1396-11-19 |

R.A.H. Coll Aanw 66 fol 69, 71-72v/Memoriale B.E. fol 19, 20 (ingestoken tussen)
Jaartallenindex

bleven an minen heer ende an sinen raet, Lam Ludolfsz, Gheryt Jansz ende Aelberen Wendelmoedenz, Dirc Foij, Willem van Minden ende Pieter Coppenz te houden alsulc seggen als myn heer mit sinen Rade seggen sal van Sluusmans doot ende van Wouter Ludolfszoons doot. Item op tie selve tijt sijn gebleven Aernt Sluijsmansz, Jan van Foreest ende Gysbrecht Jansz van den dootslage voers, aen minen Here ende sinen Raet. Binnen 3 weken zal een zeggen gezegd worden. Ende die hantdadige aen Sluijsmans doot als Lam Bernier, Willem Tedenz ende Ludolf Lamszone hebben geleijde tot Kersavont toe. Volgt een ongedateerde brief aan de hertog gericht, door de zoon van de doodgeslagene, waarin hij vertelt dat Lam Dircsz met zijn vieren hem opwachtten bij de kerk te Oudewater toen hij ter kerke wilde gaan, en hem verwondden "over enen gansen vrede die hoer oemssoen ende hoere moeijen soen en tegen malcander hebben als van mijns vaders doet die God genadich si, die jammerlic vermoert wort over enen gansen soen die heer Pauwels van Haestrecht als een raet myns heren, en Herman Willemsz als een baljuw van Rynlant, van mijns heren wegen gezegd en gedadinct hebben". Lam ontvluchtte vervolgens over de Yselbrugge in t lant van den Vliet, de anderen werden in een huis binnen Oudwater gepakt en opgesloten. Nog een ongedateerde brief waarin Lam Dircsz zich blijkbaar beklaagt dat de voirs. cedel van Aernt Sluijsmansz onwaar is en klaagt hij Aernt aan dat deze met zyn magen buiten Oudewater "Wouter Ludolfsz mijns ooms soon" doodgeslagen heeft bij nacht (vgl 1396-11-03)

Raden: die Domproest, die heer van Gommegys, die heer van Egmonde, heer Willem van Cronenburg, heer Coen Cuser, die burchgrave van Leyden, heer Jan van Heenvliet