1398-04-22 |

R.A.H. Coll Aanw 47 fol 507v, 508/Reg Albrecht V fol 281v no 1202, 1203
Jaartallenindex

hertog Albrecht verkoopt onser lieven nichten Vrouwe Margrieten heren Bruijstijnsdochter van Herwijnen Heren Jans wijf van Hairlair van Poijeroijen alsulc ambocht ende ambochtsgevolgen mit allen horen toebehoren als te hebben te besitten ende van ons te houden placht Aernt Jansz van Rielant in Rielant ende ter Mare, welcke ambochten etc wij vercoft hadden heren Bruystyn van Herwynen, vrouwen Margrieten onser nichten vader, doch nu verbeurd verklaard daar heer Bruysten ballinc geleid is. Na haar dood te komen op haar kinderen die deze ten rechten leen zullen houden. Gegeven tot Zerixee, 22 April 98. Eodem die oorkondt hertog Albrecht, dat wij om goede gunste ende maechscips wille, oic mede om menigen goeden dienst die ons lieve nichte Vrouwe Margriet heeren Janswijf van Haerlaer van Poyeroijen gedaen heeft onser liever gesellinnen Vrouwe Margrieten van Cleve, hertoginne ende vrouwe onser lande voirs, ende oft God wil noch doen sal, gegeven hebben: 1) ambacht en ambachtsgevolg in Rieland dat haar vader heer Bruystyn van Herwynen van ons te houden plach, 2) ambacht en ambachtsgevolg dat hi te hebben plach ter Mare, 3) 2 gorsen aen die zuidzijde van Scouden bi Clons kinderen [Claes ?], 4) dat land dat her Bruystijn in Zuyt Hollant plach te hebben. Welk leen den hertog aangekomen was wegens bruecken wille van heer Bruystyn weswege hij ook ballinc geleit was. Haar kinderen zullen dit alles ten rechten leen houden