1429-12-15 |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 155v/Memoriale Rosa I fol 66
Jaartallenindex

Philips oorkondt dat die van Grotebroec te kennen gegeven hebben "hoe dat Rembout Heynenzoons kinderen geliken anderen onsen goeden luden van Grotebroec na groetheyt horen goederen getaxeert ende geset waren ons te betalen voir sulken brueken als die gemene lude van Grotebroeck in den rebelheijt van den Kermeren jegen ons gebruect hadden, 18 gouden Vrancr cronen". Daar de voors kinderen onwillig waren om te betalen mocht Grotebroec de boete verhalen op 1 morgen land, hun toebehorende. daarna was Rembout, die met gravin Jacoba buitenslands lach, teruggekeerd en sprak het land met zeventuich aan, hetgeen de stad 42 gouden cronen kostte, want het geschil zou door arbiters beslist worden die het echter niet eens konden worden, waarna de zaak aan de Raad werd voorgelegd. De stad Grotebroec wordt nu gemachtigd ook deze onkosten op Rembouts goed te verhalen. Verdere rechtzaken hierover worden verboden