10 resultaten
1391-11-27 |
Arch Abdij Egmond Inv no 396
Jaartallenindex
Dirc van Heemskerc (zegel: klimmende leeuw) oorkondt dat hij overgeeft en quitscheldt aan heer Jan die Weent, abt van Egmond, een stucke lands gheleghen binnen den ban van Limmen, omtrent 5 gheerse groot in den Cooch, ende isgeheten Havercamp, ende plach te wesen Jan Pietersz ut den Cooch. Bezegeld anno 1391, ts manendachs na St Catharinendach maecht ende mortelosse [?] (ander fiche, zelfde inhoud en bron: des Woensdaghes na St Katherinendach, 1391-11-29)
1402-11-26~ |
R.A.H. Coll Aanw 68 fol 33v/Memoriale B.J. fol 23
Jaartallenindex
item hadde mijn heer die hertoge omboden bi sinen brief, te wesen in den Hage Martijn Piper an d'een side, ende die buere van Bergen aen d'ander side s Manendages na St Katherinendach lestleden om der visscherie willen van Bergen, die die voirs. bueren meijnen dat der kercken toebehoirt. Ende die bueren hebben mit hoeren betoen bi minen heer geweest, en Martijn voirn. en is niet gecomen, en heeft myns heren brief en gebot verhoert en verseten [genegeerd]
1424-01-04 | Westzaan
G.A. Amsterdam Inv B.W. 576a regest 241/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 49v
Jaartallenindex
Pieter Willemsz, scout van Westzanden ende Crommenije, oorkondt dat Gerijt Claes Reynersz.z erkent schuldig te zijn aan Marten Martensz 1 ½ g. Wilh sc j.r.t.e.e.p. op twee maden lants onderdeel in Naijertsven liggende binnen den ban van Westzanden en heeft belend zuid: Claesz Heynenz, noord: Lucie Albertsweduwe mit horen kinderen, west: Dirck Jansz, oost: Claes Claesz mitten duker. Te betalen alle jaer dese renten up St Katherinendach binnen Westzanden in de kercke. In margine: Redempti sunt anno 1554 (vgl 1428-04-07)
1480-11-26 | Stanthasen
Cartul Carth Raamsdonk anno 1518 fol 123v/Carthuizers St Geerdenberg
Jaartallenindex
ick Aernt van Amroeij, stedehouder in den ambacht van Stanthasen, myns heren van Nassouwen en heemraders in denselven ambacht, oorkonden dat Wouter van Beyeren Ariaensz overgaf aan mr Goevaert ten Berghe tbv het Sartroeysenclooster ten Berghe, een weer lants gelegen in den ambacht van Stanthasen voirs, an die zuidzijde: Jan Moyaert Ariaensz, an die noordzijde: het Sartroysenklooster voirs, streckende van der Breedenwech totten Poeseldyck toe. Daar stedehouder en heemraders geen gemeen zegel hebben, zegelt Aernt van Amroeij voor ons. Gedaen 1480 des Sondaechs na St Katherinendach in November (vgl 1377-04-13)
Philips Hughenz, Zebrecht Peter Gerytsz, Jan Boot Pietersz, Jan Braet Ariaensz, Ot Woutersz, heemraders
1428-04-07 |
G.A. Amsterdam Inv B.W. 576a regest 252/Cartul Carthuizers bij Amsterdam fol 49v
Jaartallenindex
Willem Heijnricsz, priester, cureyt van Westzande, oorkondt dat Geryt Claes Reynersz.z erkent schuldig te zijn aan Lobbrich Dirc Jacopsdochter 1 g. Wilh sc j.r.t.e.e.p op twe maden lants, onderdeel, in Naeijertsven liggende binnen den ban van Westzanden, ende heeft belent zuid: Claes Heynez, noord: Lucie Allerts weduwe mit horen kinderen, west: Dirck Jansz, oost: Claes Claesz mitten duker, te betalen alle jaer dese voirs renten up St Katherinendach binnen Westzanden in die kercke acht dage daernae comende ombegrepen. In margine: Redempti sunt anno 1554 (vgl 1425-01-04)
1412-03-24 |
Inv Arch H. Geest te 's Hage dl II regest 133
Jaartallenindex
schepenen in den Haghe oorkonden dat zij toegepacht hebben aan Pieter Jacobs een jaarlijkse rente van 16 schell Holl, te betalen op St Katherinendach, evenals de andere rente waarvan de schepenbrief spreekt waaruit deze rente als achterstallig gepacht is, terwijl zij deze rente verzekerden op het huis en erf waarin Willem Blanckaerts vroeger woonde, aan de oostzijde van de Spoije, belend noord: Pieter van Coelen, oost en zuid: het huis en erf waarin Coenraad van Camp placht te wonen. In margine: Habet anno 1557 Pieter Huybrechtsz deurwaarder. Afgelost 1566-12-22
1410-10-18 | Oostzaan
Bijdr Bisdom Haarlem/Cartul Zijlklooster Haarlem fol 130
Jaartallenindex
Willem Jansz, scout in Oeszaenden, en schepenen aldaar oorkonden dat Symon Pietersz erkende schuldig te zijn aan here Ysbrant Claesz, cureit van Wormer, 1 Eng nobel sjaars te betalen op St Katherinendach, 8 daghen daerna onbegrepen, tot Wermer bi der kercke. Voor het geval Symon niet betaalt, draagt hij op ten vrijen eigen twee jerden vrij lants in Jacobynen weer onderdeel, gelegen in den ban van Oestzaenden daer nu lenden of sijn in denselven lant Jan Pieter Gabbenzoen ende syns wijfs kinderen ende Pieter Claesz die wantsnider van Aemstelredam. Geinsereerd in het stuk dd 1419-06-03
Aernt Gherijtsz, Olfert Claesz, Valke Claes Taemsz, Aelbrecht Ludinc en Claes Heynenz, schepenen; met zegel van de schout Willem Jansz
1392-11-16 |
R.A.H. Coll Aanw 65 fol 68, 69/Memoriale B.D. fol 48v, 49
Jaartallenindex
consenteerde mijn heer en maecte machtich bi sinen open plackade Aper uter Mijl dat hi maken mochte ende setten in sinen ambacht in syn stede een welgeboren man tot enen gewaerden rechter; item consenteerde mijn heer en maecte machtich Henric die Jonge, scoute in den Briele, dat hi enen anderen goeden man in sijn stede setten soude mogen, in dat scoutambacht ten Briele also lange als hi in mijns heren boitschap uyt wesen soude, ende den tijt uyt die hi van Lemmel bottelgier van den voirs. scoutambacht gepacht heeft. Dit sal geduren tot myns heren of tot Henrics wederseggen; item hadde Steven van Mandric, bailju van der Hage, een open plackaert van minen here, inhoudende dat hi bi myns heren bevele ende gehiete gebarnt hadde dat huijs dat Dirc die Blote staende hadde tot Ryswyck, als van mijns heren heerlichede wegen; 1392-11-17: beveelt de hertog aldegenen die lenen houden van der hofstede van Huesden, ende die men in voerleden tiden van den heer van Huesden te houden plach, voor Kersavond a.s. hun brieven aan de casteleijn en rentmeester van Huesden; 1392-11-18: gaf myn heer geleide aan de stede van Oudewater tot 12 personen toe, ingaende op St Katherinendach, en duerende 8 dagen lang
1456-02-09 |
Reg H. Geest Naaldwijk fol 17/Copie v.d. Marel
Jaartallenindex
ic Wouter van Heemskerck oorkondt dat ic by der gratien Gods in gesonden live, machtich mijner vyf zinnen, mit goeder voersienicheyt ende ripen berade ghegheven hebbe ende gheve puijerlic om Gods wil, tot behoef der armen menschen, den H. Geest tot Naeldwijck 5 hont lants ende 24 gaerden gelegen in den ambacht van Naeldwijck, ende nu ter tijt in huyrware bruuct Heynric Henyricsz, ende leghet gemenghder aerden ende vaeren mit den capittel van Naeldwyck. Ende des sullen die H. Geestmeesters ter stede voers. jaerlixe tote ewygen daghen op onse jaerghetide in salicheijt onser zielen deelen den armen menschen als ter selver steden gewoenlic is. Ende weten dat men Otten mijns lieven zoens was van Heemskerck welcken sielen God genadich zij jaerghetide doen ende bedelen sel op St Ponciaen des martelaersavondt, alsoe lange als ic Wouter voirs. ende Katherijn van Hokelem van Akoy, myn lieve wijf, beyde in levende live zyn. Met tot wat tyden enich van ons beijden oflivich wort soe sel men onze jaerghetide houden ende bedelen op tenselven dach ons stervens. Ende ter laetster doel van ons beyden voirs sel ment overt houden ende bedelen tot ewyghe daghen op ten sterfdach des ghenen die laetste van ons oflivich wort etc. Item Katheryn van Hokelem van Akoy Wouters wijf leefde langher dan Wouter dede, ende stierf dieselve Katheryn int jaer ons Heren 1464 op St Katherinendach
1387-11-25 |
R.A.H. Coll Aanw 64 fol .../Memoriale B.G. fol …
Jaartallenindex
op St Katherinendach was getracteert anno 87: 1) van den veen bi Naerden is overdragen als dat mynen heren Rade als die heer van Egmonde, haer Gysbrecht van Nyenrode, Willem van Croonenburch ende die baelju van Aemsterlant of die drie van hen vieren sullen aldaer varen ende besien ende ordineren dat die luden niet meer delven en sullen dan hoer redelike barninge binnenslands ende niet uijt te voeren etc; 2) item van den man die den vrede brack mitten bier te gieten ende oec van den scutter etc, dat sullen deze 4 berechten; 3) oec sellen dese 4 voirs. besien hoe men die stede van Wesepe best vesten mach; 4) te gedeijncken van den dage dat die van Utrecht dagen mijns heren luden van Naerden, van Wesepe ende van anderen steden van waerliken saken; 5) van die van Loesdrecht te gedeyncken opter dachvaert van der tollen die men hun ofneemt; 6) mijns heren seggen is van der waerheyde die heer Bertelmeus van Raphorst, baelju, ende Gheryt van Egmonde tot Medenblick geseten hebben, van dat si tiegens mijns heren scout van Medenblick misdaen hebben, de man zal verbannen worden en de vier anderen "aengetast"; 7) die van Grafte ende van Scermer syns gebleven aen mine here ende sinen Rade sulck geschil als si onderlinge hadden; 8) van Gheryt Snoeije die mijns heren stroem bedyckt heeft. Gedaen in den Hage s Sonnendages na Andree [1387-12-01]