1430~ |
Kroniek Hist Gen Utrecht jg 1850 p 424
Jaartallenindex
ick Peter van Inkenvoert, ingeseten ter Horst, clage dat ic bin komen in Pedellant tot Asten, daer ic doer wandelen solde, soe sijn komen die amptlude van Asten ende hebben mi gevangen ind gestockt sonder ansprake, want mijn broeder ende ander mijn mage daer quamen ende wolden mij terecht gestelt hebben, desen mocht mij niet geschien, also dat sij mij daer af braken ende schaden wael 50 cronen ende meer, niet angesien dat mijn genedige heer van Cleve ende oec Vleck van Kaldenbroec ende Johan van Wilre, mijn lantheer, vur mij gescreven hadden, dat men mij quijt scolde of recht liet wedervaren, des mij gheen vedervaren en mocht [het was niet gelukt hem vrij te krijgen]. Gegeven onder zegel Reyners mijns broders vurg, om gebreec wil des mynes op dese tyt (zonder datum)