1382-06-18 | Wijkambacht
Arch Marquette 1106 no 224/Cartul Assumburg
Jaartallenindex
Aelbrecht van Egmondt heer Janszoen oorkondt dat ick met goeder voorsienigheden ende met vryen wille bij consente Gijsbrechts van Egmondt, mijns broeders, die dair nu ter tijt een recht lyenvolger is als mijns ombrak jof weesen souden, her Reyner Doevenzoon, Reyner Jansz ende Jan van Scoerl den Goidshuysmannen van Egmonde, opgedragen ende quytgeschouden hebbe, opdrage ende quytschelde tot Aelbrechte van der Berckmeer mijns neven behouff, om een somme van gelde, mynen lieven heer den abt van Egmonde ende zynen gemeenen convent, alzulck goet ende erve als ick van den Goidshuse van Egmonde te leen houdende ben, ende wijleneer die abt Florens van Egmonde Florens haren Wouterszoon mijn overoudevader verlyede, ende in wilken goede vorseyt Aelbrecht Florenszoon, mijn oude vader, ende haer Jan van Egmonde mijn vader van den goodshuse voirs verlyent geweest hebben, ende ick op dese tyt verlyent ben, leggende in St Aechtenprochie van der Wyck alsoe als hier nae gescreven staet: 1) de aeck, 2) drie stuck lants in haeren Florens wege, 3) twee ackeren angaende aen den Kerckwech opstreckende in den Noerdenden, 4) negen geersen lands in Midbrouck. Van welken goede ende gelde voirs. mij al voldaen is etc. Deze opdracht wordt door Gysbrecht van Egmonde heren Jansz voorn. mede bevestigd, doch daar hij geen zegel heeft zegelt heer Jacob van der Burch, monnik en rekenmeester van het klooster van Egmond voor hem. Tevens zegelen op Aelbrechts verzoek Reyner Doevenz, Reyner Jansz en Jan van Schoorl, mannen van leen van het klooster van Egmond; 1390-08-27: Albrecht v.d. Bercmeer wordt door de abt van Egmond met deze lenen beleend (vgl 1390-08-26, 1459-05-30)