2647 resultaten
1488-05-19 |
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl V dossier 428
Jaartallenindex
schepenen van Dordrecht oorkonden dat Willem Helmichsz aan broeder Boudewyn Stapel, prior van de Augustynen te Dordrecht, opdroeg de rente vermeld in de schepenbrief van Gorinchem dd 1487-04-02 (vgl 1491-03-11)
1489-05-28 |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl I dossier 145
Jaartallenindex
schout en heemraden van Brandwijk en Gybeland verkopen aan Thomas Zybrantsz een rente van 2 £ Vls sjaars. Akte van 1490-03-16 (1489) waarbij Dierick Gerytsz verklaart drie rentebrieven, hem en Jan Heynricsz toebehorend te hebben terug ontvangen. Rentebrief van 1491 waarbij de goede mannen van Brandwyk en Gybeland aan Thomas Zybrants een rente van 6 g.g. tegen 1½ Vls verkopen (over een hoofdsom verminderd van 28 tot 23£). Copie van de rentebrief dd 1493-03-27 (1492) waarbij schout en heemraden van Nieuwerkerk aan Jan Gerytsz een jaarlijkse rente verkopen. Copie van een rentebrief dd 1492-03-17 (1491) waarbij schout en heemraden van Nieuwerkerk een jaarlijkse rente verkopen aan Dierick Gerytsz. Copie van een rentebrief dd 1493-01-17 (1492) waarbij schout en heemraden van Brandwyk en Gybeland aan Dirck Gerytsz een jaarlijkse rente verkopen. Dossier 145 (oud: D 241). Inwoners van Gybeland, Nieuwerkerk en Brandwijk in Zuid Holland contra Dirk Gerritsz, Jan Gerritsz, Geryt Gerytsz en Jan Heynricsz als voogden over Willem, erfgenaam van Thomas Zybrantsz uit Gouda. Verweerders hadden van eisers renten gekocht, geheel of gedeeltelijk vóór de muntreductie van 1489. Sommige renten werden na 1489 vernieuwd (en gedeeltelijk afgelost). Eisers voelen zich hierdoor benadeeld wegens de waardevermindering. Zij eisten "hard"geld
1489-08-06 |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl III dossier 3245
Jaartallenindex
Nieuwpoort verkoopt aan Daniel van Praet een erfelijke losrente van 4 £ sjaars, krachtens verkregen octrooi 1489-07-19 (vgl 1473-06-26, 1500-09-13)
1489-08-24 |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl I dossier 121
Jaartallenindex
de regering van Rotterdam verkoopt een rentebrief aan Marie van Wissenkerke, dochter van Janna van Groenevelt (vidimus door het gerecht in den Hage gegeven 1493-03-30 (1492)). Hiervoor proces van de Magistraat van Rotterdam contra mr Jan van Wissenkerke, Raad Hof van Holland namens zijn dochter Marie. Na de jonker Franssen oorlog waren Cornelis Croesinck en mr Jan van Wissenkerke belast met het toezicht op de bestuurshervorming te Rotterdam. Verweerder diende hiervoor een declaratie in. Rotterdam wilde hem betalen met een lijfrente van 2£ Vls. Deze werd gesteld op naam van zijn 12 jarige dochter Marie (1489). Rotterdam werd wegens niet betaling van deze rente gedaagd voor het Hof van Holland. Bovendien eiste mr Jan betaling in "zwaar geld" [muntdevaluatie in 1489]
1490-07-28 |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl I dossier 129
Jaartallenindex
Willem van Gendt en Adriaen van Raveschot contra Pieter van Schouwen, pastoor van Waspik. Eisers hebben van de graaf van Holland in leen de ambachten van Kapelle en 's - Grevelduin met recht van tiendheffing op de gewassen en op het turfsteken. Verweerder stelt dat dit novaaltienden in de parochie Waspik waren en reeds door zijn voorgangers genoten waren. Op 1490-07-28 beveelt de hertog bij mandament den verweerder en de officiaal van Luik dit proces te staken
1491-03-11 |
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl V dossier 428
Jaartallenindex
schepenen van Gorinchem oorkonden dat aan broeder Bouwyn Stapel, prior van het Augustynerklooster te Dordrecht, 7 R gld op 8 morgen land werd geschonken zonder dat deze schade of hinder aan de schenker Willem Henricsz [te lezen: Willem Helmichsz] mocht bezorgen; 1492-02-06: schepenen van Gorinchem oorkonden dat Willem Helmichsz verklaarde geen vorderingen op het klooster der Augustynen te Dordrecht te hebben. Deze stukken bevinden zich in genoemd procesdossier lopende over 1543-1547 van Frans Dircsz Tromper contra het Augustynenklooster te Dordrecht (vgl 1488-05-19)
1492-12-31 |
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl IV dossier 315
Jaartallenindex
leenmannen van Holland oorkonden dat Margriete dochter van Jan Heymansz, tot douairie voor haar man Jan Goessensz, maakt ½ van de tienden bij Haestrecht. Maximiliaen bevestigt bovenstaande brief op 1493-04-22 (vgl 1522-1523, 1473-04-11, 1510-01-09)
Willem Ruychrock van de Werve, ridder, Dirick van Ryswyck, mr Gheryt van der Nyde, doctor in de rechten, leenmannen
1493-08-23 |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl I dossier 113
Jaartallenindex
mr Hughes de Grote (deken van OLVr kerk te 's-Hage) contra mr Jacques de Barrij en Pierre Bontemps. In 1493 opponeerde eiser tegen de verlening van een kanunniksprebende aan mr Hughes de Grote. Hij beriep zich op eerdere toezeggingen van de Vorst in collatiebrieven dd 1491-02-07 (1490). Hij meende nu, na de dood van de laatste bezitter [kanunnik Jan Jolle ?] als eerste voor de verlening in aanmerking te komen. Aanwezig: klad van de schrifturen door eiser ingevolge appoinctement dd 1493-08-23 bij de Grote Raad ingediend
1493 |
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dl II dossier 156
Jaartallenindex
Beatrix Florisdochter van Alkemade had ter gelegenheid van haar huwelijk met Jan van Heemstede van haar vader Floris van Alkemade als huwelijksgift een rente op enige landerijen te Leiderdorp (grafelijk leen) verkregen. Na Floris dood gingen de landerijen op zijn zoon Jacob over en na diens dood erfde Beatrys het bezit ervan, met consent van de Roomskoning en de aartshertog. Enige tijd later werd zij echter in het bezit van de landerijen gestoord door Johanna [Florisdochter van Alkemade] en haar man Hughe van Hoochstraten, die beweren dat de goederen tijdens het leven van Jacob waren geconfisqueerd, omdat deze zonder toestemming van de aartshertog klei uit de grond had laten graven om er stenen van te maken. Het geconfisqueerde land zou toen aan verweerders door de aartshertog geschonken zijn. Op grond van hun beweringen wisten Johanna en Hughe brieven te verkrijgen, waarbij Beatrys werd gelast om de landerijen te ontruimen. Een deurwaarder executeerde deze open brieven met behulp van Jehan van Alphen, een pachter van Hughe van Hoochstrate. Zowel tegen het verlenen van de open brieven als de executie ervan gaat Beatrijs in beroep bij de Grote Raad. Zij voert aan: 1) Jacob heeft geen klei laten graven uit grafelijke leengrond, maar uit leen van de heer van Brederode, met diens consent; 2) Beoogd werd geen verslechtering docht verbetering van de grond, omdat hij daarmee een huis heeft laten bouwen; 3) hij is dan ook nooit veroordeeld tot verlies van het leen, en er werd geen bezwaar gemaakt toen appellante hem na zijn dood in het leen opvolgde; 4) daar Jacob gestorven is, kan hij niet meer vervolgd worden; 5) een eventuele confiscatie van het leen zou de rechten van appellante op de rente door haar vader te haren behoeve gevestigd niet aantasten. Een beroep van verweerders op het feit dat het betreffende goed door Jacob met wie Johanna getrouwd zou zijn geweest als weduwen gift zou zijn gegeven, wordt door appellante als niet ter zake doende afgewezen. Het proces gaat over de vraag of de goederen al dan niet geconfisqueerdzijn
1493 |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl I dossier 114
Jaartallenindex
Magistraat van Haarlem contra de abdis van Rynsburg, en haar procureur Meus Gerritsz. In 1493 geschil over de uitbetaling van 2 renten aan 2 conventualen van Rynsburg: a) aan vrouwe Beatrys Jansdochter van Remmerswale, conventuale te Rynsburg, gevestigd 1469-07-13 door de magistraat van Haarlem, b) aan vrouwe Margriete Jansdochter van Mattenesse, eveneens conventuale aldaar. Zij waren op deze renten voor hun levensonderhoud aangewezen, docht Haarlem meende de betaling op grond van een privilege 3 jaar te kunnen opschorten