1543-06-09 |

R.A.H. Coll Aanw 122 Caput Putten, Arkel fol 196
Jaartallenindex

Karel oorkondt dat zijn neef heer Jacob van Bourgoignen heer van Phallaix, Brugdam, verklaarde dat hij die rechte leenvolger was van wijlen zijn oom jhr Philips van Bourgoigne, heer van Phallaix, onse neve, en derhalve belening verzocht met de ambachtsheerlijkheid volgende mitten uytgorssen, aenwassen en aenwerpen, en alle tienden. Welverstaande dat hij comparant niet en tendeert bij deze te prejudiceren jhr Johan van Lannoij heer van Soutelande, even verre hem competeert en toebehoort enich deel van de voors. ambachtsheerlijkheid en tienden. Karel beleent heer Jacob met de gevraagde lenen, genoemd St Adolphslant in onse heerlijkheid van Putten. Benevens alle tienden, coren- en smaltienden aldaar, leen van Voorne, onversterfelijk erfleen

leenmannen: Cornelis van Opinen, Cornelis Barthouts, Willem van den Criep, Jan van der Woort, Anthonne Lebucq, Nicolaes Barthouts