1398-10-05 |
R.A.H. Coll Aanw 66 fol 137v/Memoriale B.E. fol 34v
Jaartallenindex
soo geloefden heer Dirck van der Leck ende heer Aernt van Duvenvoerde te houden alsulck seggen als heer Willem van Cralingen en heer Jan die Witte van heren Dircks wegen, en heer Dirck van Hodenpijl ende Filips Aerntsz van Damme van heren Aernts wegen tusschen hun beijden seggen sullen van sulken gesceele als sij onderlinge hebben, roerende van der erfnisse van Oudsier van Cralingen. Ende of die vier seggers voernoemt niet eens geworden en conden soo sijn heer Philips van Pollanen ende heer Wouter van Matenesse tot overmans daertoe genomen, wes sij mitten seggers seggen sullen te houden op een peen van 1000 oud scilden, die een helft tot myns heren behoef, ende d'ander helft toten seggers behoef