1384-08-15 |
R.A.H. Coll Aanw 92 fol 105/Reg Albertus XVIII fol 63; R.A.H. Coll Aanw 63 fol 409/Quohier van Handvesten; R.A.H. Coll Aanw 45 fol 369v/Reg Albrecht IV fol 219v
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt dat voer ons gecomen es ende voer onse mannen Jan Jacobsz van Lichtenberch mit synen maghen van synen vier vierdelen, alse Alfer van Lichtenberch, sijn oem, van syns vaders wegen, ende sijn gheboren momber alse Abram uter Coorenmarckt, sijn oem van synre moeder weghen, ende daertoe Gheryt Vrencke ende Roetaerd van Lantscrone des voers. Jans after zuster kinder, diewelcke voers. maghen haren eet daertoe dede dat die voors. Jan also noetarftich was van goede dat hij dat huus tot Vriesenborch gelegen binnen Utrecht niet staende houden en konden noch en mochten ten soude van synre tymmeringe vervallen. Doe dat ghedaen was doe droech ons die voers. Jan dat voers huys etc, zoals hij het ontvangen had na dode zyns vaders, op ten behoeve van Pilgrim die Wale Johans Walenz, die er vervolgens mede beleend wordt tot een recht erfleen aan de grafelijkheid niet te versterven, belend binnen Utrecht an die overside: die hofstede Sweders van Denemercken ende synre stiefkinderen, an die nederside: Pieter Croenkijns hofstede, strekcende voer van der graften tot after an St Katrinenvelt. Datum in Huesden. Opschrift: Willem die Wale
mannen: die heer van Gaesbeke, die Burchgrave van Montfoerde, die heer van Vianen