1394-02-10 (1393) |
R.A.H. Coll Aanw 65 fol 146v/Memoriale B.D. fol 93v
Jaartallenindex
verwilcoerden voir den joncheer van Arkel tot mijns heren behoef op hoir lijf ende op hoir goed Sijmon Heynenz ende Jan Claesz, wonende tot Landsmeer, dat si op Cop Grebber die dootgeslagen wort nare waren van maechscippe dan si Dirc Heynenz sijn die Cop voirs. dootsloech; 1394-02-12: geloefden idem Kerstandt van Alphen (er staat van Alpken), Jan Aelwijnsz, Jan van Dijc, Willem Allertsz, Claes Hartding, Gysbrecht Wreuijde, ende Jan Jacobsz die scepenen waren in Maeslandt, dat sij nergent poirteren of buijre worden en sullen noch ghene goede voir vluchten uijt den ambocht van Maeslandt, want se mijn heer aengesproken heeft van bruecken overmits vonnisse die sij gewijst hebben, dragende jegens mijns heren heerlicheyt roerende an sijnre munten, ter tijt toe dat mijn heer een ondersoec hierof heeft doen doen bi sinen rade. Item op tieselve tijt gaf myn heer geleyde Dirc ende Gherijt gebroeders heren Wouterskindere van Nyenrode, priester, overmits een dootslach die si deden aen enen knape geheten Jan Jacobsz, durende van des Sonnendages na den dach voers. volgende tot O.Vr. dach Annuntiatio toe daer naestcomende