1386-12-21 |
R.A.H. Coll Aanw 45 fol 437v/Reg Albrecht IV fol 256 no 1685; Van Mieris III
Jaartallenindex
hertog Albrecht oorkondt dat hij in de zoen over Jacob Florijszoens dood bepaald had "dat een yghelyc zijn zoen betalen soude op sulken termijns als int segghen ghescreven staet, ende so wie des niet en dede dat soude wesen op die helfte meer". Daar Claes Jan van Loenenzoon niet betaald heeft, heeft de hertog nu "aenghetast een stucke lands gheheten die Zeghemade, die Claes Jan van Loenenszoen plach te wesen, also als hise ghemeen hadde mit Pieter Hughen Jonghe Claessoen ende met Jan Claes Hillenzoenszoen, welc lant wi voirt vercoft hebben Jan Floryszoen, onsen scout van Yedamme, die een helft bi heeren Bertelmeus van Raphorst, onsen baljuw van Aemsterlant ende van Waterlant om 31£, ende die ander helfte bi heeren Willem Garbrantssoen, proest van Berghen in Heneghouwen, onsen tresorier oec om 31£