dat sake dat hi so verre niet en name van den veen voirs. dat hi reijken mocht an Kermerbeec, so geven wi hem verlof een wateringe te delven een roede wijt tot Kermer toe voirs ende die turf die daer ut vallen sal daer mach heer Geryt voirs sine wille mede doen ende gebruken tot sinen oirbaer, ende hij sel mogen varen overal doer onse wildernisse, of denghenen die hi den turf vercopen sal, aen der Heerstraet te brengen sonder enich verboernisse jeghens ons of onsen Houtvester die namaels wesen sal (vgl 1403-12-20)