51 resultaten
Grebber, de | 1370~
Rechtspraak Graaf van Holland III p 7
Achternamenindex
uitspraak over de doodslag op Jacob Jan Hillenzsz, Jan Pieter Heynenzsz en Pieter Rukebier: de schepenen in Waterland (Broeke), o.a. Jan Coppeliin, Clais die Grebber, Jacob Hildebrant Coppenz, betalen voor Jacob Jan Hillen 90 £ en de baljuw 10 £ etc, daar ze een fout vonnis uitgesproken hebben mogen ze geen schepen meer zijn
1428-12-09 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 53v/Memoriale Rosa I fol 22v
Jaartallenindex
hertog Philips oorkondt dat de goede lude en inwonenden van Zybenkerspel en Bennijncbroec het geld verschuldigd wegens hun rebellicheijt voldaan hebben. Hij geeft hun nu hun rechten en vrijheden terug. Ten ewigen dage zullen zij vrij zijn van allen brueken ende aentichte en van alre daging dair se onse bailliu van Medenblic Willem die bastairt van Holland van onser wegen ter vierschaer voir dese tijt om gedaecht heeft. Al degenen die mede poorters waren ten tijde dat de sententie uitgesproken werd, zullen met hen moeten gelden penninc penninx gelijc, al zijn zij ook naar elders vertrokken, met uitzondering van degenen die hiervan door de hertog en de Raad uitdrukkelijk zijn vrijgesteld
1473~ |
Berigten Hist Gen dl 4 p 107/Arch Nyenrode Afschrift
Jaartallenindex
minnelijke uitspraak door Arend van Zwieten, heer van Leyenburg, Johan van Zuijlen van Natewisch, Ernst van Drakenburg, als zeggers vanwege Gysbrecht van Nyenrode, heer van Zuijlen en St Maartensdyk, ter ener-, Johan Clauwert, abt van St Paulus te Utrecht, Willem de Vosse, Willem van Lokhorst, als zeggers van wege Gerrit van Rijn Zouwenz en zijn vrouw Janna van Nyenrode, ter andere zijde, betreffende 1000 Vrancr scilden, gekomen van Dirk van Bijland, ridder, en aan Johanna voorn. toegezegd in het maaggescheid, uitgesproken door Reinold van Brederode, Gijsbrecht van Nyenrode van Amerongen en Splinter van Nyenrode, tussen Gysbrecht van Nyenrode, heer van Zuylen, Janna en hun moeder, Johan en Hendrik van Nyenrode, hun broeders
1493-08-04 |
R.A.H. Coll Aanw 110 Caput N.H. fol 18v
Jaartallenindex
Max. en Philips oorkonden dat Anthuenis van Eversdyck tot nakoming van de sententie gepronuncieert bij ons en by den Grooten Raede, tot achterdeel van hem ende tot voordeel van Jacob van Noortich, uitgesproken 28 Juni j.l, tot onderpand gesteld heeft tbv Jacob van Noortich voors die hofstede van Rynenburch, met alle timmeringe, boomen, boomgaerden, landen, tienden, renten etc, gelegen in den ambachte van Hasertswoude, die hij van ons ten rechten lene houdende was. Om hieruit te ontvangen 50 gouden Andries gld sjaars, losbaar met 408 Andriesgulden. Anthuenis zal de op de voors. hofstede rustende volle dienst aan de grafelijkheid blijven doen, met het verzoek om deze te confirmeren, hetgeen vervolgens geschiedt (vgl 1493-06-28)
present: mr Gheryt van der Mye, Godschalk Oom van Wingerden, Philips Saij, Dirck van Boneem, Jacob Adriaensz
1549-01-14 |
R.A. Zwolle Inv Arch hav. Wegdam bij Goor regest 55
Jaartallenindex
Henrick van Haersolte en Peter van Holte, schout van Dalffzen, verklaren een moetzoen uitgesproken te hebben tusschen Johan van Haersolte ter eener zijde, en Christoffer van Coverden als momber van zijn vrouw joffer Henrick van Koevorde, ter andere zijde: 1) Johan zal alle leen-, tins- en allodiale goederen verwerven die juffer Mensse van Itterzum nu in gebruik en bezit heeft, 2) Johan zal het rogge- en haverland over de Vechte in de buurschap Enne [Emmen] verwerven, alsmede alle roerend goed dat juffer Mense zal nalaten, 3) Christoffer zal recht hebben op 600 goudgulden, overeenkomstig de akte van huwelijksvoorwaarden, opgemaakt tussen hem en Henrick van Haersolte; Johan zal dit bedrag betalen binnen een jaar na dode van juffr. Mensse (afschrift)
1679-12-01
R.A.H. O.R.A. 2108 fol 73
Transportregister Egmond
Jan en Claes Jansz Stoel, kinderen van Jan Jansz Stoel, gestaan hebbende met hun goederen ter weescamer van Alkmaar, uit cracht van de condemnatie door het gerecht aldaar op 1679-03-07 uitgesproken ten laste van Dirck Rijscamp, getrout met Jannetje Pieters, gewesen weduwe van Andries Crynsz, en ook deselve Jannitje Pieters, wonende tot Egmond op de Hoef, gecondemneerde, gerechtelijk doen verkopen ¼ part in "het Wummeland" in de Bovenpolder, groot in het geheel 2 morgen, zijnde afgepaalt op de zuidwest zijde van dit land, oost: Dirck Claesz c.s, west: ds Theodorus Bortsenius, zuid: Arent Duijnen made, noord: jhr Geldolph van Vladderacken. Kopers zijn gebleven de heer Laurens van Oosthoorn, baljuw van Heerencarspel en Adriaen van Twuyver, secretaris alhier, voor 200 gld
1534-03-02 |
Bronnen Gesch Abdij Rijnsburg regest 1148
Jaartallenindex
Willem van Alkemade, rentmeester generaal van de abdij Rijnsburg, tekent bij de brief dd 1414-09-21 aan, dat voor de daar bedoelde ½ gouden Eng Eduardus nobel, staande op het huis thans genoemd Calis, sedert langer dan 80 jaar, niet meer dan 25 stuivers zijn betaald, en dat in de door hem te Rynsburg aanhangig gemaakte rechtzaak tegen Claes Florysz Boen van der Bouchorst, schepenen hebben uitgesproken, dat Claes niet meer dan 25 st behoeft te betalen. Dat hij daartegen in beroep is gegaan bij de baljuw, maar dat reeds voor de behandeling dezer zaak mr Pieter Claes licentiaat in de rechten te Rynsburg en Jan Dircsz in de Coestraat als arbiters hebben beslist, dat Claes Boen en zijn nakomelingen voortaan ½ gouden Henricus nobel zullen betalen
1552-01-27 |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl II dossier 608
Jaartallenindex
Nicolaas Cretijck contra Jeronimus van Serooskerke, heer van Mormont, Welland, Aelst. In een geschil tussen partijen over de verkoop van land onder Ossendrecht, beslisten arbiters dat verweerder aan eiser 2200 gld moest betalen minus hetgeen hierop al betaald was. Eiser zou verweerder alle acties die hem uit hoofde van dit land toekwamen, cederen. Bij nadere interpretatie van de sententie bepaalden de arbiters dat slechts de acties die bedoeld waren die eiser vanwege 100 gemeten land die zekere mr Jacob van der Beke en Adriaen van Goorle op hun eigen kosten voor hem zouden bedijken; en dus niet vanwege de andere 100 gemeten die van der Beke en van Goorle zouden mogen behouden volgens afspraak, wanneer zij het gehele gebied van 200 gemeten zouden hebben bedijkt, volgens contract met eiser dd 1552-01-27. Aanwezig: a) sententie door arbiters (raadsheren in de Grote Raad) uitgesproken (geen datum genoemd), b) interpretatie dd 1556-11-12 door dezelfden aan de voorgaande arbitrale uitspraak gegeven
1546-10-16 |
R.A. Zwolle Inv Arch hav. Wegdam bij Goor regest 48
Jaartallenindex
Johan van Padewerdt, Herbert Splijtloeff en Henrick ten Holte, Henrick van Haersolte, Jacob van Ittersum en Alpher Bloemendaill, verklaren een moetzoen te hebben uitgesproken tussen Johan van Haersolte en zijn zuster juffer Henrick van Hairsolte: 1) Johan zal behouden de erven Bussinck en Hackert in Junne, de tienden over Bruckell in de buurschap Hulsen, het goed te Genne en ten Holte, met uitzondering van 6 morgen land te Mastebroick, die nu Johan Blat in pacht heeft; 2) juffer Henrick zal behouden de voors. 6 morgen land in Mastbroick, benevens ⅔ van 33 ½ morgen in het Langeslach; 3) Johan zal behouden de tienden te IJrthe, behoudens een drietal renten, die zijn zuster toekomen; 4) juffer Henrick zal ⅓ van ⅔ van de Leemkuijle hebben en na dode van hun tante juffer Mense van Ittersum zullen zij zowel het aandeel van Mense in het goed de Leemkuijle als het aandeel van hun grootmoeder Alijdt van Ittersum in dat goed gelijkelijk delen; 5) ook de inkomsten van het goed tho Hairst sullen zij gelijkelijk verdelen en de daarop rustende renten gelijkelijk betalen
1434-09-11 |
Coll Aanw 204 fol 475, 493, 494v/Mem Rosa II fol 174, 181, 181v
Jaartallenindex
belooft Willem Claesz, de Viscoper, van Leyden, dat hij in den Hage zal blijven totdat er sententie door de Raad uitgesproken is van dien twiste en geschil dat tot Leyden geschiede op St Bonifaciusdach, dair Willem voirs. mede was overgeseyt. Hij belooft de uitspraak die komen zal, te zullen naleven. Op 1434-09-26 wordt de uitspraak in deze zaak gedaan "over den Berendrechters ende hoire medeplegeren om der brueken wille tegen minen here gedaan", weswege Willem Claesz de Viscoper gevangen zat omdat hij de schout van Leiden "gevreest" had. Terstond na zijn ontslag uit gevangenschap zal Willem, blootshoofds, ongegort en ongeschoyt op zyn knieën de Raad om vergiffenis smeken in presentie van de schout van Leiden en 2 of 3 van het gerecht. Binnen een maand moet hij vertrekken (en intussen niet in Leiden komen) voor een bedevaart naer St Jacob in Galissien. Na terugkeer blijft hij nog een jaar lang verbannen uit Leiden, het baljuwschap van Rynland en dat van der Hage en uit Haagambacht; (fol 181v) heeft Willem betoog gedaan van zijn bedevaart. Volgt de Latijnse tekst van dit betoog