1432-08-13 | Beverwijk
Arch Abdij Egmond Inv no ….
Jaartallenindex
Willem, abt van Egmond, etc oorkonden dat zij aan de Reguliere monniken van het klooster St Maria in Syon in Bevewijk, in erfpacht geven alle goederen in Beverwijk tevoren door wijlen Bertholomeus uter Wyck in leen gehouden en na zijn dood aan de abdij teruggekomen: 1) 5 stukken bouwland tevoren weideland streckende tot de Heemskerckerwech, bevattende 19 achtendeel roggesading, belend zuid: het land dat wijlen Nycolaus Tesselaer in huur had, noord (boreali): het land dat wijlen Albertus Bercmer in leen hield; 2) een stuk land genaamd Beecacker, tevoren weylant en een viertel aan het noorden van dit land, streckende tot het water genaamd Rolof Bijenz beeck, groot 17 achtendeel roggezading, belend zuid: het water genoemd Baert Lots beeck, noord: abdyland dat Nicolaus Tesselaer in huur had; 3) Soier Viertel, strekkende van de Egmonderweg tot Rolof Byenzoensbeeck, groot 3½ achtendeel rogzading, belend meridionali: land dat wijlen Albert Bercmer van de abdij in leen hield, noord: abdijland dat wijlen Gerardus f. Wilhelmi Florentii in huur hield; 4) "Den Huijsacker" streckende van den hoek van Vrijtgers tot Rolof Byenz beeck, groot 10 achtendeel rogsadinge, belent a parte australi: land dat wijlen Albert Bercmer in leen hield, noord: het land van de erfgenamen van wijlen Wilhelmus de dijck en coman Dirck; 5) een viertel streckende van Vrijtghers tot aan de Hoflanderwech, groot 1 achtendeel rogsading belend met het abdijland gehuurd door Gerrit zoon van Willem Florisz, a parte boreali: het land van wijlen Mathijs Claesz; 6) ¾ van een akker gelegen aan de noordzijde van Aernd Allertszoonsweg tendentem a quadam modica pecii terre jacentem super aqueductum die groete beeck an den dun, groot 4½ achtendeel rogsading, belend a parte australi: Aernt Allertsz wech, noord: het land dat wijlen Johannes Gerardi van de abdij in leen hield; 7) "des Abtsacker", strekkende van Wencke liggende bij het oostelijk deel van de Groote beeck, aan de westzijde strekkende .... [onleebaar], bevattende 5 achtendel rogsading belend zuid: het land dat Parydaen Wormboutsz van de abdij in leen hield, noord: het land van wijlen Claes Symonsz en Claes Gherytsz; 8) een streng streckende van die Groete beeck aan die westzijde an die dun, bevattende 2½ deel rogzading, belend australi: het land dat wijlen Willem Gerritsz van de abdij in leen hield, noord: het land dat wijlen Parydaen Wormboutsz in leen hield; 9) unam peciam continentem pascua trium vaccarum incipientem op den Huysacker et terminantem in mari, belend a parte meridionali met land dat wijlen Albertus Bercmer van de abdij in leen hield, a parte boreali met de weide genaamd Vrijtghers; 10) die Hoghemade; 11) ½ van den Hoorn; 12) een stuk land geheten die Venne gelegen aan heer Florys beeck continentem pascua duodecim vaccarum, belend a parte australi cum supra dicto aqueducta Baert Lotsbeeck, a parte boreali met land dat wijlen Albertus Bercmer in leen hield van de abdij. Tegen 53 Eng nobels sjaars