41 resultaten
1468-03-09 (1467) |
R.A.H. Coll Aanw 238 fol 339/Mem Hof van Holland fol 90
Jaartallenindex
compareerde voor den Hove van Holland Geryt van Assendelft voor hem zelf en voor zijn broeder Jan van Assendelft ende als voocht van de kinderen van wijlen zijn broeder Willem van Assendelft, zeggende bij monde van hun advocaat mr Aernt van Ommeren hoe dat wijlen here Geryt van Zyl dat rentmeesterscip van Kennemerland en Vriesland bediende en bewaard heeft gehad, daarop dat een reces staande was van 6006£ en 14d (den Eng nobel gerekend voor 2£). Ende hoewel dieselve here Geryt datselve rentmeesterscip bediende en exercerende was bij beliefte van wijlen heer Bairtout van Assendelft, zo hadde dieselve here Bartout nochtans die meeste helfte van den penn. des voirs. reces verleyt en betaelt, te weten 3322£ en 11 d, t welk boven der voirs. helfte draacht 296£ 4d. Daarna is heer Gheryt in gebreke gebleven rekening en betaling te doen, zodat wijlen hertog Philips van Bourgondië heeft doen corten van de gehele somme en reces 2100£, comt Geryt an 1050£, en daertoe noch een perceel die voors. wijlen here Gheryt overleverde Adriaen van Raephorst, syn successeur in officie. Welck perceel die luyden nyet bekennen en wilden, dragende totten somme toe van 375£ 10sc 6d, die deselve Geryt zyn deel heeft moeten corten, mits welk gebreck de voors. wijlen heer Barthout van Assendelft nyet meer van synre voors. somme gebleven is dan 1600£, zodat hij een schade gehad heeft van 1722£ en 11 d. Ende want dan Willem van Zijl als enige zoon van here Gheryt van Zijl betaling gehad heeft van wijlen hertog Philips van hetgeen t voors. reces bedroeg, en Geryt van Assendelft dus 1722£ 11d derven moet by toedoen van wijlen heer Gheryt van Zijl, vraagt Geryt van Assendelft nu aan het Hof om Willem van Zijl te veroordelen tot betaling van 1722£ en 11d
1431-11-09 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 250/Memoriale Rosa I fol 102
Jaartallenindex
item also Willem de bastiart van Egmond van mijns genadichs heren wegen bevolen is die bailiuscap ende rentmeesterscip van Rotterdam c.a, zo zal Willem jaarlijcs aan de gouverneurs uitreiken 100£ groten in twee termijnen, en voorts van jaar tot jaar zolang hij zijn dienst bedrijven zal. Hij zal alle breuken en misdaden berechten behalve moirde, moirtbrande, veeroof, vrouwenvercrafte, zeedrifte en dootslage, die hij den gouverneurs en den Raad moet aanbrengen, de baljuw zal hier echter de 5e penning van ontvangen, ingeval van oproer zal hij naar redelijkheid zijn aandeel ontvangen. Hier in is uitgescheiden 300 Bourg schilden, die welke Willem ende Geryt Heinricsz geloift hebben Jan Ruychrock te betalen in Meydag e.k. Van doodslagen zal de baljuw partijen recht mogen doen en hiervan 10£ ontvangen (zie 1431-11-08)
1469-05-11 | Heemskerk (Meeresteyn)
Arch Marquette no 319/R.A.H. Coll Aanw 104 Caput Kennemerland fol 9v (fol 3v)
Jaartallenindex
hertog Karel oorkondt dat hij Aelbrecht van Egmonde beleend heeft met alle goederen hem aangekomen bij den dood van zijn vader Ailbrecht van Egmond: 1) 6 ½ viertel lants ende een vierendeel gelegen in den ban van Heemskerk opt Hoge Dorp, streckende tusschen den Broecsloot ende den Kukenwech, 2) 8 geerssen lants dair bij gelegen in Heemskerckerbroec in den banne voirs, 3) 4 maden land ende een vierendeel (4½) ook gelegen in Heemskerckerbroec, 4) 18 geerssen lants in de voors. banne optie Grote Venne, 5) 2£ Holl en 100 hoenders sjaars uter abts huyrweer in Lymmen, 6) 2 £ Holl sjaers uter herfstbede ende vry vroensculde van Oosdom, 7) 10£ sjaers uyt onser rentmeesterscip van Kennemerland. Tot een erfleen niet te versterven binnen aftersusterkint. Hier hebben over ende an geweest onse getrouwe rade en leenmannen van Holland (vgl 1547-01-03)
heer Willem van Alkmade, ridder, Geryt van Assendelft, mrs Lodewyck van der Eycke, Henric van der Mye, Michiel die Wilde, Dirck van Swieten, Jacob Bossairt
1422-10-12 |
R.A.H. Coll Aanw 77 fol 94/Memoriale Ducis Johannis fol 61v
Jaartallenindex
hertog Johan oorkondt "also geschil ende twydracht gestaen hebben tusschen Willems erfnamen van Boschuijsen aen die een sijde, ende Reyner Willemsz an die ander syde, van alrehande ontfange, uijtgeve ende anderen saken roerende die rentmeesterscip van Noortholland, daer toe wij geordineert hadden onse getrouwe heer Willem van Egmonde end heren Aernt van Leyenberch omt gestant daeraf te ondertasten ende alle bescheijt ons dairof aen te brengen" waarna een uitspraak gegeven was, waarover Reyner Willemsz voors. niet voldaan was. De hertog heeft toen de zaak onieuw in behandeling genomen en beslist nu dat Reyner Willemsz aan de erfnamen voirs. betalen zal 437 scilden, maar hij zal van de rentmeester van N.H. weer opbeuren 200 scilden naar uytwysinge syns briefs. De erfgenamen zullen voor 11 Nov. alle Willems schulden betalen, en dairof sullen sij Reyner voirs. ontheffen en quyten, op een boete van 1000 scilden
1398-01-22 (1397) |
R.A.H. Coll Aanw 47 fol 490v/Reg Albrecht V fol 273
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt "want wij wail ter waerheyt onderwijst sijn, als wij oic hebben doen vinden in onsen reeckeningeboeke van onsen rentmeesterscip van Zuidholland dat onse uijtwaert geheten die Puelije ende is gelegen voir Ghiessenmonde binnen een deel jaren lestleden also ghearcht ende gequaet is, dat hi boven 50 Dordr gld sjaers of luttel meer nu ter tijt niet en gelt noch ghelden en mach, ende noch in toecomende tiden seer argen en quaden soude, ten ware dat men dienselven uytwaert mit groten oncosten te hulpe quame". So hebben wij denselven uytwaert mit allen sinen toebehoren, dat is te weten lant, rijse, riet ende visscherie darenbinnen gelegen, ghelikerwijs onse rentmeester van Z.H. tot hair toe die van onser wegen verhuert heeft, verpacht etc Coenraet van Heysterbach ende sinen nacomelingen tot enen ewigen erfpachte, om 50 Wilh. Dordr gld sjaers
praesentibus: domicello de Arkel, praeposito et archidiacono Trajectensis, domino Philippo de Wassenaer Burchgravio Leyd. necnon domino Nycholao de Borsalia f. dominii Alberti, consiliarum
1429-04-04 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 71/Memoriale Rosa I fol 29
Jaartallenindex
Philips oorkondt: want voir dese tijt onsen getrouwen Rade rekeninge ende bewisinge gedaen is van Heinric Hermanszoons erfgenamen in de name van deselve Heinric van der casteleinscip, bailiuscip ende rentmeesterscip van Woerden, bij welke rekening men denselven erfgenamen sculdich bleef die somme van 5500 Eng. nobels naar inhoud van het reces van hertog Johan. De hertog erkent nu aan Willem Heinricszoon en Bairtrait Henricsdochter als erfgenamen van hun vader voirs. 600 Wilh Holl scilden schuldig te zijn, op te beuren uit de renten van Woerden, elk jaar, terwijl hun moeder Margriet Henric Hermansz weduwe bovendien nog 52 schilden sjaars zal ontvangen updat sij te bet hebben moge bij te leve, na haar dood te komen op haar beide kinderen. Item noch heeft Margriete mit horen dochteren alse Yme en Machteld een brief van 600 sc sprekende van woirde te woirde ende in alre manieren als voirs. staet
1399-12-10 |
R.A.H. Coll Aanw 67 fol 97v/Memoriale B.M. fol 72
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt dat hij Jan van Stienbergen, onse rentmeester van Z.H, bevolen had voor een termijn van 12 jaren lang, onse castelrie ende scoutambacht tot St Geerdenberge. "Welke brieven ende jaren hi om onser begeerten wille ons weder overgegeven heeft". Jan bewijst dat de hertog hem deswege schuldig is gebleven: 1) sulke recesse als die heer van Steijn van onser wegen betaelde ende beliep 1930£ 4 denier; 2) item die Jan anders van onser wegen uijtgeleijt ende aen onsen slote voirs. vertymmert heeft boven sijn ontfanck van derselver castelrie en schoutambacht 870£ 6sc 6 den. Komt tesamen 2808£ 6sc 10d Holl. De hertog erkent hem dit bedrag schuldig te zijn. In afkorting hiervan mag Jan behouden 340 Gentse scilden sjaers die uyt het rentmeesterscip van Z.H. plegen te gaen toter lyfpensie van Bruessel. Ende des sullen wij him selven dairof ontheffen ende scadeloes houden jegens Godevert Roelant tot Bruessel ende anders degenen die de voirs. lyfpensie sculdich sijn te bueren. Verder beveelt de hertog hem op te beuren en te ontfangen "sulc gelt als onse lantpoirteren van Dordrecht jaerlix sculdich sijn", hij mag hiervan jaarlijks 100 Eng nobels behouden in afkorting van de hoofdsom
Zevender, van der | 1382-11-08
R.A.H. Coll Aanw 63 fol 354v/Quohier Handvesten O/Van Mieris III p 391; R.A.H. Coll Aanw 178 fol 37/Inv Thesaurie anno 1441 fol 25 Huerne XXV; R.A.H. Coll Aanw 181 fol 64/Groot Repertorium mr P. Beoostenzwene; R.A.H. Coll Aanw 182 fol 78v, 79/Inv Brieven Tresorie anno 1498 fol 38v
Achternamenindex
vidimus van deken en Capitule van de Collegien van Gorinchem, van een brief van Willem heer van Hoorne en Altena, daermede hij bekent ontvangen te hebben van zijn neef Claes van der Zevender [Claes van Haestenberch]1500 oude scilden, "die hij hem bewijst wederom te ontfangen uijtten castelrie van huijse ende landen van Altenae ende allen sijnen toebehoeren"; ander fiche: inhoudende een recesse op Claes van der Zevender daer die heer van Huerne ende van Althena denselvan Clays inne looft niet te ontsetten van der casteleinscip van den huijse van Altena, hem een eerst betailt 1500 oude scilden. Fiche (1498 brieven Tresorie): een vidimus van eenen brief daerinne Willem heer van Hoerne ende van Althena bekent Claes van Zevender, sijnen neve, verlijt schuldigh te wesen 1500 oude schilden ter cause van gelycke somme die hij hem geleent hadde opt casteleinscip, bailiuscip, dyckgraefscip ende rentmeesterscip van Althenae ende den Monickenlande, ende geloeft hem daervan niet te versetten, tot dat hij daerof betaelt sal wesen. In date 1382
1403-11-05 |
R.A.H. Coll Aanw 68 fol 69v, 70, 71, 72/Memoriale B.J. fol 47v, 48, 49, 49v
Jaartallenindex
gaf mijn heer geleide Gherijt Scoer durende tot Kersavond e.k. toe (fol 69v); 1403-11-06: geleide voor heren Bertelmeus van Raiphorst en syn goede, in sulker maten dat men him noch sijn goede in mijns heren lande niet besetten noch beletten en mochte, roerende van eniger schulde die hi sculdich was van den dienste dien hi bewaert als van den rentmeesterscip van Kennemerlant ende van Vrieslant, durende tot Meyedage e.k. toe (fol 70); 1403-11-16: geleide voor Willem Screvelsz, poorter tot Brugge mit sinen knechten, durende een jair lang. S Vridages na St Martijnsdach in den Winter gaf myn heer geleijde Dirc van den Woude een goed, vrij vast en seker geleyde veijlich te comen en te meerren binnen onser stede van Delf ende weder van daen te trecken tot Woudrichem in sulker maten als hi dair is, om sijn reeckeninge te maken van onser stede goede van Delf, 8 dagen lang na den datum des briefs; 1403-11-14: gaf mijn Vrouwe mit horen brieven Jan Boeijen Emmenz een geleide durende 14 dagen lange na den date van desen brief; 1403-11-17: gaf mijn heer geleide Jan van Aerssen, durende 8 dagen lang na den dach voirs. Eodem die gaf myn heer geleide den heer van Poock mit 8 personen of daeronder, durende een maent lang etc
1399-12-22 |
R.A.H. Coll Aanw 47 fol 633/Reg Albrecht V fol 364
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt dat hij "tot anderen tiden"op heer Florys van Alkemade bevolen had het baljuwschap en rentmeesterschap van Amstelland en Waterland, en hem sedert dien beleend had met het ambacht van Aemstelreveen, en daartoe 160 oude schilden 's jaers van onsen reedtsten renten uyt onser rentmeesterscip voirs, na inhout der brieven die Her Coene van Oisterwijck van ons dairof heeft. "Oic mede Heren Gheryt van Heemskerck uijt onser Bailjuscip van Waterlandt ende van den Zeevanck een dorp geheten Etershem mit 100 nobel sjaers op onse visscherie geheten die Were (?). Welke voirs. renten ende ambochten wij vercoft hebben overmits noot van gelde dat wij te doen hadden in onsen oorloge ten Oist Vriezen. Ende want oic mede onse scouten van Aemstelreveen Heeren Florens voirs. gelient hadden op dat scoutambocht aldair, die him Her Florens voirs. weder heeft moeten betalen ende verleit ter tijt toe dat hi onsen dienst voirs ruemen sal. Soe hebben wij hem dairomme, ende om sulke schade ende verlies als hi van den ambochten ende renten voirs. hebben sal binnen dien drien jaren die hi aen onsen dieste voirs. hadde, die wij him weder sculdich waren te versetten, naar inhoud van zijn brieven die hij nu teruggegeven heeft, hem ten vrijen eigen gegeven een stucke lants geheten Diemernesse ende is gelegen in den ban van Diemen butendyx, dat Kerstiaen Meynertszoen op dese tijt van ons in huere heeft om 25 oude scilde sjaers