1404-06-14 |
R.A.H. Coll Aanw 68 fol 101/Mem B.J. fol 68v
Haarlem Algemeen
hertog Albrecht oorkondt "want grote onrust en kenlic ongeval geschiet is binnen onser stede van Haerlem, alse van dootslage en oic van quetsinghe ter doot toe van Symon van Saenden, van Jan van Saenden, van Willem van den Woude ende van Symon sinen soon ende ander ludedoot, die in der onruste voirs. dootgebleven sijn". De hertog beveelt aan schout, burgemeesters, schepenen en Raad om de schuldigen te verbannen voor eeuwig. Voirt so willen wij dat onse scout ende gerechte voirs. bannen ende uijtroepen Willaem die Grebber, Jan Willaem, sijn broeder en Heyn d'oude uijt onser stede van Hairlem, 10 jaar lang, ende die eerste 3 jaer e.k. uijt allen onsen landen te wesen, ende tenden den eersten drie jaren nimmermeer daer weder in te comen ten sij by onsen wille