1542-03-10 (1) |
R.A.H. Coll Aanw 121 Caput Z.H. (?) fol 290
Jaartallenindex
Jasper van Hogelande, Willem Pynsz, Raden Ord. in den Hove van Holland, Willem van der Criep, procureur postulant idem, oorkonden dat Godtschalck van Outheusden, ambachtshere van Alblasserdam, voor hem zelf en als voogd van de onmondige kinderen van zijn broer Jan van Outheusden, verklaart dat zijn broer uit hun beider naam op 1540-04-27 een accoord en overeenkomst gemaakt heeft met de heer van Assendelft als volgt. Aangezien hij zich verplicht heeft om zich tot betaling van de vastgestelde renten aan de heer van Assendelft door het Hof van Holland te doen condempneren, vestigt hij deze rente van 175 Kar gld bij condempnatie door het Hof. De erfelijke rente van 200 Kar gld vestigt hij voor stadhouder en leenmannen op de heerlijkheid van Alblasserdam. Godschalk machtigt vervolgens Jasper van der Mota en Adriaen van Lanelle, procueurs postulerende voor den Hove, om deze rente van 200 Kar gld voor de stadhouder en leenmannen te constitueren evenals de voors. rente van 175 Kar gld (vgl 1542-04-27 en 1542-12-09)
bezegeld door Jasper v.d. Hogenlande en Willem van Criep; ondertekend door Jasper Lievinsz van Hogelande, Willem Pynsz