Bedoelde u soms?
quaet | quant | quanto | quia | quijnt | quijt | quinot | quinta | quintus

6 resultaten

Quint | 1169-09-24<

Oorkb Sticht Utrecht no 466
Achternamenindex

Boudwijn proost van St Marie te Utrecht beleent zijn kapittel met tienden en gerecht te Wiltenburg en tienden te Lopik, onder de getuigen: Theodricus quintus

Quint | 1295, 1296

De Fremery no 309
Achternamenindex

uitspraak over het eigendomsrecht van gronden, tienden en recht: 17) genoemd het ambacht van Floris van Brederode en Jacobs land Heynric Quintsz, 15 voren

Quint | 1300-01-19

Kroniek Egmond p 249, 257; H van Wijn: Huiszittend Leven II p 104
Achternamenindex

stierf Diderik Quint, 3 sch per jaar; 30 maart …. Walterus Quint, 10 sc ad structuram

Quint | 1481-09-03

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 222v
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Willem Quint Henricsz wordt na dode van zijn vader Henric Quijnt Johansz beleend met een tiende geheten Wolffswynkel, Roijwinkel, Berchorst en Heijngenscamp, grof en smal, gelegen in het kerspel van Scherpenzeel, zoals Henric die in leen gehouden had, tot een onversterfelijk erfleen te Zuftfense rechte, tegen een jaarlijkse pacht van 2 mudden rogge en 1 mud gerst Amersfoortse maat; "modo Geertrudis ipsius filia, vide in libro abbatis Wilhelmo fol 177"

mannen: Johan de Coninck, Henric van Ringenberge

Broeck, van den | 1458-07-24

Leenregister Abdij St Paulus Utrecht 505 fol 152, 472
Achternamenindex

leen van de abdij St Paulus te Utrecht: Gheryt van Broeck heeft opgedragen een tienden geheten Wolfswijnckel gelegen te Scherpenzeel, en Henrick Quint Jansz heeft dit ontvangen tot een Zutfenschen rechte, op 2 mud rogge en 1 mud garst per jaar; "dit heeft zijn zoon Willem Quint"; 1481-09-03: Willem Quint Henricsz bepaalt dat wanneer hij kinderloos overlijdt, de tiende geheten Wolfswinckel, Roij van winckel, Berchorst en Heijngenscamp, zal komen op zijn zuster Thonis of haar erfgenamen, behalve 2 mud rogge en 1 mud garste, Amersfoorter maten, alle jaren te betalen aan de abdij

mannen: Claes van Triest, Hubert Vonck; 1481: Johan de Coninck, Henrick van Rynghenberghe

1461 |

Ms Opstraeten III fol 1183
Jaartallenindex

Henrick van Sandenborch oorkondt als leenman van Wouter van den huijse van Sterkenborch en zijn vrouw jvr Catrine van Sterkenborch Gijsbertsdochter dat hij met o.a. Gerrit van Oestrum een oordeel gegeven heeft: de hofstad op Sterkenborch op d'een ende Heijmerick van Beeck, alse van een hoeve lants met 7 maden saets geheten dat goet te Grootvelt op die ander sijde, ende Dirrick Quint op dese tijt bruijct, gelegen in den kerspel van Rienen, ende Otto van Laer vóór ende syn broeder Gerrit van Laer, daernae versocht hebben aen der hofstat van Sterckenborch, nae utwysen des registers, soo wijsden de mannen dat dit goet een Starkenborchs leen is en blyven sal