1417-11-06 |

G.A. Alkmaar Klooster Oude Hof Alkmaar no 31
Jaartallenindex

ic mr Costyn Pietersz make cond dat ic vercoft hebben den susteren van penitentie tot Alcmer wonende after die Toorne, een huys en erve in huurwaer jaerlix om ½ gouden Eng. Eduardus of Ritsardus nobel, durende tot ewige pacht sonder voorhuer, stende ende leggende binnen de vryhede van Alcmaer after die kerke, streckende westwaarts an der stede Veste ende is after alsoe breet als dat huys begrepen heeft dat daer nu ter tyt op staet, ende voert van die huys horne tot an dat kerchof also breet als dat nu is, noord: Gheryt Rembrantsz capelrie, zuid: dat beghinenhof. Daar mr Costyn zelf geen zegel heeft, zegelen mr Jan Claesz en heer Gheryt die Bloet voor hem. "Dit is een copie van die pacht die wij Jan van Noirt mr Gherytsz jaerlics betalen en weder plegen te ontfangen van die kerkmeesters waar wij nu voirtan ontfangen sullen alsoe langhe als sij niet weder een toern maken, maer dan sellen si ons die pacht jaerlics wedergheven of uytreiken anno 1401". Ook het origineel van de brief van mr Costyn Pietersz is aanwezig

zegel van mr Gerrit die Bloet: klimmende leeuw met dwarsbalk er over heen, mr Jan Claesz: 3 kepers