1405-06-28 |

Berigten Hist Gen dl III p 109/Arch Mathenesse/Reg Rotterdam en Schieland no 1613
Jaartallenindex

Philips van der Spangen en Wouter van Mattenesse, ridders, gaan huwelijksvoorwaarden aan tussen hun kinderen jvr Alydt van der Spangen en Adryaen van Mattenesse. Aleydt ontvangt 1066£ 13 schell 4 penn, onder verband van land en renten in de parochie van Ouderschije. Philips zal het echtpaar 1 jaar lang onderhouden. Adriaan ontvangt het huis te Riviere met boomgaard daarbij gelegen, molenwerf en molen kamp, het ambacht van Mattenesse, met zijn inkomsten, visserij en toebehoren, het goed dat bij het voorn. huis behoort, nl het land op den Hem door Jacob Dircsz gebruikt, het kampje onder Sterrenburch, den rijstuijn bij Sterrenburch, een kampje aan de oostzijde van de rijstuyn en de 2 kampjes aan het einde van de Ommeloop, den Ommeloop, de dyk, aan de noordzijde van de Schije, de dijk westwaarts van Hardershuel af, ½ inboedel zonder het zilverwerk, en nog 20£ sjaars te Monster. En de volgende goederen waaraan heer Wouter de lijftocht zal behouden: 1) de hofstede te Mattenesse met 17 morgen land, 2) het land achter die Spaengen, 3) het ambacht in den Broec met zijn inkomsten en pachten, 4) 9 morgen in Hildegairtsberghe in Wouter Muelnairs zate, 5) 5 morgen bij Oudsier Nachtegael in gebruik, 6) 3 morgen in Zantberchsate, 7) ½ smaltiende in Hyldegaertsberghe, 8) 1½ viertel aan gene zijde van de Goude met 12 morgen daarbij behorend. Over de overige goederen behoudt heer Wouter de vrije beschikking. Adrijaen van Mathenesse geeft aan jvr Alijdt 100£ sjaars rente. Komen er kinderen dan zal Adriaen de lijftocht vermeerderen met zulke morgengave als heer Harberen van Yselstein, Alphaert van der Horste, Pieter heren Danelsz van Mattenesse, Dirc Jan heren Dircs zoenszone van Mattenesse zullen bepalen. Allerlei bepalingen voor het geval jvr Aleid kinderloos mocht overlijden. Voor de borgen, zie van Polanen. Met opdracht aan de vorige genoemden om in geval van geschil daarin uitspraak te doen. Welke allen de twee laatsten met heer Harberen en Alphaert als "maecxmanne ende hijlixlude" het stuk hebben bezegeld, behalve Hubrecht van Mattenesse voor wie heer Dirc van der Lecke, zijn neef, zegelt