1520-03-23 (1519) |

Arch Grote Gasthuis Haarlem Inv no 38/1/no 3/St Elisabethsgasthuis Haarlem
Haarlem Algemeen

schepenen van Haerlem oorkonden dat Broeder Claes Jansz, prior, voor zichzelf en van wege de gemeene broeders van het convent van Regulieren buyten deser stede, geliede als zoodanig opgedragen te hebben aan de gasthuismeesters van St Elisabethsgasthuis, ¼ deel van een stucke lants groot 2 morgen, dair Geryt van Sparwoude dander ¾ deelen of toebehoren, daer lenden af zijn west: mr Claes Hals, zuid: t voors. gasthuys, west: de laen toebehoorende de voors. Geryt, noord: t voors. gasthuys ende Claes Reijersz tesamen. Ende dit ter cause van de aflossing van ½ Eng gouden nobel en 1 Dordr gld die t gasthuis sjaars pacht staande heeft gehad op een stucke lants genoemt de Helcamp, gelegen in de ban van Limmen, de voors Regulieren toebehorende, ende daertoe nog 18 R gld van 40 gr Vlaems die de gasthuismeesters van dezelve prior otnvangen hebben, alsoe de voirs. pacht beter ende wairder is dant ¼ deel van t stucke lants voors.

Claes Gerytsz van Houtten en Willem Engbrechtsz Ramp, schepenen