131 resultaten

1452-05-31~ |

Kroniek Hist Gen jg 1854 p 489
Jaartallenindex

Lambert Symonsz van Haerlem klaagt dat hij in het jaar 1441 op St Thomasnacht voor Midwinter, met zijn schip te Doesburg liggende door 14 gewapenden beroofd (was). Het waren s hertogen dienaren en burgers. Toen hij met zijn schip te Dieren lag, kwam Arnold van Goer, overste rentmeester van den lande aan boord. En op Kersavond, toen hij gewond en ziek lag, was Johan van Boitbergh komen vragen hoe het er mee ging. Intussen had hij kans gezien een bericht over zijn toestand naar Haarlem te zenden, die daarop aan de hertog van Gelre schreven. Daarop beval Johan van Boedbergh in tegenwoordigheid van Elbert van Alpen aan Arnoldus van Goer aan Lambert alles terug te geven wat hem ontnomen was. Hij kreeg van Arnoldus echter niets dan scheldwoorden. Toen Lambert op 1450-04-27 te Tiel lag, gaf Arnoldus hem in tegenwoordigheid van de abt van Marienweerd, van heer Johan van Vyanen ritter en mr Adolph van der Marck, hem een budel met 2 kapotte muntjes, zeggende dat hij de rest maar aan de hertog moest vragen die er een St Marie en een St Jansbeeld mee had doen vergulden. Lambert beschuldigde echter Arnoldus van Goor en Derick Schoen Swaen dat zij hem het zijne, tegen de wil van de hertog, niet teruggaven. Hij verzoekt nu der hertog om voldoening. Op de rug staat: item ontvangen van Arnoldes van weghen van syn weert Johan Buselman in den Helm, 15 R gld (16 oude brasp. voor de R gld) van alsulck afterwezen als mij van hem geschiet is tot een afkurting daerof. Dese daghe is geschiet over Arnoldus van Goer in den jaer ons Heren MCCCC ende XII des Woensdages na Pinxterdach

1452-12-11 |

Cartul St Jan Haarlem no 503~~
Haarlem Algemeen

notaris Nycolaus Visscher, clericus Traj, oorkondt dat dominus Johannes van der Horst, presbyter Traject dyocesis, een officie van 2 missen per week gesticht heeft in de Bagynenkerk te Haerlem in tegenwoordigheid van mr Bernardus Johannes notarius publ anno 1421-05-12, presentibus dominis Jacobo Johannis magistro in artibus et baculario in decretis, notario publico, Nycolao de Werder, presbyteris, Nycolao de Scarpenwoude et Wilhelmo Wolteri laycis testibus. Hij herroept deze nu en sticht een officie van 3 missen 1452-12-11, en geeft hiertoe een stuk lands in den ban van Utgeest, geheeten Wijlants made, ende nu ter tijt bruket Symon Nannenz, ende hebben belent oost: Willem Lourijsz, west: Claes die Wijt, noord: Rem Danielsz en zuid: Dirc Jan

presentibus: Huhone de Assendelf, mr Symone Johannis et domino Theoderico Petri, presbyteris testibus

Delden, van | 1140~

Oorkbk Sticht Utrecht no 380
Achternamenindex

Esic van Busdorf, proost van Paderborn, verklaart dat Lubbert van Delden een mansus met een jaarlijkse opbrengst van 3 sol van hem ontvangen heeft, op voorwaarde dat Lubbert zichzelf en zijn goederen aan de Dom van Paderborn heeft opgedragen. Bevestigd door bisschop Bernard van Paderborn in tegenwoordigheid van Ludolphus, broer van Lubbert van Delden en van Hermannus de Lippia

Avesaet, van | 1331-05-25

Reg Bisschoppen van Utrecht no 1009
Achternamenindex

de bisschop van Utrecht oorkondt dat vrouwe Mabelia van Wulven, in tegenwoordigheid van haar man Baudekijn van Avesate en haar oudste zoon Ernst van Wlven, overgedragen heeft aan Alfaert van der Horst, het gerecht, de tienden en de visserij van ter Horst, die hij van haar in leen hield, waarop de bisschop ze Alfaert heeft verleend als dienstmansgoed

Polanen, van | 1409-07-02

Reg Rotterdam en Schieland no 1757/Reg Lenen van Honingen fol 157
Achternamenindex

Dirck van der Lecke, ridder, verklaart, nadat Heinrick Brouwersz hem in tegenwoordigheid van Herman Jansz, schout van Zevenhuysen, en van buren, had opgedragen als vrij eigen 4 morgen land in het ambacht van Zevenhuysen buiten de watering, belend noord: Wolfert van der Duin, zuid: de Heilige Geest, dit land in erfleen te hebben gegeven aan voornoemde Heinrick

Gheel, van | 1444-11-23

Taxandria 1923 p 174
Achternamenindex

op deze datum verschenen voor mij Rutger van Arckel, notaris te 's Hertogenbosch, in tegenwoordigheid van eerzame mannen als getuigen, domicella Berlia, echtgenote van Arnoldus Wolphardsz [de Rover] vanwege hun dochter Maria ter ener en Elisabeth, weduwe van Jan Back van Tilborch met hun zoon Berthout ter andere zijde die verklaarden dat op die datum huwelijksvoorwaarden waren gemaakt

getuigen en eerzame mannen: Johannes Monix, schepen, Henricus van der Aa Gerardsz, Dirck die Lu, Goyaert van Erp, Goeswijn Heym, Rutger van Geldrop, Martinus Monick, Arnoldus Berys, Johannes van Gheel, Arnoldus van den Wyer Henricksz, Johannes natuurlijke zoon van Arnoldus Wolphartsz

Langerak, van | 1252-11-22

Brom regest no 1234
Achternamenindex

Giselbertus uten Goye erkent in tegenwoordigheid van de bisschop en anderen, geen recht te hebben op de tienden in Houten, Loerik, Westrum, Oostrum, de Nieuwendijk en Dennenwaard of Gravenwaard, maar deze ten onrechte in bezit te hebben genomen, terwijl zij aan het kapittel van St Marie toebehoorden. Hij doet vervolgens met zijn broer Walterus afstand van deze tienden

Oosterwijk, van | 1320-10-30

R.A. Utrecht Bisschoppelijk Arch 234/regest Bisschoppen van Utrecht no 464
Achternamenindex

graaf Willem doet uitspraak in de geschillen tussen Frederik, bisschop van Utrecht, en Jacob, bisschop van Suden, die de uitspraak bezworen hebben in tegenwoordigheid van de heer van Vorne, burchgrave van Zeeland, de abt van Middelburch Conraet van Oesterwijc, "ende bescedenre luden en Vroder heren Arnouds provest van Arnem ende heren Jacobs provest van St Jans van Utrecht"

Nicolaas van Gent was abt tussen 1319-01-12 en 1327-10-31

1488-01-24 |

G.A. Amsterdam Inv 581c regest 572/Arch Carthuizers bij Amsterdam
Jaartallenindex

Jan Pietersz oorkondt dat hij heeft verkocht aan broeder Geryt Florijsz, mijn broederszoen, woonende in dat Kerthuysserscloester buyten Amsterdam, een stucke lants gelegen in Hem bij Hoern ende is leengoet ende hoert nae mijn dood den voorsz. broeder Geryt Florysz, ende ditselfde lant gelt alle jaer 16 R gld etc. Hij erkent deswege voldaan te zijn, doch verklaart deswege elk ¼ jaar van genoemd klooster 4 R gld te zullen ontvangen zoolang hij leeft. Deze koop is gedaan in tegenwoordigheid van Wijndrich Geryts,z mijn oem, wel wetende dat datselfde lant beter is dan dese voirscr. lijfrenten tot onser beyder lijff dat geve ic dat voirs. convent om Goedts willen, voor myns ouders zyel tot een eewijch testament. Ende mijn uutterste beheerte is dat die Karthuyssers dit lant eyghelick maecken willen ende vrij coepen van den heer om een eewijch testament te blijven

bezegeld door Gheryt Vrerixsoen ende Aernt van Dam (zegel: 3 wassenaars), leenmannen der graeflicheyt van Hollant

1448-04-16 | de Nijenburch

Schadee: Sententiën Hof van Holland 1447-1448 p 59 no 45
Jaartallenindex

Willem van Brakel heeft voor de Raad gezegd in tegenwoordigheid van Claes van Thoorenborch, dat Claes "in vare ende in velde geweest is" toen een man "bij den Nyborch het pansier over het hoofd vuijt gescoten is", waardoor hij werd verwond en aan de verwonding is gestorven, dat er niemand als "belijder" optrad, dat toen men het lijk wilde begraven, het begon te bloeden, dat hij [Willem] te zijner tijd recht hierover wenschte te doen als baljuw van den Nyenborch. Claes van Thoorenburch antwoordde dat hij onschuldig was. De Raad beslist: Willem en Claes zijn beiden dienaars van de Grafelijkheid en Willem heeft Claes hiervan beticht in de Kamer van de Raad, zodat de Raad competent is in deze. Partijen hebben beloofd hangende dit geding in vrede te zullen leven, ook wat betreft de wederzijdse familieleden