1539-09-23 |

R.A.H. Coll Aanw 122 Caput Kennemerland fol 24-27v, 28v, 30v
Jaartallenindex

Cornelis van Bergen, bisschop van Luik, hertog van Bouillon, grave van Burch Loen, heer tot Zevenbergen, Grevenbroec, Heeswyk, Heesbeen, Noordeloos, Nieucoop, Heemskerck, Oosthuizen, ter Schellinge etc. oorkondt dat hij vercoft heeft aan jvr Catharina van Assendelft, vrouwe douagiere van Helmond, een rente van 216 Kar gld per jaar, losbaar met 3456 Kar gld, speciaal verzekerd op zijn goeden tot Etershem, Eemskerck en Oosthuysen, Noordeloos en Nyeucoop. Daar men in Holland geen leengoed mag belasten zonder consent van de leenheer, stelt hij Willem van den Criep, Adriaen van Lavelt en Jan Jansz mitten kinderen, procureurs in den Hove van Holland, om uit zijn naam voor het leenhof te compareren en ook voor het Hof van Holland om zich in deze rente te laten condempneren. Op 1539-11-03~ geeft het Hof deze condempnatie. Op 1539-11-03 oorkondt de keizer dat Adriaen van Lanelt, procureur als voren, tbv jvr Catharina van Assendelft opdroeg een jaarlijkse rente van 216 gouden Kar gld ter losse met 3456 Kar gld, en dat hij haar beleend heeft. Philips van Uytwijk, secretaris van den Hove van Holland, doet als haar gecoren voogd de eed. Op 1640-11-22 wordt deze brief gecasseerd, als afgelost door den advocaat van der Meer van Berendrecht, als executeur van den testament van den overleden heer van Marquette

get. Cornelis; R. Steynemolen; leenmannen: mr Willem van Zevender, Cornelis Barthouts, Willem Criep