2647 resultaten
1519~ |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers
Jaartallenindex
Johan de Silly Jr, heer van Scoudee, Raadsheer en kamerheer, contra Gest Butoir, wonende Mechelen, Arent Vincke x Agnes Butoir (dochter van Gillis Butoir), Jehan Butoir en andere familieleden Butoir, Jehan de le Gracht x Maria Butoir, Hendrick Hendriksz, Jehan Barradot c.s. Eiser wilde ± 1519 tegen verweerders een proces opnemen dat zijns inziens interrupt was geraakt. Oorspr. was tussen Jehan Silly Sr en Gillis Butoir een proces gevoerd over een grote som geld die Gillis aan de oude Jehan schuldig was. Bij sententie v.d. Grote Raad dd 1491-02-25 (799.25) was Gillis veroordeeld. Het vonnis werd geexecuteerd op de heerlijkheid Merksem en veengronden onder Wuustwezel en Westdoorn (vgl sententie 1494-12-19 nr 802.74). De executoriale verkoop was nog niet geheel voltooid toen Gillis opponeerde. Bij vonnis van de Grote Raad dd 1498-07-27 (nr 803.99) werden gedeelten van genoemde goederen tussen partijen gedeeld. Tegen de eis van Silly Jr voerden ver weerders aan dat de vorige processen tussen andere partijen waren gevoerd en dat bovendien de zaak definitief beeindigd was (zie ook E.A. Dossier 52). Bijgevoegd onder f: copie van het dictum van de Raad van Brabant dd 1520-04-21, in het geschil tussen Adriaen Meeusz en Jan de Glimes heer van Bergen op Zoom, waarbij eiser uitstel ontvangt om te antwoorden op de conclusie van verweerder. Adriaen Meeusz was gehuwd met Katherine Butoir en als zodanig verweerder in het proces van Silly Jr; voor de Raad van Brabant eiste hij vermoedelijk van Jan de Glimes de heerlijkheden Merksem, Schoten en 's-Gravenwezel. Jan de Glimes stelde dat deze heerlijkheden hem bij sententie van de Grote Raad dd 1494-12-19 waren toegewezen (idem 1521-06-07 nr 821.3 en 1530-04-01 nr 829.102)
1484-04-27 |
Grote Raad Mechelen Beroepen Holland dossier 102
Haarlem Algemeen
(sententie is van deze datum) broeder Pieter Pietersz + de magistraat van Haarlem contra Claes Gerritsz van Poelenburch. Syburch, schoonmoeder van broeder Pieter Pietersz had een obligatie op Johan Gerytsz. Syburch had deze obligatie in bewaring gegeven aen Claes Gherytsz die voor de inning zorg zou dragen. Daar Jehan Gerritsz overleden was, heeft Claes diens erfgenamen voor de schepenbank te Haarlem gedaagd, en is een schikking met hen aangegaan. De schoonzoon van de inmiddels gestorven Zyburch, broeder Pieter Pietersz eiste voor het gerecht van Haarlem van Claes Gherytsz afgifte van de obligatiebrief of van de 60 nobels. Het gerecht stelde hem in het gelijk, waarop Claes in appel ging bij de Grote Raad en aanvoerde: 1) dat hij voor deze kwestie reeds voor de schepenbank van Beverwijk was gedaagd, die de tegen hem gedane eis had afgewezen, 2) Claes had zijn argumenten bij ede te Haarlem willen bevestigen, doch de eed aan broeder Pieter toegewezen. De tegenpartij betwist dat de zaak door de schepenbank van Beverwijk is berecht, en ware dit wel zo dan had hij dit te Haarlem als exeptie moeten aanvoeren. Bovendien heeft broeder Pieter zijn argumenten voldoende bewezen. Claes Gherytsz werd blijkbaar door het Hof van Holland in het gelijk gesteld, waarvan broeder Pieter en de magistraat van Haarlem in appel gingen bij de Grote Raad. Met een aantal stukken. Procureur voor broeder Pieter Pietersz is op 1477-10-27 en 11-25 Melis Zaal
1502-07-19 |
Grote Raad Mechelen ? (geen bron genoteerd)
Jaartallenindex
Margaretha van York, douairiere van Bourgondië, vrouwe van den Briel en Voorne, contra Philips Ruijchrock van den Werve, weduwe en erfgenamen van Willem Ruychrock, Willem Oom van Wyngaerden, Godschalk Oom, Jacop van Wyngaerden, weduwe van Pieter Suys en Alard Suys. Eiseres had van haar man [Karel de Stoute] den Briel en Voorne als douairie gekregen. Op de heerlijkheden onder [!] Grijsoord en die Tonge, waarvan verweerders ambachtsheren waren, rustte een erfelijke rente van 173 nobelen. De rente was tot dan toe betaald in andere munt tot een waarde van 112 gr de nobel. Eisers had onlangs ontdekt dat zij recht had gehad op betaling in gouden Engelse nobels (van 4½ sterling), tot een waarde van 150 groten. Zij eist nu aanvullende betaling, zich beroepend op vroegere onbekendheid met de juiste formuleringen van de rentebrief. Verweerders stellen dat de gedane betalingen steeds waren geaccepteerd, en dat ten gevolge van de revaluatie [!] van 1489 en 1491 eigenlijk meer hadden betaald dan zij schuldig waren. Met o.a. mandament dd 1602-07-19 te Mechelen van Philips de Schone om aan verweerders op te dragen het door eisers gevorderde te accepteren
1493-02-06 (1492) |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dl I dossier 134; Grote Raad Mechelen A.G. serie A dossier 697
Jaartallenindex
Boudewyn Heert [= Hart], uit Delft, contra Hillegont van Bosschuysen, weduwe Gillis van Oostende. Na de dood van haar man op 1493-02-06 kreeg verweerster als douairie een rente van 20 £ op gronden in Zeeland, op grond van haar huwelijksvoorwaarden 1487-06-19, die een bepaling inhield welke voorzag in het geval dat er geen wettige kinderen waren geboren. Eiser betwistte de erfenis, omdat de gronden die Gillis in leen had gehouden, kwamen uit de erfenis van Guillame van Ostende, de vader van Gillis. Als echtgenoot van de zuster van Guillame maakte eiser op deze goederen aanspraak. Dossier 697: Hillegont Brunincxdochter van Bosschuysen contra de heer van Cruyningen, rentmeester van Zeeland. Na de dood van haar man vorderde eisteres van verweerder, koper en bezitter van de lenen, uitbetaling van de douairie. Deze wees de eis af, omdat volgens de Keur van Zeeland lenen die aan de grafelijkheid terugvielen, zoals in dit geval, omdat Gillis geen manlijke nacomelingen had, niet met een douairie bezwaard mochten worden. Hij ontkent bovendien deze lenen aldus bezwaard te hebben gekocht. Ook vond hij de douarie te hoog, deze mocht niet meer zijn dan ½ van de inkomsten (deze bedroegen naar zijn zeggen 30£). Bijgevoegd o.a. copie van de huwelijksvoorwaarden dd 1487-06-19
1554-04-29 |
Grote Raad Mechelen E.A. Dossiers dossier 594
Jaartallenindex
Gaulthier Boele x Anna van Ghistelle, weduwe Joos van Scheinghen, mede namens haar minderjarige kinderen en haar dochter Josyne van Scheingen x Joos Caluwe, contra Adriaen van Scheinghen, zoon van Joos, later zijn weduwe. Bij sententie van 1554-04-29 had de Grote Raad ½ van de staande Joos' huwelijk gewonnen goederen (nieuw bedijkte landen) aan eisers toegewezen. Verweerder meende als oudste zoon recht te hebben op ½ van de door Joos nieuw bedijkte landen. Hij beriep zich hiervoor op het testament van Jan van Scheinghen (1464) waarin o.a. een stuk land van 8 gemeten onder Heinkenszand aan de oudste zonen der erfgenamen in fidei commis werd gegeven. Hiertegenover stellen eisers dat in de praktijk Jan van Scheinghen's weduwe in de ½ van de patriominiale goederen was opgevolgd. Daarvoor verwezen zij naar de huw. voorw. tussen Cornelis van Scheinghen en Katharina van Borssele (mei 1498), waarbij zij elkaar het gebruik van hun beider goederen (behalve hun lenen) geven. (Hierbij verwijzen eisers naar een analoog geval: uitspraak van arbiters in een geschil tussen de weduwe van Joos van Ghistelle en Joos van Scheinghen namens Anna van Ghistelle, Pieter Cabillau namens zijn vrouw Maria van Ghistelles). Eisers wezen erop dat een fidei commis ongeldig wordt als daardoor de legitieme portie niet uitbetaald kan worden. Zij wensten een aandeel in de ½ van de nieuw bedijkte landen. Verweerder stelde nog dat t.a.v. de gevorderde tienden, ambachten en ambachtsgevolgen volgens Caput II art. 21 van de Keur van Zeeland, geen gemeenschap van goederen mogelijk was geweest, en dat daarom het beroep van eisers op Caput II art. 16 (½ van de staande huwelijk gewonnen tienden etc komen aan de vrouw, ½ van de erfgenamen) niet opgaat. Joos van Scheinghen was heer van 's Heer Arentskerke, Heinkenszand, Overzande (Zuid Beveland) en Arnemuiden geweest, tot welker ambachtsgevolgen de geeiste goederen zouden behoren (priv. hertog Albrecht 15 Okt. 1395). Een bemiddelingspoging van een raadsheer was gefaald; 1557-09-13 en 14 relaas van deurwaarder Guillame Vallois uit Hulst die de weduwe van verweerder en Guido van Ghistelle, voogd van haar kinderen, dagvaardde (vgl 1552-06-28)
Hemert, van | 1484
Grote Raad Mechelen
Achternamenindex
Pieter van Hemert, heer van Poederoyen contra Tielman Oem van Wijngaerden, betreffende een rente van 40 R gld op een halve tiende te Papendrecht, die aan van Hemert toebehoorde; sententie 1486-01-20
Mota, van der | 1552-04-02
Grote Raad Mechelen
Achternamenindex
Willem Jorisz van de Mota, deurwaarder Hof van Holland (dl V dossier 497/8); 1563-06-30: idem (dl VI dossier 573); 1564-06-12 en andere data: extra ordinaris deurwaarder Grote Raad (dl VI dossier 588, VII dossier 613); 1564-10-05: E.A. dl III dossier 2794/2; Willem Jorisz: deurwaarder idem, 1560-10-26 (dl VI dossier 558), 1558-06-06 (dl VI dossier 570/2)
Sterck | 1514-11-25
Grote Raad Mechelen
Achternamenindex
Ysbrand Jan Sterck, waard in de herberg St Joris te 's-Hage: op 1514-11-25 kwamen baljuw, schout, oude en nieuwe, op die dag gekozen schepenen, en verteerden zekere som ten laste van de nieuwe wet. Deze bleven echter in gebreke te betalen. Proces voor het Hof van Holland
Witte, (de) | 1552-1570
Grote Raad Mechelen
Achternamenindex
Jacob de Witte, Gerard, Christine x Gregoire de Ayala, die optreedt voor hun kinderen, de weduwe en erfgenaam van Jan, met als voogd Cornelis Gerritsz, Elisabeth x Rutgert Mongy, Frans, zijn erfgenaam, Wouter van Bekesteyn contra de Staten van Holland: proces voor het Hof in 1552, voor de Grote Raad in 1569, voor het Hof 1570