1397-11-07 |
R.A.H. Coll Aanw 47 fol 470v/Reg Albrecht V fol 263
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt "want in tiden virleden Aernt Jansz van Rielant sijn lijf ende sijn goede jegens ons verbuerde, die ons mit recht ende vonnesse in onser vierschaer in Middelburch toegewyst worden. Ende wij doe syn goede die hi van ons te lien te houden plach vercofte heeren Bruijstyn van Herwijnen, en daer nae dieselve heer Bruystijn sijn lyf ende syn goede oic jegens ons verbuerde gelikerwijs ons dat mit recht ende vonnisse toegewijst wort, soe dat wij die goede voirs. die ons aenquamen van Aernt Jansz gaven onser nichte Vrouwe Margrieten heren Jans wijf van Haerlaer van Poederoijen heren Bruystyns dochter voirs. tot haren medegave mit heren Jan horen man voirn. Ende dieselve Vrouwe Margriet nu ter tyt voer ons gecomen is mit heren Jan horen wittachtigen man ende voecht voirs, ende heeft quytgescouden dat ⅙ deel van den goiden hierna geschreven die wij hoir gegeven hebben als voirs. is, tot behoef Jans heer t'Arkel van Perpont en slants van Mechelen, dats te weten dat ⅙ deel van den hoeck vroene, werfne mitten wale, leechvroene, erfve, borchil, ende die Tongen mit allen horen toebehoren, ambocht ende ambochtsgevolg, visscherie, vogelrye, gorshueren ende tienden gelijc die gelegen sijn binnen desen merken, dat is te weten oost: die Agger, zuid: die hont, west en noord: wij ende anders onse mededeelres in den goeden voirs". De hertog beleent Jan heer t'Arkel etc onse neve er vervolgens mede tot een Zeeuwschen leen