1429-02-16 |
G.A. Amsterdam Inv Arch Gasthuizen Amsterdam regest 298/Arch Nieuwe Nonnen Amsterdam
Jaartallenindex
schout en schepenen in Amsterdam oorkonden dat Oede Jan Hermansz weduwe en haar dochter Margriet, die zij had bij Jan Hermansz voirs, en met hun gecoren momber Jacob Petersz, en met haar vader Gherijt Petersz, haar oom Claes Petersz, Jacob Willemsz, Dirc Jacobsz en Jan Dircsz, hun vier vierendeelen, ter eener-, en Herman Jan Hermansz.z als zijns zelfs voogd, anderzijds, van elkaar vertegen zijn. Oede en Margriet zullen houden 3 Holl Wilh sc sjaars op Herman Prijnsensoens huijs binnen der stede van Wesop, 2 Eng nob. sjaers in Wesperprochie op Albert Hermansz staande op 18 hondert lants gelegen in zynre zate. Item 1½ Eng nobel sjaers op 10 hondert lants gelegen in Albert Hermansz zate voors. Item ½ huis en erf in Amsterdam. Ende alle alsulke lande als Jan Hermansz voirs. hadde leggende in synen laitsten live in den lande van Woerden tot Bodegraven ende tot Zwammerdam. Ende Herman Jansz sal hebben: eerst die helfte van Hillen kinder Gaespweer gelegen opten Oestham bi der Gaespe. Item 2½ morgen lands gelegen int Meenweer, verder een rente te Amsterdam. Margriete en Oede ontvangen ⅔ deel van de inboedel etc. Verder verklaren Oede en Margriete en Herman Jansz dat sij overgaven ende in handen setteden Gheryt Petersz hairs vaders voors. alle alsulke erffenisse ende guede als hun van denselven Gherijt hoiren vader ende van Aelwitten Gheryts wijff voirn haire moeder, aenbesterven mogen, te ordineren, te gaen ende te delen na dode Gerijts ende Aelwitten syns wijfs als hun goetduncken sal (vgl 1429-02-18)