57 resultaten
1413-06-06 | Heemskerk
Arch Marquette 1106 no 122/Cartul Assumburg
Jaartallenindex
Engelbrecht Greve tot Nassou here ter Leck ende tot Breda oorkondt dat Bertout van Assendelft, saliger gedachten, in voorleden tijden onsen lieven gesellinnen gravinne tot Nassou vrou ter Leck ende tot Breda hoere ouderen ende voervaderen, van zijnen eygen goeden als hiernae bescreven staen, opgedragen ende quytgeschouden heeft tot eenen vrijen eygen, ende weder ontfangen heeft tot eenen goeden onversterffelijcken leene nae inhoudt sulcker handvesten ende brieven als daer af zijn in den welcke [iets uitgevallen ?] hij te woenen plach ende nu ter tyt in woent Dirick van Assendelft ende hem van zijnen ouderen mit recht aengestorven zijn, dat este wetene alle die huysinge ende hoffstede mitten hiemwerve binnen der uterste grafte, die lane, die laenacker ende den noerden acker tusschen die lane ende Bauekensacker vuytgaende geheelijcken aen den wech, ende vier geersen in den mersche van Smeetscampe, inne te meten zuttwaerd, welcke huysinge ende lande voors. gelegen es in den ambochte van Heemskercke. Ende omme goede gunste die wij dragen tot Dirick van Assendelft voors. soe hebben wij Kerstynen van Cralingen sijn wittigen getrouden wijve aen alinge ende aen alle alsulcke goede als Dirick voorn. leggende heeft in den ambochte van Heemskerck, mit consent onser liever gesellinne voirn. verlijftocht ende verduwarijt nae inhout hoire hilixe voirwairden duerende haer leven lang. Engelbrecht belooft haar hierin te zullen handhaven
1403-02-03 (1402) |
R.A.H. Coll Aanw 100 fol 11
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt "want heer Coen van Oosterwyk, ridder, met ons gedadinct heeft van alle breuken ende misdaaden die hij jegens ons en onser heerlicheyt gebruect ende misdaen mocht hebben, daer hij onse brieve of heeft. In den welcken wij hem geoorloft hebben te vercopen alle syne goeden, lien ende eygen, zo waer zij gelegen zyn, ende hem in denselven brieven oock gelooft hebben dat wij de voirs leen ende eygene verlijen souden denghenen die hij die vercoopen. Soe is daeromme bij ons gecomen Jan van Foreest heer Coenen swager met deszelven heeren Coenen besegelde brieve gemechtigt, ende heeft ons opgedragen ende quytgeschouden tot behouff onser liever gesellinnen der hoochgebren vorstinne Vrouwe Margriete van Cleve, hertoginne ende Vrouwe onser lande voors. alle sulcke ambachten en goeden als hierna bescreven staen: 1) dat ambacht van Slooten ende van Oostdorp mit visscherije ende allen synen toebehooren, 2) dat huijs tot Schoten [huis te Cleve] mitten lande daartoe behorende, zuid: Lysbet van Bakenisse met horen kinderen, noord: - , west: die veenwatering [de Delft], oost: die Bredewech, 3) dat Vroengers, alsoo groot en cleyn als heer Coen voirs. dat te hebben plach ende gelegen is an 's Gravendamme. Vrouwe Margriete wordt hier vervolgens mede beleend tot een onversterfelijk leen. Jan verklaart hiervan alinge en wel betaelt te zijn. Willem grave van Oostervant consenteert hierin tbv onse lieve vrouwe en moye (vgl 1434-10-10)
Raden en mannen: die borchgrave van Leyden, heer Gerard van Heemskerk, Philips van den Dorpe
1472 |
Inv Arch Kerkvoogdij Haarlem no 162 fol 11v/St Bavo Haarlem
Jaartallenindex
Lysbeth Baert Ghysbertsz weduwe heeft die kerck gegeven in t jaer 1472 de ½ van 230 R gld (van 40 gr Vls) die hoir schuldig was een ghenoemt Jan Dircksz, woonachtig te Egmond op der Zee, van wien een naesaet is een genoemt Clais Pietersz oic woenachtig aldaer, dair so in vervollicht is geweest van der kerken wegen dat alle Claes goeden, roer en onroer, nae uytwisinge eens briefs die daerof is, zyn ghestelt in der kerken handen tbv de kerk voirs. ende noch een vroutgen tot Alckmaer geheeten ...... [open]. Des zoe zoude hij die voers. goede bruycken te rechter slyting 10 jaar lang, alle jaers gevende 25 R gld op St Jacobsdag met andere verbanden, alsoe dien claerlike uytwyst bezegelt met Andries Duecht schout op dat pas van Alckmaer, ende Jacob Vernouwen, scout tot Egmont opter Zee, beide zegsluyden in deze zake. Welke termynen de voirs. Claes Pietersz niet heeft voldaen, maer heeft syn schuijr vercoft van die huysinge voirs om 16 R gld op 4 Kersavonds aen malcanderen volghende, ende dat ghelt den kerkmeesters totter kercken behoef quytgeschouden, heeft ghecoft een geheten Symon. Dair zijn af betaelt twee dagen die de kerkmeesters ontfaen hebben. Rest noch Kersavond 1478, 1479. Item die kerk heeft noch ontfaen van dese schulde in die Wyck van Claes Pietersz wyfs broeder zijn erfnisse 30 R gld. Item ontfaen 4 R gld bij Jan Ban in Januario 1483
1497-08-22 | Heemskerk
R.A.H. Coll Aanw 112 Caput Kennemerland fol 15v-19
Jaartallenindex
Philips oorkondt dat hij een supplication heeft ontvangen van Baniart Zay, natif de notre pays de Holland, inhoudende hoe hij na dode van zijn vader Philippe Saij een leentje erfde te Noortdorp in de parochie van Heemskerk in het baljuwschap Kennemerland, ter waarde van ongeveer 6 à 8 gld sjaars. De procureur-generaal weigert echter hem met dit leen te belenen daar zijn vader Philipe "est executé pour avoir commis le pechie de sodomye" en zijn goederen deswege verbeurd verklaard zijn. Baniart Saij verzoekt alsnog met dit leen beleend te worden. Philips staat dit verzoek niet toe, maar verleent hem een rente. Bevestigd door de thesaurier 1497-08-28. Ick Bangaart Zay doen cont etc dat ick myn genad. Heeren quytgeschouden hebbe ende schelde quit mits desen van den gifte van den leene verclaert in t witte van desen, mitsgaders oock van alle t gunt dat ick synre genaden ter cause van de zelfde gifte ende van den achterstallen van dien tot eeniger tyd zoude mogen eysschen of querreleren in eniger manieren mits die 14£ van 40 gr Vls t pont, die myn Heren v.d. rekeninge in den Hage by appointemente mit my daarop gemaakt mij daarvoor toegevoeght hebben jaarlijks te ontvangen uit handen van de rentmeester van Kennemerland. ende dit te houden te leene, navolgende denselven appointement in dato van den 11en dach van desen jegenwoordigen maand. Des t oirconde so heb ik myn hantteycken hieronder gestelt op 16 Sept 500 (1500)
1436-09-10 |
Coll Aanw no 205 fol 273/Mem Rosa I fol 125
Jaartallenindex
het is erscreven en hier after gestelt. Philips doen cont allen luden, want Otto die bastairt van Arkel ons lange vervolcht heeft om sekere goeden en lande die here Jan van Arkel here van Pierpont, zyn vader, in zyn leven hem gegeven ende bewyst hadde mit synen brieven, gelegen in onsen lande van Arkel en binnen onser stede van Gorinchem, tot synen notorfte, ende om dairup te leven, van welke goede en landen wij en de rentmeesters van Arkel en anderen in onsen name in den besitte geweest sijn, soe dat dairomme dieselve Otte die niet en heeft mogen gebruken ende wy hem oick niet gehengen en wouden te gebrucken, mits dat wy die gifte die here Jan van Arkel, zyn vader, hem gegeven hadde van geerne wairden en houden, noch oick schuldig en is van waarde te wesen, mar om dat wy onser gratien wegen Otto den bastert van Arkel voirn, ymmer voorsien willen dat hy wat hebben mach op te leven ende gehouden mach wesen ons te dienen als wijs behoeren. Soe hebben wi om oetmoedelic vervolche wille van dienselven Otte voir als sulck land, goede en rente als here Jan van Arkel hem gegeven hadde, die hy hiermede quytgeschouden heeft, denselven Otto gegeven zyn leven lang 100 onser guld. Pieters sjaars, jaarlyks op te beuren en te ontvangen ute onse rentmeesterschap van Gorinchem en van Arkel. Dewelke hij van ons te leen zal houden zijn leven lang. Gegeven in onser stad van Gendt
1382-06-18 | Wijkambacht
Arch Marquette 1106 no 224/Cartul Assumburg
Jaartallenindex
Aelbrecht van Egmondt heer Janszoen oorkondt dat ick met goeder voorsienigheden ende met vryen wille bij consente Gijsbrechts van Egmondt, mijns broeders, die dair nu ter tijt een recht lyenvolger is als mijns ombrak jof weesen souden, her Reyner Doevenzoon, Reyner Jansz ende Jan van Scoerl den Goidshuysmannen van Egmonde, opgedragen ende quytgeschouden hebbe, opdrage ende quytschelde tot Aelbrechte van der Berckmeer mijns neven behouff, om een somme van gelde, mynen lieven heer den abt van Egmonde ende zynen gemeenen convent, alzulck goet ende erve als ick van den Goidshuse van Egmonde te leen houdende ben, ende wijleneer die abt Florens van Egmonde Florens haren Wouterszoon mijn overoudevader verlyede, ende in wilken goede vorseyt Aelbrecht Florenszoon, mijn oude vader, ende haer Jan van Egmonde mijn vader van den goodshuse voirs verlyent geweest hebben, ende ick op dese tyt verlyent ben, leggende in St Aechtenprochie van der Wyck alsoe als hier nae gescreven staet: 1) de aeck, 2) drie stuck lants in haeren Florens wege, 3) twee ackeren angaende aen den Kerckwech opstreckende in den Noerdenden, 4) negen geersen lands in Midbrouck. Van welken goede ende gelde voirs. mij al voldaen is etc. Deze opdracht wordt door Gysbrecht van Egmonde heren Jansz voorn. mede bevestigd, doch daar hij geen zegel heeft zegelt heer Jacob van der Burch, monnik en rekenmeester van het klooster van Egmond voor hem. Tevens zegelen op Aelbrechts verzoek Reyner Doevenz, Reyner Jansz en Jan van Schoorl, mannen van leen van het klooster van Egmond; 1390-08-27: Albrecht v.d. Bercmeer wordt door de abt van Egmond met deze lenen beleend (vgl 1390-08-26, 1459-05-30)
1438-09-14> | o.a. Harenkarspel en Poeldijk
R.A.H. Coll Aanw 521 fol 237/Reg Egmond 1e dl fol 219v; R.A.H. 516 B fol 154/Leenregister Egmond B
Jaartallenindex
Item soo is te weten dat myn lieve Heer om ontmoedich (!) vervolg ende bede wille van sonderlinge vrinden Symon Vrederick Dircxz dese voors helft van de goederen geconsenteert heeft ten eygen te vercopen, daer hij myns liefs Heeren brieve aff heeft, ende daervoor heeft [hij] mijne lieve heer weder opgedragen ende quytgescouden sulke goede als hierna geschreven staet: 1) ½ van 10 morgen een hondert min gelegen binnen de banne van Woggenum, onderdeelt van Claes Corff, gelyck een brief inhoudt die Symon Willemsz, schout van Hoorn, bezegelt heeft ende geschiede in t jaer ons Heren 1438 op 14 Sept; 2) item hierenboven noch alsulk lant als Claes Corff [aan] Symon Vredericsz synen swager voirs. overgegeven ende quytgeschouden heeft voor luyden ende bueren, ende gelegen is opte Horn binnen den banne van Harinckerspel, onderdeelt met Symon voirs ende daertoe selve dat Symon Vrederycksz voor hemselven daer aen gemeen liggende heeft. Ende dit voirs. land is gelegen aen vyff stucken: 1) "die Grote Weyde", groot 16 geersen, daer Arent die Wilde aff toebehoort ¼ deel en ⅛ deel, 2) dat andere stuck is geheten "die Werp", groot 10 geersen, 3) dat 3e stuk is geheten "dat Werfken", groot 10 geersen (in register Egmond ontbreekt deze 3e), 4) dat vierde is geheten dat Hogelant, ende is groot 6 geersen, 5) is geheten die Horn ende is groot 12 geersen, daer Symon selfs af toebehoort 5 geersen, ende is gegeven onder Wisse Gerritsz zegel, schout van Warmenhuizen, in denselve jare op Sinte Lambertsdach (1438-09-17); 5) hierenboven noch een stuck lants gelegen in den banne van Bergen, geheten "Schapenvelt", gelyck een brief inhoudt die Bartelmis Jansz, schout van Bergen, besegelt heeft (1438-09-17). Item soo is te weten dat dese hantvesten hierop gemaect ende besegelt was als dat behoorde ter selver tyt, ende overmits schryfgelt, zegelgelt ende anders dat Symon daeraff gegeven souden hebben, liet hij den brief onder Gerardus de Joode, daer hy noch wesen mach