57 resultaten

1392-02-24 (1391) |

R.A.H. Coll Aanw 46 fol 45/Reg Albrecht V fol 30
Jaartallenindex

hertog Albrecht oorkondt dat voir ons quam Jacob Vlistman Willemsz ende voir een half vierdel lants dat hi van ons ten erflien hielt ende vercoft heeft bi onsen oirlove ende consente, ten vrijen eygen ons opgedragen ende quytgeschouden heeft den eijgendom van enen huse ende van eenre hofstede die Jacob voirs. staende heeft binnen onser stede van Oudewater, in Oude Hugenstege, belend aen die een side: Jacob Symonsz, aen die ander side: Jacob Vlistman selve mit huijs ende hofstede. En dat hij Jacob Vlistman voirs. hiermede beleend heeft tot een erfleen

mannen en Raden: die heer van Gommegijs, heer Pouwels van Haestrecht

1398-02-14 (1397) |

R.A.H. Coll Aanw 47 fol 497v/Reg Albrecht V fol 276v
Jaartallenindex

hertog Albrecht oorkondt "dat voir ons gecomen is Willem van der Couster ende heeft ons opgedragen ende quytgeschouden tot behoef ons getruwen heren Jans van Renisse van Rijnouwen, ons hoofmeesters, sulck ambacht ende heerlicheyt als wij hebben binnen der stadt van Utrecht gelegen onder die lakensniders mit sijnse ende allen anderen toebehoeren in alre manieren als hi ende andere onse mannen voir him van ons ende onsen voirvorderen gehouden hebben". De hertog beleent heer Jan er vervolgens mede tot een onversterfelijk erfleen, te verheergewaden alst verschynt met een rode sperwer

mannen: heer Aelbrecht van Arnemuyden, heer Dirc van Poelgeest, heer Florys van Alkemade, ridders, Harman Willemsz

1489-06-05 |

Ms Opstraeten van der Molen dl III fol 778/Bekesteijn
Haarlem Algemeen

leenmannen van Holland oorkonden dat Willem Woutersdochter van Bekesteijn met haar vader Wouter als voogd, en bekent dat zij, vóórdat zij professie doet in het St Clarenklooster binnen Haerlem, opgedragen ende quytgeschouden heeft etc haren broeder Dirck van Bekesteijn, eerst etc; overleeft zij haar broer so sal haer broeder Pieter van Bekesteyn dan haer aendeel van de twee parcelen lyfrenten voirs. jaerlicx etc ontfangen. Overleeft zij ook Pieter, soo sal haer broeder Sybrant van Berckenroede [!] haer aendeel van de parcelen van lyfrenten ontfangen. Overleeft zij ook Sybrant, dan zullen de H. Geestmeesters binnen Haerlem haer aendeel van de percelen van lijfrenten ontfangen ende dit altsamen also lang als sij leven sal ende niet langer. Des sullen die voors. Dirck van Bekesteyn, Pieter van Bekesteijn ende Zybrant van Bekesteijn etc gehouden wesen datselve haer aendeel van de voors. lijfrenten te geven om Godts wille alle jaer

Willem van Schagen (zegel: ses burlen in de hoeck vier leeuwen)en Evert Jansz Lap (twee balcken waerop vyff ruijten), leenmannen

1434-07-22 |

Coll Aanw 204 fol 442/Mem Rosa II fol 164
Jaartallenindex

Philips oorkondt: want wi mit onsen brieve bevolen hadden Melis Claesz onse scoutambacht van Hoirne c.a. Ende wij denselven Melys scout sint mit anderen brieven ontlast, verdregen en afgestelt hebben van onser dienste. So hebben wij hem van onser specialer gratie en overmits ofcortinge hem gedaen by onsen getrouwen Rade, van zyne recesse dat hij op onse voirs. dienste staende hadde, voirt verdragen ende quytgeschouden van alsulke rekeninge en bewijsinge die hij na utwysinge syner bevelinge sculdich was te doen, ende voort van alle brueken die hij tegen ons gedaan heeft tot desen dagen toe. Hij herstelt hem in zyn dienst

1608-10-27 |

P. N. van Doorninck: Inv Charters van der Does regest 151/Mathenesse
Jaartallenindex

leenmannen van Holland oorkonden dat jhr Jacob van Almonde voor hen is verschenen en verklaard heeft dat hij 1589-01-03 toen hij bezitter was van de hofstede Wena, met zijn hand een akte heeft geschreven op papier, die zij geschien en aan deze acte getransfixeert en bezegeld hebben, waarbij de voorn. jhr Jacob aan jhr Johan van Mathenesse quytgeschouden heeft de manschap van het huis en hofstede van Mathenesse, genaamd Uiternesse met de landen en toebehoren, en zulks op verzoek van Adriaen den tegenwoordigen heer van Mathenesse mits de ongeduijricheijt van het papier daar de oorspronkelijke akte op geschreven is. De transfixbrief ontbreekt

leenmannen: Willem van der Duijn Joostensz, Joseph van Meerhout

1483-04-16 |

G.A. Monnikendam Inv 154 fol 30v/Diversorium Galileaconvent Monnikendam
Jaartallenindex

scout en scepenen van Sunnerdorp oorkonden dat voer ons ghecomen is in een vol gherechte Dirc Symen Jan Riserszoen als voecht van sijn moeder, poertere van Amstelredamme, ende heeft quytgeschouden etc den convente of cloestere ende broeders tot Galilea der oerde van St Bernaert, gheleghen binnen Waterlant bi Monikendamme, vyfdalf deympte lants binnen den ban van Zunnerdorp gheheyten Jan Pietersz oert, dar lenden of sijn zuid: Coppen lant, dat nu ter tyt toebehoert Lambert Claesz die helfte ende Evermijed an die noertzyde, dat nu ter tijt toebehoert Man Marael [lees: Morael] van Broeck. Vgl 1441 des Saterdages na OVr dach Assumptio. Opschrift: ista est littera principalis de terra Theoderici Symonis

Claes Symenz, schout, zegelt voor de schepenen Reijer Willemsz en Jan die Langhe

1439-09-01 |

R.A.H. Coll Aanw no 100 fol 144v; R.A.H. Coll Aanw 182 fol 101v/Inv anno 1498 fol 50v
Jaartallenindex

hertog Philips oorkondt dat Hed Ygensoen hem van zijn eigen goed heeft opgedragen den eigendom van 2 morgen lants die hij liggende heeft binnen den ban van Westblockerweer an den Blockdyck, ende belent hebben oost: Dirck Claessoen, west: Claes Symonssoen. De hertog beleent hem er vervolgens mee tot een onversterfelijk erfleen. Des soe hebben wij hiervoor den voors. Hed Ygensoen wederomme gegeven ende quytgeschouden den eygendom dien wij hadden an een hofstede liggende binnen der vryheyt van onsen stede van Hoorn, in die Oestraet, streckende voor van die Oeststraet after an die Haven, ende belegen hebben oost: Meynert Dircxsoen ende west: Geertruyd Garbrandt Jacob Eggerts weduwe mit hueren kynderen, die hij in leen hield

1400-10-22 |

R.A.H. Coll Aanw 516 B fol 164/Leenregister Egmond B
Jaartallenindex

Arent heer van Egmond beleent Dirck Dirxsen met 4 morgen lands gelegen in den ambacht van Abbekerck, ende belend hebben an die zuidzijde: Jacob Gabbenzoon ende Gerrit Jansen Rapenzoonszoon, noord: Roelof Jansz, ende ons opgedragen ende quytgeschouden heeft tot een vrij eigen Heer Henrick Petersz, onse cappelaen. Tot een onversterfelijk leen, te verheergewaden met een snoek. Nota: Hierof heeft mijn heer desen Dirck ten eygen gegeven. Nota: Myn heer hadde off 4 nobel, ende d'ander 2 morgen heeft myn heer hem verlijd 1410-04-23. Item in den jare 1444 's Dingsdaegs in de Pinxter Heylige dage staet myn Heer den eygen quyt van de 2 morgen lands voors. Jan Dirxssen zone

mannen: Heer Aelbert van Egmond, Willem Woutersz

1394-10-24 |

R.A.H. Coll Aanw 46 fol 242v/Reg Albrecht V fol 143
Jaartallenindex

hertog Albrecht oorkondt dat Aernt van Ghemont hem heeft opgedragen tbv Jan Jan Noijdensz.z die lijftocht die hi heeft aen die eenre helfte van eenre beemte geheten Kivitsbeemte leggende tussen Doeveren ende Baertwijc in onsen lande van Huesden die wij hem verlijet ende gegeven hadden bi quytsceldings Jacobs van Linden Jans Jongenzoon ende sijns wijfs. Oic mede heeft Aernt ons opgedragen ende quytgeschouden tot Jan Jan Noydenzoonszoon behoef die lijftochte die hi hadde aen die ander helfte van den beemte voirs. die wij hem gegeven hadden. Van welker alinger beemte voirs. mit horen toebehoren wij gegeven ende verlijet hebben Jan Jan Noydensz.z die lijftochte also lange als Aernt van Ghemont voirs. leven sal

mannen: heer Danel van der Merwede heer van Steijn, Dirc van Poelgeest

1582-03-17 | Koedijk

R.A.H. O.R.A. 6218 fol 16
Jaartallenindex

schout en schepenen te Coedyck oorkonden dat Cornelis Claesz, vendrich, nu ter tyt woonachtich tot Heerencarspel, als voocht van Aef Claesdochter, weduwe Cornelis Jan Moeijkienis, transporteert aan Jan Pouwelsz, van Coedijk, ¼ part in een stuk land liggende in de bedykte Daelmeer, t ander vier is quytgeschouden vercoft en betaelt bij Cornelis Jacobsz, van Bergen, die andere ½ toecomende Jan Pouwelsz tot Coedyk. De Vendrich stelt tot onderpand het huis en erf waarin de voorn. weduwe nu ter tyt woont, zuid: Jan Cornelis Yfsz c.s., noord: Fookel Jansdochter weduwe Gerrit Cornelisz, staende op het noortend van Coedyck. Noch set vendrich als waarborch voor hem selven twee ackeren saetland, groot samen 2 geersen, oost en zuid: de Con. Maj Vroonlanden, west: die corenmolen van Coedyk

Jan Gerritsz, schout, Jan Garbrantsz en Jan Matijsen, schepenen