1423-04-09 |
R.A.H. Coll Aanw 77 fol 129v/Memoriale Ducis Johannis fol 84
Haarlem Algemeen
des Vrydages na St Ambrosiusdach praesen. Louwerens Jansz, Claes van Huessen, Symon Jacob [van Hillegom], Claes Allynsz en Peter Jordensz, eysschede Herper van Foreest als een rechter van myns heren wegen borge van Willem van Werder en van Claes die Grebber, gebroeders, van sulker clage als Florys Symonsz over hem beyden voir den rechter en voir scepenen geclaecht heeft, alse dat sij hem geweldelike t sine ontnomen hebben boven hertoge Willems brieve die hi van dien goeden heeft, ende dat sij t sine opgenomen hebben in Waterlant van 3 of 4 personen tot horen wille ende tot Florijs onwille, ende boven dat sij onder recht tegens malcanderen stonden, daer Willem ende Claes beyde voirs. dat vonnis of tegens ginck, ende Florys daerop geerde dat se die rechter seker wesen woude, want se geen poorters en syn ende Florijs sijn clage dairop vervolgen woude voir onse genadige Heer ende sinen Hogen Raet. Des loofden Willem ende Claes beide voors. an des rechters hant dat sij voir mijn heer van Beyeren ter antwoorde comen souden van der clage voirs, op een pene van 1000 nobelen. Ten wair dat schepenen van Haerlem wijsden dat sij dairof binnen Haerlem terecht souden staen, so die clage voir scepenen van Hairlem geschiet is, sou souden sij dan voir scepenen van Hairlem te rechte staen op tie pene voirs. ende op hoer seeckerhede ter tyt toe dattet geendet wort. Nogmaals op fol 90v, resp. 137, waar de 5 eerstgenoemde personen schepenen van Haerlem genoemd worden (vgl 1423-04-29, 1423-07-01)