1418-02-19 (1417) |
R.A.H. 54 fol 14/Van Riemsdijk no 45
Jaartallenindex
gravin Jacoba "want Herper van Foreest onse onghetruwe onderzaete ende poirter van Hairlem, mit wille ut onser stede ghetoghen is, bij onsen vijanden ende ballinghen" waarop het gerecht der stad hem vermaand heeft terug te keeren, hetgeen hij niet deed. Deswege verklaart zij zijn goed verbeurd en verkoopt het aan Heer Jan van Heemsteden heere tot Benthuijsen: 1) ⅓ deel van den tyende tot Schoten mit sinen toebehoren, dair die van Brederode die ander tweedeel [⅔] off hebben, 2) Schoterbosch mitten erffrenten dairtoebehoerende, alsoo dat gheleghen is, 3) een zaete landts gheleghen tot Schooten mit sulcker huysinghe als daertoe behoert, ende een madt landt gheleghen tot Aelbrechtsberghe, onderdeelt mit Lysbet Rogiers weduwe ende hoeren kinderen. De verkoop geschiedt ten vrijen eigendom, voor een som van 1600 gouden Vrancr cronen (1419-02-09 dezelfde akte)