1429-10-20 | Spaarnwoude
R.A.H. Coll Aanw 56 fol 206v/Reg in Beyeren IX fol 109
Jaartallenindex
gravin Jacoba oorkondt "want Gheryt van Sparnewoude int leste van sijnen lijve een wijl tyts soo crancksinnich ende van soo snoden belede was dat hy optie tijt versuymt ende verloren soude hebben metten dyckrecht alle alsulcke leengoede als hij van onse grafelijkheid houdende was, soe wart optie tyt overdragen tusschen Geryt voirscr ende sijnre suster Hillegont Jansdochter van Sparnewoude, bij hoeren gemenen vriende dat sijn suster Hillegont dat voirs. leengoet vrijen ontlasten ende houden soude van alre versterffenisse ende uyt alle schade maer dese soude sij weder hebben ende bueren alle alsulcke renten, vruchten ende profyten als van der voirscr comen soude totter tijt toe dat sij alle hoer uytgeleyde gelden daer of weder soude hebben, ende want op dese tijt Gheryt van Sparnewoude des Gheryts voors. soen op dese tijt an ons versocht verlyinge te hebben van desen voirscr goede alsoo alst hem aenbestorven is bij dode syns vaders voorscr", en Hillegont terugbetaling verzocht van de voorgeschoten gelden. Zoo beleent de gravin Gerrit nu met het voirscr goed, onder voorwaarde dat hij zijn tante Hillegond haar uytgeleyde gelden zal teruggeven, te bepalen door vier hoirre beijder vrienden ende magen, dats te weten Harper van Foreest, Berthout van Assendelf, Jan van Baeckenisse ende Florys Willemszoen van Sparnewoude, binnen sekeren tijd die de 4 genoemde daarvoor ordineren zullen