Merwede, van der | 1453-10-18

Ned Leeuw jg 1939 p 67 ev/Hollandse Leenkamer 116 Caput Altena fol 4v
Achternamenindex

Odilia van de Merwede wordt beleend met de heerlijkheid van Eethen, Meeuwen en Babilonienbroek en alle gerechten, de lage heerlijkheid van Drongelen, 100 £ per jaar uit de burcht van Meeuwen, een hoeve moer, de hoge en lage heerlijkheid van 's Gravenmoer en Vijftienhoevenmoers, eerder van Luden Henricksz [zgn Hendrik Ludenambacht], de ambachtsheerlijkheid van de Zuydwinde met de gronden van acht hoeven moers achter dit ambacht, erfleen zoals Jan van der Zuytwinde die vroeger had, de ambachtsheerlijkheid en moeren in Zuidholland boven de Zuydwinde (met belendingen), de ambachtsheerlijkheid van Monsterkerk aan beide zijden van de Dussen, het recht vierendeel van de helft in de Grote Waard en nog 15 hoeven en 5 hoeven moers met de ambachtsheerlijkheid in Den Ham te 's Gravenmoer, 5 hoeven en wildernis bij het ambacht van Waspik alle hoven houdende 16 morgen; hulder is Arnt van Wyck van Honsoirde; haar zuster Johanna erfde Burgst