1483-07-24 |

R.A.H. 108 Caput Kennemerland fol 1-4/Reg Max. Philipp. fol 1
Haarlem Algemeen

schepenen in Haerlem en leenmannen van de grafelijkheid oorkonden dat voor hen kwamen Jan van Schoten aen d'een sijde, Willem van Adrichem als oom ende Jan Jacobsz Casteleyn tot Schoten als .. ende oom van mr Willem ende Geryt Jacob van Schotens twee kinderen, anderzijds, dat zij de uitspraak verbleven zijn aan Claes Pietersz als Burgemeester en Adriaen van der Voorde, schepene binnen Haerlem als zegslieden van Jan van Schoten en Dirck Potter en Wouter Vechtersz als zegslieden van Willem van Adrichem en Jan Jacobsz uit naam van mr Willem en zijn broeder Geryt voorn, betreffende de erfenis aan beide laatstgenoemden toekomende bij brieven vanmakinge en overgifte tusschen den voirs. Jan van Schoten en wijlen Jacob van Schoten, vader van mr Willem en Gerijt voorn, gemaakte, en overige geven, opgekomen en aanbestorven mogen zijn bij doode van wijlen Ysbrant van Schoten, vader van Jan van Schoten voorn. en oudevader van mr Willem en Geryt. Deze zaak is reeds behandeld voor schout en schepenen van Haerlem, en voor de universiteit van Leuven, waar mr Willem en Gerrit studenten zijn. Zij onderwerpen zich aan de uitspraak op een boete van 1000 Eng. nob. De uitspraak luidt dat Jan van Schoten uit de leengoederen hem aangekomen bij dode van zijn vader Ysbrant van Schoten, den voorn. mr Willem als oudste zoon en leenvolger van wijlen Jacob van Schoten, vestigen en zal doen beleenen in 22 Wilh schilden sjaers, en dat voor gelyke 22 Wilh sc die den voors. Jacob van Schoten in voorleden tijden by den voirs. wijlen Ysbrant van Schoten in hilike ende medegave gegeven zijn geweest an seeckere landen in leen gehouden en gelegen buiten Delft, die later denselven Jacob met recht afgewonnen zijn. Jan van Schoten zal verder voor den heer van Naeltwijc kwijtschelding moetden doen van die 6¼ nobel sjaers an sekeren landen gelegen tot Warmont, als men van den vooirs. here van Naeltwijc in leen hield, de brieven die Jan van dit leen heeft, worden dood en teniet verklaard. Jan van Schoten zal bovendien aan mr Willem alle achterstallige renten moeten betalen van de voirs. 22 Wilh sch en 6¼ nobel sjaers. Mr Willem en Geryt ontvangen tezamen de helft van de zate lants geheten Poelsant, gelegen in Monsterambacht, waarvan de wederhelft toebehoorde aan Geryt Heerman, geldende de heele sate in huur ± 100£ Holl sjaars, die door wijlen Ysbrand aan Jacob van Schoten in hilicke ende te medegave gegeven is. Ende noch daertoe die huysinge mitten erve gelegen in de Smeërstrate tusschen Pieter Ballinck, docter, en Claes van Huessens erfnamen, terzamen aen d'een zijde, ende Jan van Scotensstege an d'ander zijde, afterwaerts treckende an mr Pieter ende Claes van Huessens erfnamen. Levert Jan dit huis niet over dan zal hij 200 R gld moeten betalen. Jan zal verder behouden al de roerende en onroerende goederen die zijn vader Ysbrand nagelaten heeft. Jan zal bovendien behouden een lijfrente van 10£ sjaars staende op de stad Haerlem

mr Jacob Bodewijnsz Doctoir ende Jan van der Meer, schepenen, Jan van Schagen en Florys Gael Claeszoon, leenmannen