1409-05-07 |

R.A.H. 52 fol 95/Reg I (Privilegia) fol 69
Jaartallenindex

hertog Willem oorkondt dat hij ter eere Gods en om sunderlinge mynne en gunst die wij hebben tot onsen lieven neve Broeder Dirck van Brederode en Broeder Henrick van Mandrick, Carthusers ende broeders des Goidshuys tot Zeelant bij Diest, denselven Goidshuse op desen tijt niet om rechts willen, mair van gratien geoirloft ende gegunnet hebben dat sij aentasten, gebruken, verhueren en vercoopen sullen mogen tot haren besten oirbaer ende profijte alinge alsulcke erffenisse, goede ende rechten als Gheryt van Assendelft Symonssoen mitter doot geruymt ende aftergelaten heeft, gelyck Broeder Jan Florijs mede-broeder des Goidshuys voirs. die aengecomen ende besturven sijn. Ende want wij willen dat dieselve Broeder Jan ende dat Goidshuys voirs. in allen rechten ende stucke voirnt op desen tijt staen ende bliven sullen, ende alle broeder Jans rechten gebruken ende hebben, gelikerwijs of hij wairlic gebleven wair, behoudelic ons ende onser heerlychede, dat dese voirs. goede staen sullen tot allen sulken rechte ende diensten als sij stonden doe Geryt van Assendelf die mitter doot ruymde. Hij beveelt zijn dienaren de Sartroysen in het bezit van die goederen te sterken en ze te laten gebruiken, verkoopen etc