1429-07-15 |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 84, 86/Memoriale Rosa I fol 34v, 35
Jaartallenindex

Jan van der Zijtwinde, baljuw van Zuythollant, schrijft aan onderstaande personen dat de stad Dordrecht hen in rechte aangesproken heeft als borgen voor de somma van 28000 cronen die hertog Philips tbv de Grote Waard beloofd had, en dat de stad geeist heeft dat zij als borgen trouweloos en eerloos verklaard zullen worden. Het antwoord van de borgen [ongedateerd] luidt dat Jan v.d. Zydwinde geen baljuw van Zuidholland is, noch geweest is, dat zij hen bovendien niet voor de vierschaar van Z.H. mogen dagen, doch slechts voor de hertog, en dat zij bereid zijn deze zaak te onderwerpen aan de uitspraak van de aartsbisschop van Keulen, de bisschop van Luik en de hertogen van Gelre en Cleve (vgl 1429-02-18)

Willem broeder t'Egmonde, Henric here tot Wassenaer, Roelant van Utkerke here van Eestert en Eemsrode, Gillis van Cralingen, ridders, Florens en Jan van der Boechorst, Boudyn van Swieten, Geerlof Jansz van Vorenbroeck; beantwoord door: Willem broeder t'Egmond, Heynric van Borssele heer v.d. Vere en Sandenburch, Vranck van Borssele here van Zuylen en St Martynsdyk, Roelant van Utkerke, Philips here van Borssele en van Cortken, Henric here van Wassenaer, Gillis van Cralingen, ridderen, Boudewyn van Borselle, Floris van Borsel, Jan van der Boechorst, Floris van der Boechorst, Louwerens van Cats, Boudewyn van Zwieten, res, Geerlof Jansz van Vorenbroek, knapen