19 resultaten
1490-02-08 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 844/Cartul Nieuwe Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
frater Theodericus, prior van het klooster Porta Coeli in Heemstede, van de Cistercienser orde, verleent aan het convent van de Nieuwe Nonnen te Amstelredam, ter Lely geheten, volledige participatie aan godvruchtige werken dezer orde
1490-10-31 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 844/Cartul Nieuwe Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
schepenen in Amsterdam oorkonden dat Marten, Aeff, Lobbrich en Neelegen, Peter Bicker Dircxzoons 4 kinderen met hun voogd Marten Dircsz, en met Hillebrant Jacobsz, Garbrant Claesz en met Marten Dircsz, hun 4 vierendelen, erkennen gescheiden te hebben de erfenis van hun ouders. Marten zal alleen hebben 4 huizen en erven te Amsterdam, item alle alsulcke goederen, huijsen, erven ende pachten als die voirn. kinderen binnen der stadt van Utrecht leggende hebben, welcke goeden hoir angecomen ende up bestarven zijn van haer Joest, hair alre heer oem, gemeen met Marten Dircsz voorn. Aef zal alleen hebben 2 huizen en erven te Amsterdam. Item 2 Beyers gld j.r.t.e.e.p gelegen tot Scloeten. Lobbrich: een huis en erf te Amsterdam. Neelegen zal alleen hebben een zaete lants mit een huijs ende bargh staende opt voorn. lant, gelegen tot Scloeten, dat Peter Reynersz nu ter tijt bewoent ende gebruyct
1468-01-27 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 668/Cartul Nieuwe Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
Claes Jacop Maddersz verkoopt aan Dirc Aef Meusz van Amstelredam tbv het Oude Nonnenconvent aldaar, een stuk land, half gemeen met dat van zijn broeder Jan Jacob Maddersz, geheten Borchsven in den ban van t suideijnde van Scermer, dat belent hebben zuid: Willem Hughesz, noord: die Regeliers. Daar hij zelf geen zegel heeft, zegelt Haghen Jacobsz voor hem. In dorso: Graft Burchsven
1468-06-09 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 670/Cartul Nieuwe Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
schepenen in Scellincholt oorkonden dat heer Claes van Beerhem, priester, en Gheryt van Beerhem, ghebroeders, met Garbrant Baertsz en Gheryt Jansz, hoir bieder gerechte voechden, verkocht hebben aan de Nieuwe Nonnen te Amsterdam, ⅓ deel van hoer geheel uterdijck met hoeren toebehoeren, onderdeel, welck voirsz groet is buten ende binnen omtrent 15 marghen ende is ghelegen in den ban van Scellincholt, daer naeste lenden van zijn oost: Machtelt Jan Gaelen wedu, west: Jan Dircxz. Vrijwaring na den recht der stede van Scellinchout. Voor Claes Dircksz zegelt zijn zoon Jan Claesz. En voor Claes Hilbrantsz zegelt Jan Claesz, de schout. "Want wij nu ter tijt gheen zegelen en ghebruiken". In het Cartul. Nieuwe Nonnen is het stuk doorgehaald en in margine bijgeschreven: "is vercoft"
Claes Dircksz en Claes Hilbrantsz, schepenen
1416-08-18 |
G.A. Amsterdam Inv Arch Gasthuizen Amsterdam/Cartul Nieuwe Nonnen Amsterdam fol 15v
Jaartallenindex
schepenen in Hoirn oorkonden dat Wendelmoet Hartgijen [het Cartularium leest: Hartijen] Syboutszoons weduwe, met haar voogd Tyman Gherytsz, verkoopt aan Guedevairt die Vriese van Amsterdam, ⅙ van een zate land in Wognum, dair naist lenden of zijn Albert Voppenzoen an die ene zijde, ende oude Claes snider an die ander zijde, met het huis op dit land staande, groot 8½ morgen lands (vgl 1430-08-02)
Jacob Lausz en Lutgen Pietersz, schepenen
1517-09-10 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 1004/Cartul Nieuwe Nonnen te Amsterdam
Jaartallenindex
schepenen in Amsterdam oorkonden dat Dirck Dircksz, poorter van Haerlem, erkende ontvangen te hebben van het Nieuwe Nonnenconvent te Amsterdam enen minlike propijn ende schencke, waervoor hij 't voors. convente opdraecht ende mits desen quytscelt alle zijn recht van erfenisse etc, hem aangekomen bij doode van zijn zuster Claes Jansdochter, geprofessyde nonne in het voors. convent
1518-07-13 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 1009/Cartul Nieuwe Nonnen te Amsterdam
Jaartallenindex
suster Maria Jansdochter, mater, en gemeen convent van St Cecilienklooster binnen Haerlem, oorkonden dat zij met het Nieuwe Nonnenconvent te Amsterdam een overeenkomst gesloten hebben betreffende de erfenis die het Ceciliaconvent aangekomen is van wijlen zuster Claes Jansdochter, professide nonne in den voirs. convent (vgl 1517-09-10)
1473-07-22 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 720/Cartul Nieuwe Nonnen Amsterdam fol 19
Jaartallenindex
schepenen in Hoorn oorkonden dat Gherijt Frerijcxz, Claes Pieter Abbenz, en Oibtien Mathijsz, nu ter tijt kercmeesteren van der kercke van Wognem, van wege genoemde kerk verkocht hebben aan het Nieuwe Nonnenconvent te Amsterdam, ¼ deel van een morgen land in de vrijheid van Hoorn in den ban van Wognem, gemeen en onderdeel in 6 morgen metten zelven nonnen, dair naeste lenden nu van zijn oost: Joost Jansz ende zijn broeder Pilgram, west: Frerijc Gerbrantsz. Kerkmeesters erkennen ontvangen te hebben 15 R gld
Jan Pietersz en Jan Henricsz, schepenen
1489-09-21 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 843/Cartul Nieuwe Nonnen Amsterdam fol 21
Jaartallenindex
schepenen in Scellinchout oorkonden dat Gheryt Jansz erkende schuldig te zijn aan het N. Nonnenconvent te Amsterdam 3 ½ R gld jaarlijkse pacht uit een stuk land binnen de ban en vrijheid van Scellinchout, ende is ghehieten die vier deymt, dair nu ter tijt naeste lenden van zijn noord: Gheryt Jansz ende Jan Gherijtsz, zuid: die Hoghe Zeedijck. Indien het land deze rente niet kan opbrengen stelt hij tot een onderpand een vrij ¼ deel van een stucke lants gelegen an die noordzijde van dese deymde, ende is geheten die vyf deymt. In het Cartul. doorgehaald, in margine: "is vercoft"
Jacob Pietersz en Thaems Hilbrantsz, schepenen; Jacob zegelt voor Thaems Hilbrantsz daar hij op dese tijd zelf geen zegel heeft
1467-06-08 |
G.A. Amsterdam Inv Gasthuizen regest 663/Cartul Nieuwe Nonnen Amsterdam fol 20
Jaartallenindex
schepenen in Scellinchout oorkonden dat Gheryt van Beerhem ende heer Claes van Beerhem, ghebrueders, mit Grabrant Baertszoen ende Gheryt Jansz, hore beijder gherechte voechden, verkocht hebben aan suster Catrijn van Beerhem, hoir beijder zuster of hoeren convent der Regulierissen binnen Amsterdam geheten ter Lely, van hoeren weghen, 4 deymde lants in den ban van Scellinchout, waarvan lenden zijn Gheryt Jansz an die een zijde, ende Jacob Jansz an die ander zijde. De akte is in het Cartularium doorgehaald, in margine is erbij geschreven: "is vercoft"
Thomaes Petersz (zegel: 2 zespuntige sterren boven elkaar) en Jacob Gaelmaensz (zegel), schepenen