73 resultaten

1473-04-14 |

Inv Arch Kerkvoogdij Haarlem no 77/St Bavo Haarlem
Haarlem Algemeen

schepenen in Haarlem oorkonden dat broeder Jacop Ruijt [v.d. Haer leest ten onrechte: Zuijt], prior v.d. Regulieren buiten Haarlem, met Pieter Jordensz als voogd, en Eedsburch Meynaert Hughenz weduwe met haar zoon Huyge Meynaertsz als voogd, verklaren dat zij overeengekomen zijn dat de prior namens broeder Pouwels Jacopsz, broeder in voornoemd convent, en Eedsburch namens haar zelve, geen aanspraak meer zullen maken op de goederen als aan Aernt Claes Florysz.z als man en voogd van Kerstine Pieter Janszdochter van der Zee toebedeeld is zoals in de transfixe scheidbrief verklaard staat. Op een boete van 150 £ gr Vls, te weten ⅓ deel tbv de hertog, ⅓ deel totter tymmeringe behoef an der parochiekerk binnen Haerlem, alzo als Claes Florisz den principalen brief, daer dit vidimus off spreeckt op dezen brief ende verbant de voors prior en Eedsburch overgegeven heeft, alle dinck sonder argelist. Met transfix dd 1473-04-14 bevattende een vidimus van een schepenbrief dd 1431-03-22 (1430)

Jan van Spankeren en Adam Gerijtsz, schepenen

Geertruid Meijnse Janszdr | 1422-05-13

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 113v
Voornamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Geertruijt Meijnse grote Janszdochter draagt over 1) een camp land van 5 scaerweijden, belend oost: Wouter Woutersz, west: Jan Camp, 2) een stuk veen gelegen in Zoesterveen, strekkende van Zoesenge an Hezerveen, belend oost: Jacob Godevaertsz, west: Aelbert Heijnenz, vervolgens wordt Wouter Wouter Ezensz.z met dit goed beleend; "Dit goet heeft Peter Wouter Woutersz broeder voirs versocht als een momber van Wouter syns broeders soen tot sijn mondigen dagen toe"

mannen: Jan Dircsz van Hamelenberge, Evert van Doem en Gheryt Pot Jan Potsz

Krieck | 1463-10-18

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 171v, 216v, 218
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Henric Gerijt Kriecsz draagt op ½ van ½ hoeve veen in het kerspel van Zoes, die hij in leen hield, vervolgens wordt zijn moeder Jutte Willam Janszdochter hiermee beleend, haar zoon Jan Gerijtsz doet hulde en eed voor haar; "modo Willem Krieck hair sone"; 1475-01-20: Willem Gerijtsz beleend, na dode van zijn moeder Jutte, vrouw van Gerrit Kriecx, belend aan beide zijden: Willam Jan Guedenz; ook wordt Willem beleend met 2 halve hoeve veen, één in Zoeskerspel, belend Willam Jan Guedenz en de andere in Hezer Veen, in een hoeve geheten Schallantshoeve, 7½ roeden breed, 850 roeden lang, tussen het veen dat Jan Walraven in leen houdt

mannen: Peter Dier, Peter Willemsz; 1475: Alfaer Ruysch, Jan van Helmont

1429-06-18 |

Navorscher jg 1851 (1) p 6
Jaartallenindex

wij Willem van der Kerc en Willam die Rode op die een syde en Heynric van Moerdrecht en Dirc Claesz, op die ander sijde, maken kont dat wij daerover en aen waren als maecxmanne en hilixlude daer Willem die Rode Wittenz vergaderde in wittachtigen hilic an Lysbetten Gysberten Janszdochter, dien God ghenedich sij, sinen wive, mit al dusdanigen voorwaarden: 1) Mechteld Gysbert Jansz weduwe geeft aan haar dochter Lysbeth in medegave en hilixvoerwaerde voor haar vaders erve: a) 2 morgen land in Snodelrewaert mitten koern dat daer op staet voor 25 nobel. Des sel Willam eerde ende zaet gelden als dat gecost heeft, b) 1 Vranc sjaars op Willem Berniers stallinge te Oudewater voor 5 nobel, c) daarenboven nog goederen, zodat het totaal op 400 Arnoldus gulden te betalen binnen sjaars. Sterft Willem binnen sjaars na zijn huwelijk, dan zal Lysbeth met al haar goed uitgaan, benenvens haar lijftocht. Sterft Lysbeth binnen sjaars na haar huwelijk dan nemen haar erfgenamen haar goed. Willam zal Lysbeth tot lijftocht geven met sheren hand an een veertel erfpachts in Hekendorp bij Jan Roesten. En verder ½ van het leen dat hij houdt van den heer van Montfoort en van Gheryt van Zulen, gelegen in den polre

Vliet, van den | 1408-08-26

V.R.O.A. 1920 dl I regest 5, 7, 8, 21, 28, 29/Regulieren Klooster Emaus in het land van Steyn Inv no 8
Achternamenindex

Dirc van Zulen, knape, heer van der Zevender, beleent Ghisebrecht van den Vliet Gherydsz met 22 morgen land gelegen in het land van Steyn, die deze geerfd heeft van zijn moeder Lisebet; 1293-03-28: werd dit land in leen gehouden door …. Henrics Lewen vrouw; 1422-07-10: Henric van der Vlyete Ghijsbertsz staat het vruchgebruik van de helft van 22 morgen land af, waarmee hij beleend wordt, aan zijn vrouw Lysbet Bertelmees Lambertzsdochter, zolang er geen kinderen zijn; 1440-12-30: Dirc van Zulen beleent Henric van den Vliete Gysbertsz met 11 morgen in het land van Steyn; 1450-10-10: beleend Alyt Henricsdochter van den Vliet, die na haar dood de helft vermaakt in vruchtgebruik aan haar man Gheryt Martynsz en haar moeder Lysbeth Bartholomeus Janszdochter

Claes Jansz | 1440

Thesauriersrekening Haarlem
Voornamenindex

Yde, dochter van Claes Jansz, Amsterdam, rente op Haarlem 2x ½ jaar 2x 9 £ 15sc (195 fol 109); 1448-1449: (201 fol 104) rente van 2 termijnen 18 £; 1439-1440: zij koopt deze lijfrente van 15 R gld per jaar voor 154 £ (fol 12); 1441-1442: (fol 46) Yde Claes Jansz dochter, rente 20£; 1442-1443: (fol 75v) Yde Claes Jansz weduwe 10£ (15 R gld per jaar); 1445: (fol 8v) haar rente 9£ 5sc; 1446: (fol 24v) Ydeken Claes Janszdochter, haar rente 18£; 1451-1452: (202 fol 37) rente van 1 jaar van 4 termijnen 18£

Geryt Dircsz | 1455-08-23

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 275, 432v
Voornamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: de abt verleent Geryt Dircsz, na dode van zijn vader Dirc Jacobsz, ½ hoeve in der Duyst, belend zuid: Jan Cijebert met zijn moeder Haze, noord: Anthonys Willam Mensenz, van de nederwech strekkende aan het land van Gelre; hij ontvangt het tot een onversterfelijke erftijns van 20 oude Vls; "item nu die Regulieren van Mariendael prope Arnhem"; Gerijt Dircsz maakt tot lijftocht voor zijn vrouw Lysbeth Ghijsbert Janszdochter 18 Beyers gld per jaar na zijn dood, uit 4 acker duijsten gelegen voor ½ hoeve in der Duijst die Gerijt van ons te tijns houdt

tijnsgenoten: Gerbrant uut der Duyst, Rogier uten Broeck

1531-02-15 |

R.A.H. Coll Aanw 119 Caput Zeeland, Voorne fol 37v-41v
Jaartallenindex

Jan Cornelis Florisz, burgemeester, en Jacob Jansz, schepen der stede van den Briel, oorkonden dat Joost van Cleijburch, krachtens octrooi van de keizer verkregen dd 1529-09-25, ratificeert alsulcke makinge als hij en zijn vrouw jvr Cornelie Adriaen Janszdochter elkaar in voorleden tijden gemaakt hebben [1505-01-26]. Verclaerde voorts de voors. Joost van Cleyburch, testator, dat de meeste landen die hij nu met zijn vrouw bezit "sijn geinundeert ende mitten watere bevloyt sijn, waertoe men groote penningen zal behouven om deselve heure landen weer te brengen in heuren eersten staet". Hij vergunt nu zijn vrouw eventueel landen te verkopen om de benodigde penningen daertoe te verkrijgen. Verbeteringen aan het goed zullen dan niet ten goede komen aan zijn erfgenamen maar aan de hare. Al haar clederen, juwelen etc zullen haar blijven. Aan Neelkin Pietersdochter, nu ter tijt wonende bij de testator, maakt hij alsnog 30 schell per jaar haar leven lang, zolang zij niet tegen de wil van zijn vrouw huwt of geestelijke wordt. Indien Neelkin dan kinderen krijgt, zullen deze de rente van 30 schell behouden. Hij benoemt tot zijn executeurs testamentair: zijn neef heer Cornelis Claesz, priester, Andries van Bronchorst, Raad van Holland, Jan Cornelisz van Kerkwerve, rentmeester van het land van Voorne, Willem Boudinsz van Drenkwaert. Voor hun moeite maakt hij hun elk 6 Kar gld of 20 sch gr Vls (vgl 1529-09-25 en 1532-01-02)

1497-09-19 |

R.A.H. Coll Aanw 112 Caput Arkel, Putten fol 18
Jaartallenindex

Philips oorkondt dat Machtelt Aelbrecht Jansz dochter met haar zoon Aelbrecht Jansz als gecoren voogd opdroeg tbv mr Jacob Gout Aerntsz ½ van een huysinge en erve van achter tot voren staende alhier in den Hage an die Plaetse wyleneer genaemt Sint Joris, noord: de heerstraet, oost: een huis en erf genaamd "die Sterre", west: mr Gerrit van den Mije met zyn huys en erve. Volgt de beschrijving hoe ½ van het gehele huis afgesplitst is. Mr Jacob belooft dit huis terstond weer aan zijn moeder over te dragen zodra zij dit verlangt. Mr Jacob Gout en Jan Gout beloven binnen een jaar na haar overlijden t inhouden van haar voors. verlydinge te betalen en uyt te reiken Aernt Gout en Reyer Gout, Aernts zoonen, haar broeders, indien deze nog in leven zijn. Aan elk van hen 50 gld van 40 gr Vls. Aernt en Reyer doen hiervoor afstand van al hun aanspraken op dit huis. Eodem die oorkondt Philips dat Machtelt Albrecht Janszdochter met haar zoon Ailbrecht Jansz als voogd hem opdroeg tbv Jan Gout Aerntsz de andere ½ van het voors. huis en dat hij Jan Gout hiermede heeft beleend, zoals mr Jacob Gout dit als leen van Arkel gehouden heeft. Tot een onversterfelijk erfleen. Heergewade 1£ goets gelts. Behoudens de heerlijkheid Arkel de 10e penning bij verkoop. Mr Jacob heeft als 10e penn. betaalt 23£ 9 schell 6 penn. Er volgt dan weer een deel van de akte waarin Jan Gout beleend wordt [waarschijnlijk kregen mr Jacob en Jan ieder een helft]

present: Gerrit Ailbout, mr Frans Diericxz, Antheunis Jansz, Dirck van Boneem, Jacob Cornelisz

1468-09-19 | Dordrecht

Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 22v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex

Claes Vastaertsz, Willem Prijcker Willemsz en Adriaen heren Gerritsz oorkonden dat Cornelie Diricxdochter die te man had Mathys Gheritsz die coman, met haar gecoren voogd, aan d'een zyde. Cornelie Gheryt Janszdochter met haar gecoren voogd voor haar zelve en mede met Tielman Berwoutsz voir Berwout Cornelis'onmondige zoon by den burgemeester van der stede en goetdunken van t voirs kints vrynde, ende tesamen voor die een helft. Jan Schoer Willemsz in den name en voor Servaes, Lysbeth en Janneken, Jan Gheritszoons onmondige kinderen by den burgemeester deser stede ende goetduncken van hare vrinden, ende voor die ander helft. Als tesamen alleen erfgenamen van Mathys Gerritsz voirs. an die ander zyde. Zij verklaren de goederen gedeeld te hebben. Te weten dat Cornelia voirs. in den eersten alleen gedeelt en gebleven is aan ½ van den gehelen huyse en erve gelegen bij de Tolbrug, naest an d'een side: Jan van Rijns huys, an die ander zyde: Adriaen Heymantsz huys. Ende daer toe an die bruyckwaer van de andere ½ van dit huis, dat zij haar leven lang in goeden raeck en daeck moet houden en de daarop staande rente betalen. Ende daertoe aen allen anderen goeden gelijk zij tesamen hadden en hem toebehoorden mitten geheel inschulden en uitschulden. Voorts zijn Cornelie en Berwout voors. tesamen gedeelt en gebleven an dat ¼ deel van den helen huize en erve voorn, behoudens dat Cornelie haar lijftocht hierop heeft. En daartoe aen een somme van gelde, gelyk Cornelie voors. hem in een scepenbrief verleden heeft. Hiermede zijn zij van elkander gescheiden als van Mathys Gerritsz goederen