1539-06-03 |
R.A.H. Coll Aanw 123 Caput Zeeland fol 71, 72v, 74, 75, 76v, 77v
Jaartallenindex
Cornelis Oom van Wyngaarden wordt, na dode en makinge van zijn vader Cornelis Oom van Wyngaarden beleend met 50 gouden Kar gld per jaar, losbaar den penn. 16, verzekerd op ½ van ⅙ deel en 1/12 deel van alsulke gorssen, landen en slyken, geheten Ghrysoerde, Duvenwaerde, die Tonge, Hugenvliet, Hillebrantsgat en Battenoert. Ende daartoe uit ⅙ deel van de ambachtsheerlijkheid en toebehoren van Melissant, Noorderscorre en Wellestrepe, gelegen in onsen lande van Voorne, leen van Voorne. Daar Cornelis onmondig is, doet zijn oom Gerrit Jansz van Abbenbroeck de leeneed voor hem. Dezelfde belening met 50 gouden Kar gld voor elk van de andere kinderen: Jan Oom van Wyngaarden, dezelfde doet de eed, jvr Josyna van Wyngaarden, jvr Maria van Wyngaarden, jvr Adriana van Wyngaarden, haar oom Jaspar van Treslong doet de eed, jvr Maria van Wyngaarden, dezelfde doet de eed. Op 1558-10-20 doet haar man Zweer Hermansz van den Pol de eed voor Maria
leenmannen: mr Jacob de Jonge, Willem van Berendrecht, secretaris, Willem Pietersz Criep, Symon Pyl, Cornelis Dircx