5 resultaten

Uwe | 1567

Quellen Stift Xanten p 555
Achternamenindex

Alffen (Maas en Waal) Reyner Uwen huisz, belend in de Neerbroick

1544-01-04 | Lisse

R.A.H. Coll Aanw 120 Caput N.H. fol 319
Jaartallenindex

aan den here stadhouder v.d. leenhove geeft uwe onderdanige dienaar Dirck Jacobsz, wonende tot Lis, te kennen dat zekere jaren geleden wijlen zijn vader Jacob Mathysz, gecocht heeft gehad van jvr Machteld Soncken een seeckere wooninge, gelegen in den ambacht van Lis, met berch, boomte en andere toebehoren, gelyck die Heindrick Dircksz en zijn voorsaten die gehuurt en gebruikt hebben van wijlen Jacob van Schoeten, ende dat mit alsulcken limiten, conynsbergen, met 3 braspenn. per jaar houtvesters erfhure daarop staande. Welke woninge bij den dood van Jacob den suppliant aanbestorven zijn geweest, ende heeft die suppliant dieselve alsulcx tot nu toe rustelyk en vredelyck beseten en gebruict gehad, sonder contradictie van yemand. Hij wil dit alles nu gaarne aan Zyne Majesteit opdragen en van hem in leen ontvangen tot een onversterfelijk erfleen. De keizer staat dit verzoek toe, als hij de eigendom van dit goede den keizer heeft overgedragen voor de schout van Lisse (vgl 1544-01-15 en 1544-01-22)

1357~ |

R.A.H. Coll Aanw 50 fol 78v [verkeerd gefolieerd]/Reg B. Bloys Cas D fol 94
Jaartallenindex

lieve heer en neve, wij laten u weten dat s woensdaeghs nae St Martynsdag in den Somer, onse lieve vrouwe en suster, uwe oudemoeder, die vrouwe van Sentenelle, bi ons was tot Eymeric. Ende op dieselve tyt quam aldaar Willekyn Ever, toenre des briefs die ons lyete syen goede brieve, ghans ende gave als ons dochte, van onser lyever vrouwen ende nichten, uwer moeder, ende van u daer hem mede bevolen was en gegeven dunewairder te wesen in der manieren dat sine brieven spreecken en gesyen mogen. Ende op dieselve tyt tugede onse lieve vrouwe en zuster openbaerlic voer ons dat si daer over en ane was tot Aet in Brabant dat in Henegouwen is, daer hem dese dienst bevolen wert, ende dattet oec bi hueren toedoen ende bede was, welke Willekyn ons toende dat hi des dyensts nyet gebruken en moet, dat ons herck (?) wonderlyck heeft, want wi ghene mangeren geproeven en connen, waerbi dat men hem sinen dienst benemen mach daer en s anders wat in dan wi geweten connen. Gegven die, loco et supra [datering ontbreekt]

Heemskerk, van | 1418-01-02 (1417)

Van Mieris IV bl 444
Achternamenindex

"Jacob etc laten weten heren Gheryt van Heemskerc, hoe dat wij onse huys tot Heemskerc, dat ghi van ons houdt, eens bi onsen getrouwen den heere van Brederode dair God die ziel of hebbe, hebben doen eyschen ons te openen, als dair toebehoirt, dair ons weygerinck of ghesciet is, dez wij niet vermoet en hadden. Ombieden u noch, ende manen u ander werven, dat ghi ons of dengenen dien wijs van onser wegen machtigen, ende dairtoe utscicken sullen, onse vorsz slot opent, ende doet openene, so ghi sculdich zijt te doen, opdat ons geen noot en doe anderen raet dair op te hebben. Hier of uwe bescreve antwoirde bi densen bode.."

Dompselaer, van | 1612-11-05

G.A.Amsterdam Not Arch 375 fol 560
Achternamenindex

notaris Nic. Jacobs begeeft zich op verzoek van Jacob Joosten, man van de zuster van Ghysbrecht van Dompselaer, naar het huis van Ghysbrecht en doet hem een insiniatie "Alsoo d'insinnant tegen Styntgen Brants, moeder van u Ghijsbrecht van Dompselaer ende van Judith van Dompselaer u suster ende syne insinuants huysvrouwe langdurich proces heeft moeten sustineren, waerinne soo verre is geprocedeert dat bij de laetste acten in den provincialen raede is geordonneert dat de voorn Stintgen Brants uwe moeder in den Hage soude moeten in gyselinge syn en blijven ter tijt ende wijle toe sy soude hebben voldaen t commisse in den voors rade op den 22 Dec 1605 geweesen". Zij was echter intussen overleden. Hij vraagt nu of Ghysbrecht van plan is het proces tegen hem, door zijn moeder begonnen voort te zetten. Ghysbrecht antwoordde hierop: "dat hij hem gedrouch als t recht ende de justitie"