1398-04-01 (1397) |

R.A.H. Coll Aanw 49 fol 31v-34v/Reg Bloys
Jaartallenindex

hertog Albrecht geeft aan onsen goeden luden binnen den ambocht van Noertich wonende stede recht. "In den eersten so gheven wij hem dat hoir vryhede gaen ende wesen sal van Bronsgeesterwech totten duynen toe also wide als beijde die watergangen die geheten sijn die Schien begrepen hebben ende 10 gaerden aen beyden siden darenbuten also wide als tusschen Dirc Symon Backerssoenshuys ende Dirc Hiets huijs begrepen is". De schepenen zullen bestaan uit 4 huislieden en 3 welgeboren mannen het ene jaar, en het volgende jaar 3 huislieden en 4 welgeboren mannen. Verder 2 raadsluden (1 welgeboren, 1 huisman). Hij vergunt hun ook "een of twee segel onser stede zaken mede te besegelen" te doen maken. "Oic mede bannier ende wimpelen te hebben dair onse poirters van Noertich onder wesen sullen". De lieden buten der vryheid doch binnen het ambacht van Noertich, zullen onder de schepenbank der stede blijven behalve wat aangaat de hoge jurisdictie. Een welgeborene die nering wil doen binnen der stede, zal dan schot moeten betalen een heervaart doen. Gegeven in den Hage 1 April 1397 na den lope van onsen Hove

praesentibus: domino de Gommegijs, domino Nycolao de Reymerswael, domino Coenraerdo de Oesterwyck, consulibus, Jacobus Petrus de Leyden, signavit ex coffin