1408-03-31 |

R.A.H. Coll Aanw 70 fol 120/Memoriale B.F. fol 92
Jaartallenindex

[er staat 1400] hertog Willem oorkondt want een segges gebleven is aen ons, onsen Rade van alle sulcken geschille en brieven als gestaen hebben tusschen Aernt van Rieden, dien God genadich sij, en sinen erfnamen, en Clais van Delf, onsen scout van Rotterdam, des wij dairom hebben doen ondertasten ende in der waerheyt bevonde van twee priesteren; daer Aernt voirs. sijn uterste wille ende meyninge jegens verclairt heeft, van welcken sij ons oic goet betoen of hebben laten sien, dat sulke brief als Clais van Delf onse scout voirs. heeft sprekende op Aernt van Ryede voirn. gerechtich van waerde sijn en geen bescutbrief. De hertog en zijn Raad beslissen derhalve dat Aernts erfnamen aan Clais naar de inhoud van deze brief 300 Wilh Holl scilden, en 100 Eng nobels moeten betalen, te betalen etc, behoudelic dat men hieren jegens of slaen enen brief als Aernt voers. sprekende hadde op onse stede van Rotterdam, ende dieselve onse stede gelossent heeft an hande Clais voirs

onsen Rade: heer Jan van Heemstede, Helmich van Doirnike, Foykin Foykinsz en Costijn Gillysz