1431-04-25 |
R.A.H. Coll Aanw 203 fol 211v/Memoriale Rosa I fol 89v
Jaartallenindex
also Florys van der Boechorst ende Jan uter Wyck den gouverneuren ende tresorier van Holland te kennen gegeven hebben sulc ghescil als een wijl tyts tusschen hem beyden gestaen heeft, roerende van den lande dat Floris voirs jegens minen jonchere van Gaesbeeck gecoft heeft, dair hij hem rechts toe vermet also dat an hem bestorven soude wesen, ende Jan Uter Wyck of sijn rechte voicht of meynt dat hi oic recht ende toeseggen toe hebben soude. De beslissing luidt: 1) Jan uter Wyck of zijn voogd zullen Florijs voirs borge zetten voor een jaar huur, en beloopt 7 nobelen, ende voor 7 nobelen die sij mit vonnisse gewonnen hebben ende Florijs voirs anderwerve mit rechte gewonnen heeft. Voirt heeft Florys voirs 14 nobel mit rechte gewonnen dair sal Floris hem rechtevoirt weder borgen voir setten. Bevinden mijn jonchere en zijn mannen mit recht dat Jan uter Wyck dair recht toe hadde, so sal Florys voirs. dat weder utreiken etc; 2) dit gelt zullen zij an beide zyden verborgen binnen Hairlem of binnen den ambachte dair dat goed gelegen is; 3) Het recht dat zij staande hebben [d.w.z. het proces] binnen der stede van Haerlem zal ongedecideerd blijven totdat de joncheer en zijn mannen uitspraak gedaan hebben. Gedaan tot Hairlem op St Marcusdach Eveng. 1431