1432-03-11 (1431) |

R.A.H. Coll Aanw 203 fol 278v, 292v/Memoriale Rosa I fol 112v, 117
Jaartallenindex

geschil tussen Jacob van Noirden, zijn zwageren en kinderen an die een zijde, Willem Claisz, zyn zoen, Jan Clais, ende Reyner Jacobsz an die ander zijde, verbleven aan de gouverneurs en de Raad. Uitspraak: 1) zij moeten borgen stellen, 2) "want die gouverneuren mitten Rade niet en vinden dair dese gescile aff toecomen anders dan die sake toebehoirt der abdisse van Reynsburch", so ist "dat sy die saken van der abdisse laten staen in sulken state als die abdis daeraf geseit heeft na utwijsing der brieven die Willem voirn. daer af gegeven heeft". Of Willem hierin gebreukt heeft staat ter beoordeling van de abdis. Willem mag nimmer hierover Jacob c.s. meer lastig vallen, 3) voirt also Jacobs zwageren, te weten Clais ende Jan Clais Willemszoonskinderen gequetst zijn van Willem Claiszoonszoon en zijn hulpers, moeten deze in betering geven 75 Arnh gld waaruit aan Jan Claisz 5 gld gegeven moet worden omdat hij geslagen werd, [4)] (doorgehaald) Daar Willem Claiszoonszoon c.s. het huis van Jacob van Noirden aangevochten heeft, waarbij Jacob Hugen gequetst werd, waarvoor hij van Jacob van Noirden 21 gld ontving, beslist de Raad dat Willem Claesz deze 21 gld moet betalen, 5) voirt zo zullen Dirc Willem Claisz, Jan Claes en Reyner Jacobsz een bedevaart doen ten Heyligen Bloede te Wilsenacken. Item deze voirs 75 Arnh gld zijn geleijt onder Jan Ruychroick al an Bourg scilden, te weten 3 Bourg. scilden voor 4 gld. Item hierof is Jan Claes betaald zijn 5 gld bij Willem Claesz daar here Jan van Wassenaer bij was en Jan Floreijn. Dese pene hebben verborcht voir Jacob van Noirden ende synre zwageren ende kinderen: Dirc van Tol ende Jacob Hugez van Noirden. Also Willem Claesz geen borgen bij hem hadde, belooft hij die voor a.s. zondag te stellen. Item sijn borgen voor Willem Claesz, Claes Claesz, Willem Claeszoons zusterzone ende Jan Henricsz, Dirc Willemszoons Aemszoon. Op fol 117: bewijs dat Willem Claisz de bedevaart volbracht heeft, 1432-06-03. Ingevoegd is het deswege door de curatus ecclesie parochialis in Wilsnack afgegeven bewijs